Edo Dijksterhuis

DE WITTE RAAF

Editie 191 januari-februari 2018

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Gustav Metzger: Ethics into Aesthetics

In 1959 publiceerde Gustav Metzger zijn manifest Auto-Destructive Art. In die vroege jaren van zijn kunstenaarschap was zijn focus vooral politiek. Als kind uit een Pools-Joodse familie die vrijwel geheel vermoord werd gedurende de Holocaust, zette hij zich in voor ontwapening, en protesteerde hij tegen de Koude Oorlog. Samen met onder anderen Bertrand Russell richtte hij in 1958 het pacifistische Committee of 100 op, en was hij betrokken bij de Campaign for Nuclear Disarmament (CND). Vrij snel na de publicatie van zijn manifest verschoof zijn aandacht naar het milieu waarmee hij tot aan zijn dood bezig zou blijven. Hij was daarmee een pionier – Greenpeace moest nog worden opgericht, de Club van Rome had haar verontrustende rapport over mondiale roofbouw op de natuurlijke omgeving nog niet geschreven.

Met zijn werk en het daarmee onlosmakelijk verbonden activisme heeft Metzger decennialang grote invloed gehad, vooral in Groot-Brittannië. En omdat de milieuproblematiek alleen maar urgenter is geworden, is Metzgers werk nog steeds relevant. Wat vooral aanspreekt is Metzgers ‘can do-mentaliteit’ en zijn geloof in de kracht van kunst. ‘Kunst kan niet alleen verandering brengen’, stelde hij, ‘Kunst moet verandering brengen.’

West in Den Haag brengt een eerbetoon aan de op 1 maart 2017 overleden grondlegger van de autodestructieve kunst. Hij werd negentig jaar. De tweedelige tentoonstelling is de eerste postume presentatie van Metzgers werk en een van de grootste sinds het overzicht dat de Serpentine Gallery organiseerde in 2009. Ethics into Aesthetics maakt overigens deel uit van het tentoonstellingsdrieluik waarmee West op de retrospectieve toer gaat. Eerder kwam Marshall McLuhan (1911-1980) al aan bod en vanaf februari 2018 staat Gary Hill op het programma.

De presentatie in de tijdelijke, maar statige West-dependance aan het Lange Voorhout laat goed zien waarom Metzgers werk zo visionair was en is. Het is ontiegelijk direct zonder plat te worden. Een goed voorbeeld is Mobbile (1970), dat bestaat uit een kamerplant geplaatst in een perspex box op het dak van een auto. Als de auto rijdt worden de uitlaatgassen via een slang de doos ingepompt, waardoor de vensterbankflora vroegtijdig bruin wordt en sterft. De anders langzame vergiftiging van planten door luchtverontreiniging wordt hier onmiddellijk duidelijk. Metzger bedacht twee jaar later voor Documenta nog een werk met auto’s die met hun uitlaten aan elkaar verbonden zouden worden. Hij zou de auto’s stationair laten draaien totdat een explosie zou volgen, maar dit project werd niet gerealiseerd. De maquette met speelgoedauto’s ziet er een beetje knullig uit.

Andere werken laten zich veel beter reproduceren. Zoals Mass Media: Today and Yesterday (1972), een installatie waarin Metzgers voorliefde voor publieksparticipatie naar voren komt. In het midden van de zaal ligt een enorme berg kranten. Bezoekers mogen plaatjes, artikelen en koppen uitknippen en ordenen naar thema’s die door Metzger zijn bepaald. Onder het kopje ‘The way we live now’ zijn knipsels geplaatst over een burenruzie in Wormerveer, Libische slavenhandel en belastingontduiking. Met zijn simpele uitnodiging tot begrijpend lezen laat Metzger ons anders kijken naar het nieuwsaanbod en onze consumptie ervan. Ook dit onderwerp is sinds de eerste keer dat hij het werk uitvoerde alleen maar belangrijker geworden, zeker nu termen als ‘fake news’ en ‘filter bubble’ gemeengoed zijn geworden.

In een van de achterzalen is Metzgers vroege schilderwerk te zien. Op de academie was hij sterk beïnvloed door de Engelse schilder David Bomberg, een vernieuwer tijdens het interbellum, maar daarna een stuk traditioneler. Eenmaal op eigen benen ging Metzger al snel op zoek naar de grenzen van de schilderkunst, onder andere door met paletmessen te smeren en door te snijden in metalen platen. Op een gegeven moment stopte hij er helemaal mee. Wel maakte hij nog ‘acid nylon paintings’, door zuur weggevreten doeken die passen in zijn filosofie van een autodestructieve kunst.

Naast zelfvernietigende kunst maakte Metzger ook zogenaamde ‘auto-creative art’ en die is te zien in de ruimte aan het Groenewegje. Destructie maakt ruimte voor schepping, besefte Metzger zo’n tien jaar na het publiceren van zijn manifest. De werken die dat opleverde zijn net zo minimalistisch als hun auto-destructieve pendant, maar hebben een speelsheid die doet denken aan Fluxus. De druppel die met intervallen op een gloeiende plaat valt en daar sissend overheen glijdt, had zo uit de koker van Wim T. Schippers kunnen komen. De vloeibare kristallen uit Earth from Space (1965) paste Metzger later toe in grootschalige projecties die werden gebruikt door rockbands als The Who, waarvan gitarist Pete Townshend nog bij hem gestudeerd had.

Die scheppende houding leverde echter kunstobjecten op die belandden op de kunstmarkt, een door Metzger verfoeide uitwas van het kapitalisme. Hij verzette zich ertegen door in 1977 een kunststaking uit te roepen die drie jaar zou moeten duren en verlammend zou moeten werken voor de kunsthandel. Dat idee heeft hij later weer laten varen. En gelukkig maar, want Metzger maakte in zijn laatste jaren nog een paar geslaagde werken. Hij hernam Dancing Tubes (1968/2014), twee luchtpijpen die door geperste lucht een dansje maken boven een bak water en daar toevallige patronen in blazen. En hij maakte Light Drawings (2014), waarbij hij het schijnsel van vezeloptische kabels vastlegde die door ventilatoren in beweging zijn gezet. Die frisse, levendige werken tonen aan dat activisme en engagement best gepaard kunnen gaan met een beetje gevoel voor poëzie en humor.

 

Gustav Metzger: Ethics into Aesthetics, tot 4 februari in West, Groenewegje 136, 2515 LR Den Haag (070/392.53.59; westdenhaag.nl).