Katayoun Arian

DE WITTE RAAF

Editie 191 januari-februari 2018

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Rasheed Araeen. Van Abbemuseum

Rasheed Araeen: een retrospectief is de eerste volledige overzichtstentoonstelling in de zestigjarige carrière van de Brits-Pakistaanse kunstenaar, schrijver en curator Rasheed Araeen. Hoewel zijn werk lange tijd niet door de Britse mainstream werd erkend, leverde Araeen met zijn minimalistische sculpturen een significante bijdrage aan het modernisme in de Britse context. Zijn werk was in de afgelopen tien jaar in meerdere (solo)tentoonstellingen te zien, zowel in Groot-Brittannië als daarbuiten. Het overzicht in het Van Abbemuseum is ingedeeld in vijf hoofdstukken. Ieder hoofdstuk beslaat één tot twee decennia van Araeens oeuvre, en toont de evolutie van zijn artistiek parcours. Zo zien we bijvoorbeeld goed hoe Araeens visuele strategie vanaf de jaren 70 steeds meer samenhangt met zijn anti-imperialistische en antiracistische politieke oriëntatie.

In de jaren 50 begon Araeen als autodidact in Karachi, de toenmalige hoofdstad van Pakistan, te experimenteren met vloeiende, verticale lijnen en geometrische en abstracte vormen. Het eerste hoofdstuk van de overzichtstentoonstelling, simpelweg Het Begin getiteld, introduceert Araeens verkenning van zowel de schilder-, teken- als de beeldhouwkunst, aan de hand van portretten, havenlandschappen, en abstracte schilderijen en tekeningen. Op de minimalistische vormexperimenten die hij in zijn geboorteplaats maakte, volgen de inmiddels bekende minimalistische sculpturen die hij vanaf 1964 in Londen maakte tot aan het begin van de jaren 70, te zien in het tweede hoofdstuk Geometrie en Symmetrie, verspreid over drie zalen.

In Londen maakte Araeen kennis met de abstracte sculpturen van de Britse beeldhouwer Anthony Caro, wiens werk hem erg inspireerde. In deze periode kende Araeens werk een omslagpunt: hij maakte zijn monochrome kubusvormige houten structuren, met als uitgangspunt diagonale lijnen en symmetrische verhoudingen. Anders dan Anthony Caro en zijn tijdgenoten, werkte Araeen vanuit een sociale en politieke overtuiging, waarbij hij het idee van gelijkheid en emancipatie vooropstelde. Om zijn ideeën over emancipatie te illustreren, hanteerde hij het basisprincipe van ‘geometrie en symmetrie’. Geometrie, als onderdeel van het dagelijks leven, vormde voor Araeen een egalitair beginpunt; in symmetrie zag hij de mogelijkheid om niet-hiërarchische sculpturen te creëren.

Vanaf het begin van de jaren 70 werd Aareen in toenemende mate politiek actief binnen de Londense antiracismebeweging. In een bijzonder video-interview van eind jaren 80, te zien in de inkomhal van het museum, vertelt de kunstenaar dat de Britse kunstwereld hem structureel in een keurslijf probeerde te duwen. Hij kreeg bijvoorbeeld naar aanleiding van zijn sculpturen vaak het advies om enkel werk te maken dat naar zijn ‘eigen’ (Pakistaanse) cultuur refereert. Tegelijkertijd zouden kunstcritici hem ook het klassieke verwijt hebben toebedeeld dat hij zijn (geringe) zichtbaarheid enkel te danken heeft aan zijn ras of etniciteit. In het interview vertelt Araeen dat hij niet verbaasd is dat men zijn werk structureel diskwalificeert: ‘Ze kunnen mijn werk niet accepteren als modern en origineel vanwege hun koloniale denkbeelden. Daarnaast is er geen taal voorhanden om de complexiteit van mijn werk in relatie tot mijn achtergrond en identiteit te beschrijven. Hierdoor is mijn plek in de geschiedenis mij ontnomen. Ik was daarom genoodzaakt zelf het onderwerp te worden van mijn eigen werk.’

Als reactie op het institutioneel racisme van de Londense kunstwereld, neemt Araeen in de jaren 70 inderdaad in toenemende mate zichzelf, zijn lichaam en de representatie ervan als onderzoeksobject. In het derde hoofdstuk Politieke Bewustwording leren we over zijn deelname aan de anti-imperialistische en antikoloniale strijd en zijn lidmaatschap bij de British Black Panther Party vanaf het begin van de jaren 70. Opnieuw verandert Araeens focus en verschuift het accent van minimalistische sculpturen naar expliciet politiek geëngageerd werk, bestaande uit collages, installaties en fotoseries. Het derde hoofdstuk toont ook het gehele Preliminary Notes for a BLACK MANIFESTO (1975-1976), geprint op grote foamboard panelen. Het Manifesto is een baanbrekend essay dat Araeen schreef en publiceerde in de Black Phoenix, een zelf opgericht antiracistisch en anti-imperialistisch tijdschrift, eind jaren 70. In de tekst bespreekt hij de postkoloniale situatie van de hedendaagse kunst en roept hij niet-westerse kunstenaars op om ‘derdewereldkunst’ te maken: een kunst die het neokolonialisme, de gevestigde machtsrelaties, en het idee van de kunstenaar als schepper en genie radicaal verwerpt. De wijze waarop Araeens politieke oriëntatie onderdeel wordt van zijn visuele strategie is onder meer te zien in het werk Burning Ties, een serie van acht foto’s van de gelijknamige performance uit 1976-1979, waarin de kunstenaar stropdassen, die in de islamitische wereld symbool staan voor het westers imperialisme, verbrandt. In Ethnic Drawings: tekeningen met potlood en pen op papier uit 1982, gebruikt hij de vorm van het zelfportret om problemen rond identiteitsvorming en zelfrepresentatie binnen de racistische culturele context van Groot-Brittannië aan te kaarten.

Hoewel het derde hoofdstuk de crux van het politieke activisme van Araeen toont, getuigt het werk in het vierde deel Streven naar een betekenisvolle taal van de weerbaarheid van de kunstenaar, ondanks zijn vele confrontaties met uitsluiting, exotisme en racisme. Een terugkerend thema in deze periode is het culturele antagonisme tussen de westerse en de islamitische wereld, maar ook zijn fascinatie voor monochrome kubusconstructies en verticale rasterstructuren komen terug: bijvoorbeeld in de multimediale installatie Look Mamma… Macho! (1983-1986), waarin hij delen uit Margaret Thatchers beruchte Swamped Speech uit 1978 over zijn eigen foto van de Paki Bastard performance (1977) plaatst. Verder worden politieke boodschappen en teksten gecombineerd met foto’s van westerse vrouwen en islamitische motieven.

Vanaf eind jaren 80 gebruikte hij ook het drieluik, de kruisvorm met negen panelen en de kleur groen (een religieuze kleur in de islamitische wereld) als deel van zijn visuele strategie. In die periode richtte Araeen tevens het kritisch tijdschrift Third Text op (te raadplegen en lezen in de ‘Reading Room’) waarmee hij nu nog steeds kunst en cultuur dekoloniseert. Binnen Third Text ontwikkelde Araeen een taal om niet alleen zijn eigen werk als Pakistaans-Britse kunstenaar te contextualiseren, maar ook om het werk van andere kunstenaars met een (postkoloniale) migratieachtergrond ruimte te bieden.

De abstracte drieluiken komen aan bod in het laatste hoofdstuk Thuiskomst. Araeen hanteert daarin islamitische geometrische vormen, en tart daarmee de grenzen van het westers modernisme. Ook hier maakt de tentoonstelling duidelijk hoe Rasheed Araeen op radicale wijze zijn eigen plek, voorbij een eurocentristisch kader, in de geschiedenis en het modernisme verwerft.

 

Rasheed Araeen: Een retrospectief, tot 25 maart in het Van Abbemuseum, Bilderdijklaan 10, 5600 AE Eindhoven (040/238.10.00; vanabbemuseum.nl).