Edo Dijksterhuis

DE WITTE RAAF

Editie 191 januari-februari 2018

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Christian Boltanski: Na

Er zijn weinig kunstenaars die zich zo langdurig en expliciet bezighouden met de dood als Christian Boltanski. Zijn oeuvre is één groot memento mori. In zijn vroege werk reconstrueerde de Fransman zijn eigen jeugd, een poging om het verstrijken van de tijd te documenteren. In het boekje getiteld Réconstruction d’un accident qui ne m’est pas encore arrivé et où j’ai trouvé la mort dat hij eind jaren 60 uitbracht, preludeerde hij al op zijn eigen einde. En in 2009 ging hij zelfs een weddenschap aan met de Australische gokmiljonair David Walsh, waarbij hij zich dag en nacht laat filmen in zijn atelier, en zich daarvoor laat betalen in maandelijkse termijnen. Zou hij korter leven dan acht jaar dan betaalde Walsh, die erom bekend staat nooit te verliezen, minder dan het vooraf overeengekomen bedrag. De cruciale termijn is inmiddels echter verstreken, Boltanski ademt nog steeds en blijft zijn maandelijkse bijlage ontvangen.

Een mooi moment dus om Boltanski te vragen om een grote installatie te maken voor de Oude Kerk in Amsterdam. Het godshuis dat sinds 2014 dienstdoet als kunsthal vraagt om werken die zich verhouden tot zijn geschiedenis. Naast veel andere dingen is de ruim zeven eeuwen oude kerk de laatste rustplaats van ongeveer tienduizend mensen. De lijst met overledenen laat zich lezen als een who’s who van de Amsterdamse elite tussen 1300 en 1865, met Rembrandts echtgenote Saskia van Uylenburgh als bekendste naam. Boltanski vraagt bezoekers een eigentijdse biechtstoel te betreden en een aantal van die namen in de microfoon te fluisteren. In het koor wordt de dodenlijst afgespeeld, maar door het toonloze gefluister zijn de uitgesproken namen onverstaanbaar. De dood als grote gelijkmaker.

Nogal wat kunstenaars die Boltanski zijn voorgegaan, hebben zich verkeken op de monumentale ruimte van de Oude Kerk. Maar Boltanski, die de laatste jaren steeds theatraler is gaan werken, kent de kracht van het grote gebaar. Hij plaatste plastic zuilen van drie à vier meter hoogte dicht op elkaar in de zijbeuken. Ze doen denken aan geabstraheerde grafzerken, maar ook vergelijkingen met de zwarte monoliet uit 2001: A Space Odyssey, artefact van een buitenaardse beschaving, of het Holocaustmonument in Berlijn, herdenkingsplek van ons beschavingsdieptepunt, dringen zich op. Belangrijker nog is de manier waarop Boltanski met zijn zuilen de bezoeker het zicht op het geheel van de kerk ontneemt en daardoor de ervaring van de ruimte manipuleert. Je kijkt niet recht voor je uit, maar bijna automatisch afwisselend naar beneden, naar de graven die beschreven staan in het boekje Disparus, en naar boven, hemelwaarts.

Het geluid dient als gids: naast de gefluisterde namen, klinkt een aangenaam zacht gerinkel van belletjes. Het leidt bezoekers naar de rondgang achter het koor. Hier wordt het beeld geprojecteerd van een besneeuwd Canadees landschap waarin Boltanski achthonderd Japanse belletjes op lange stokken heeft geplaatst. Het refereert aan de herdenkingstekens waarmee oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika hun overledenen herdachten. Boltanski zelf spreekt over ‘het geluid van de ziel’.

Op de plek in het koor waar voor de beeldenstorm het katholieke altaar heeft gestaan, legde de kunstenaar een bos bloemen neer die verdroogt in zijn cellofaan verpakking. Over stoelen zijn jassen gedrapeerd die tijdelijk zijn afgestaan door buurtbewoners. Iets verderop liggen nog meer jassen uitgespreid op de grafstenen. Alsof de eigenaren alvast een voorschot hebben genomen op de dood en hun jassen reeds als aandenken achterblijven.

Op dit punt begint de installatie wat te irriteren. Boltanski gooit wel erg veel symboliek op een hoop en doet dat ook nog eens op een van-dik-hout-zaagt-men-planken-manier. De toevoeging van Prendre la Parole (2005) aan de installatie is er helemaal te veel aan. Het is een houten constructie waar een jas overheen is gehangen zodat het lijkt alsof er een menselijke figuur staat. Het kledingstuk verhult een lamp en een speaker, die in werking treden zodra je in de buurt komt. Het gevaarte stelt vragen: ‘Vertel eens, heb je geleden?’ Iets verderop staat er nog een: ‘Vertel eens, heb je je moeder achtergelaten?’ Boltanski mag zich dan een ‘sentimentele minimalist’ noemen, maar dit is je reinste kitsch. En met terugwerkende kracht raakt alles in de kerk besmet, tot de poëtisch klingelende belletjes aan toe.

Eenmaal buiten, in de ramen van de cafés rondom de Oude Kerk, echoot de installatie na. Het zijn posters die volledig zwart zijn en enkel het woord ‘NA’ dragen. Sober, met een vleugje mysterie en de aanzet richting bezinning. Had Boltanski zich in de kerk ook zo terughoudend opgesteld, dan was deze tentoonstelling niet zo jammerlijk uit de bocht gevlogen.

 

Christian Boltanski: Na, tot 29 april 2018 in de Oude Kerk, Oudekerksplein 23, 1012 GX Amsterdam (020/625.82.84; oudekerk.nl).