Steven Humblet

DE WITTE RAAF

Editie 191 januari-februari 2018

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Paysages français

De indrukwekkende tentoonstelling Paysages français. Une aventure photographique 1984-2017 in de Bibliothèque Nationale de France presenteert een ruime selectie fotografische beelden van het Franse landschap. Met werk van meer dan 150 fotografen geeft ze een gedetailleerd overzicht van de talloze manieren waarop het landschap de afgelopen dertig jaar fotografisch is benaderd.  

De tentoonstellingsmakers kiezen niet voor foto’s van een wilde ongerepte natuur, maar wel voor beelden van het gecultiveerde landschap: het bewerkte land, de bebouwde omgeving, de stedelijke ruimte. Het zijn bovendien beelden die heel specifieke vragen aan dat cultuurlandschap stellen: wat is er te zien, welke functies ontmoeten elkaar in het betreffende gebied, hoe wordt het gebruikt, wat is er veranderd, welke aanpassingen dringen zich op? De meeste van de hier geselecteerde fotografen opereren als het verlengstuk van een min of meer bureaucratisch systeem dat gedreven wordt door de wens te begrijpen en/of in te grijpen.

Dat wordt al meteen duidelijk in de beelden waarmee de tentoonstelling opent: een substantiële selectie landschapsfoto’s die tussen 1984 en 1989 geproduceerd werden in opdracht van het door de Franse overheid op touw gezette multidisciplinaire DATAR-project (DATAR staat voor: Délégation interministérielle à l'aménagement du territoire et à l'attractivité régionale). Voor de realisatie van het fotografisch programma werden 29 fotografen aangezocht om telkens een welbepaald deel van Frankrijk in beeld te brengen. Voor de formulering van hun fotografische opdrachten liet DATAR zich inspireren door de Mission Héliographique, een project dat in 1851 gelanceerd werd door de toenmalige Commission des monuments historiques en dat vijf Franse fotografen eropuit stuurde om wat er nog overbleef van het grootse Franse architecturale verleden vast te leggen.

Maar het DATAR-project benaderde ‘le territoire Français’ op een heel andere manier dan de Mission Héliographique, die tenslotte toch als voornaamste doel had het Second Empire van Napoleon III symbolisch te verbinden met de monumentale grandeur van een glorieus verleden. Om te beginnen richtte het zich niet op het monumentale verleden (of heden), maar wel op het banale, alledaagse landschap. Bovendien probeerde het DATAR-project het landschap niet binnen een enkele, algemeen geldende definitie te vatten, maar wou het net zijn dwarse verscheidenheid laten verschijnen. Vandaar het multidisciplinair karakter van het project: het team bestond niet alleen uit fotografen, maar ook uit planologen, geografen, stedenbouwkundigen, sociologen en antropologen. Vandaar ook de keuze voor fotografen die werk maakten met een zekere autonomie: geen slaafse archivarissen, maar auteurs met een eigen signatuur. Ze kwamen uit binnen- en buitenland, sommigen hadden al een hele carrière achter zich (zoals Robert Doisneau), anderen stonden aan het begin ervan (zoals o.a. Gilbert Fastenaekens en Gabriele Basilico). Hun taak: nieuwe, verrassende inzichten ontlokken aan het hen toegewezen gebied.

De beelden in de eerste zaal zijn dan ook eigenzinnig divers. Intieme foto’s van het leven op de boerderij waar de fotograaf opgroeide (Raymond Depardon), strakke, documentaire opnames van het grillige wegennetwerk in de Alpen en de Pyreneeën (Alain Ceccaroli), onbestemde beelden van onbeduidende plekken in de stad waaraan men normaal achteloos zou voorbijwandelen (Dominique Auerbacher), suggestieve beelden die een psychogeografie van de Parijse voorsteden beogen (Tom Drahos), enzovoort. Hoe verschillend de bij het project betrokken fotografen ook te werk gaan, toch delen zij de overtuiging dat het hun taak is de verschillende, al dan niet conflictueuze, krachten die op het landschap inwerken zichtbaar te maken. Het landschap is geen vaststaand, maar een actief gegeven, een proces in wording. Overheden proberen het land te organiseren, te ordenen; het terrein zelf ondergaat de ingrepen lijdzaam of verzet zich tegen zoveel machtsvertoon; de gebruikers volgen gedwee de voorschriften of ontwikkelen strategieën om ze te ontwijken. De fotografen zelf kiezen geen partij: ze leggen (pijnpunten) bloot zonder te oordelen of te veroordelen. Hun beelden zijn dan ook geen illustraties van een op voorhand bepaalde opvatting, maar het resultaat van een intens gesprek met de brute concreetheid van het landschap zelf.

Het succesvolle DATAR werd een model voor latere documentaire fotografieprojecten. De veelzijdigheid van de beelden maakte duidelijk dat net fotografen in staat zijn de uiteenlopende kwaliteiten van een landschap zichtbaar te maken. Het zette overheidsdiensten en agentschappen die zich met ruimtelijke ordening bezighielden er dan ook toe aan verder met fotografische strategieën te experimenteren. In de volgende zalen van de tentoonstelling komen enkele van de door zulke diensten aangewende fotografische werkwijzen aan bod. Twee voorbeelden. Eén: de ‘herfotografie’ van Thibaut Cuisset en Gérard Della Santa binnen het Observatoire photogaphique national du paysage. In de loop van verschillende maanden, of zelfs jaren, keerden deze fotografen telkens terug naar eenzelfde gebied, of legden ze het hetzelfde traject af om de (trage dan wel snelle) veranderingen te registreren die zich in het landschap manifesteerden. Twee: de eerder poëtische fotografische series van Jean-Christophe Ballot, Sabine Delcour, Jozef Koudelka en Michael Kenna, allen werkzaam binnen het kader van de Mission photographique du Conservatoire du littoral. Zij kozen niet voor een klinische en systematische analyse van de kuststreek, maar hadden oog voor de melancholische schoonheid ervan, of brachten er een lyrische, tijdloze ode aan. Hun beelden beschrijven geen landschap, maar waarderen het.

Naarmate de tentoonstelling vordert en in de eenentwintigste-eeuw duikt, doet er zich een opmerkelijke verschuiving voor in de fotografische blik op het landschap. Dat verschil kan worden toegeschreven aan de veranderende context waarbinnen die ‘nieuwe’ landschapsbeelden zijn ontstaan. Nog steeds ligt een opdracht aan de basis ervan, maar nu formuleren fotografische collectieven deze zelf, onafhankelijk van een vraag vanuit de overheid. Het resultaat is een explosie van idiosyncratische landschapsbeelden die vooral tasten naar de psychologische en emotionele lading van het landschap. Ze hebben het nog enkel over de wijze waarop elk individu, elke (al dan niet gemarginaliseerde) groep, het landschap anders ervaart. Waar de DATAR-fotografen nog een gedeeld landschap presenteerden, zien we hier een landschap waarop een claim wordt gelegd; een landschap dat onherroepelijk verdeelt, dat bezet wordt door conflicterende verhalen, betekenissen, waarden. Die vernauwing van het landschap tot drager van persoonlijke bekommernissen mondt uit in een loutere nevenschikking van incongruente perspectieven. Het landschap als concrete werkelijkheid lost op in de hevige emoties die het opwekt.

 

Paysages français. Une aventure photographique, 1984 – 2017 tot 4 februari in Bibliothèque nationale de France, Quai François Mauriac, 75706 Paris (01/53 79 59 59; bnf.fr).