Steven Humblet

DE WITTE RAAF

Editie 191 januari-februari 2018

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Akram Zaatari. Against Photography

In 1997 richtten de fotografen Fouad Elkoury en Samer Mohdad samen met de Libanese kunstenaar en filmmaker Akram Zaatari in Beiroet de Arab Image Foundation op. Later zouden ook Walid Raad en Yto Barrada gedurende enige tijd tot de groep behoren. De doelstelling van de organisatie: het verzamelen, archiveren, onderzoeken en ontsluiten van fotografische beelden afkomstig uit het Midden-Oosten, Noord-Afrika en de Arabische diaspora. De ondertitel van de tentoonstelling, An Annotated History of the Arab Image Foundation, suggereert dat we hier een terugblik krijgen op de eerste twintig jaar van de stichting. Maar wat we eigenlijk te zien krijgen is een reeks kunstwerken van Akram Zaatari (°1966) die het archief als vertrekpunt nemen. 

De expositie begint met een tijdlijn waarop kort de verschillende activiteiten (tentoonstellingen en publicaties) van de stichting worden voorgesteld. Tegenover de tijdlijn hangen twee wereldkaarten die de ruimtelijke bewegingen van de beelden weergeven, van hun vindplaats via het archief naar hun verschillende toonplekken. Op een lezenaar onder een van de kaarten ligt een lijvig boek dat kort alle collecties in het archief beschrijft. De verzamelde beelden zijn afkomstig uit privécollecties, fotoalbums bijvoorbeeld, maar ook uit archieven van plaatselijke studiofotografen en persagentschappen. Voor Zaatari zijn de verzamelde beelden geen doodse objecten, maar bezielde artefacten die specifieke praktijken belichamen. Maar om die praktijken zichtbaar te maken, is het nodig om er ongebonden mee aan de slag te gaan, en ze zo terug actief te maken.

Hoe drastisch Zaatari soms te werk gaat, blijkt al meteen uit A Photographer’s Shadow (2017), het eerste werk in de tentoonstelling. Het bestaat uit een reeks foto’s waarin amateurfotografen onbedoeld hun eigen schaduw vastlegden. Ze hielden zich scrupuleus aan een van de vuistregels van de fotografische act – altijd fotograferen met de zon in de rug – maar vergaten daarbij dat hun eigen schaduw daardoor het beeld binnendrong. Zaatari isoleert telkens het fragment waar de schaduw valt, dat hij uitvergroot in een nieuwe afdruk. Wat op het eerste gezicht een technische fout is, wordt nu het eigenlijke onderwerp van de foto. De zorgvuldig opgebouwde fictie van de fotograaf die buiten het gebeuren staat dat hij fotografeert, valt in duigen. Fotograaf en onderwerp vallen samen, zijn schaduw wordt een signatuur. Door de expositie met deze reeks te openen, beklemtoont Zaatari dat hij niet zozeer geïnteresseerd is in wat de beelden tonen, als wel in de figuur achter de camera, en de krachten en conventies die de fotografische praktijk sturen.

Zaatari beschouwt het als zijn taak de complexe context waarin de gearchiveerde beelden functioneerden te reconstrueren, of in elk geval voor een hedendaags publiek inzichtelijk maken. Elke foto is ingebed in een netwerk van sociale relaties: die tussen fotograaf en onderwerp, die tussen maker en bestemmeling, die tussen eigenaar en archief. In het werk The Vehicle (2017) brengt Zaatari beelden samen waarvan hij zowel de voor- als de achterkant toont. Op de voorzijde zien we koppels of families trots poseren rond een pas aangeschafte auto. Op de achterzijde staan de namen vermeld van hen die we op de voorkant zien, aangevuld met enkele archiefannotaties. Het maken van de foto zelf en het gebruik van de auto als accessoire bevestigen het beeld van een middenklasse die zich zelfbewust modern noemt. De tekst op de achterkant van de foto markeert dan weer het traject dat de beelden afgelegd hebben – eerst tussen familieleden onderling, uiteindelijk van privaat fotoalbum naar archief. Afbeelding en tekst maken duidelijk hoe alle handelingen die het maken en in circulatie brengen van een fotografisch beeld veronderstellen, het tot een complex sociaal feit maken. Het beeld is niet alleen de plek waar een zorgvuldig geconstrueerd zelfbeeld het licht ziet, maar is ook een artefact dat mensen verbindt en waaromheen een gedeelde geschiedenis kan ontstaan.

De beelden uit het archief zijn geen stomme getuigen van een voltooid verleden, maar maken deel uit van een orale cultuur. Het zijn sociale beelden die voortleven in de gesprekken die erover gevoerd worden. In twee films laat Zaatari makers of eigenaars van foto’s aan het woord. On Photography, People and Modern Times (2010) is een dubbelprojectie. Op het ene scherm zien we hoe de foto’s behoedzaam uit een archiefdoos worden gehaald, terwijl op het scherm ernaast de maker herinneringen eraan ophaalt. In On Photography, Dispossession and Times of Struggle (2017) zien we een gehandschoende hand die voorzichtig negatieven op een lichtbak legt. Rechts op de lichtbak liggen twee smartphones boven elkaar waarop interviews worden getoond. Mensen die spreken over het geweld dat de regio teisterde – van de Armeense genocide in 1915 en de naweeën daarvan, tot de aanslag op de Libanese leider Maarouf Saad in 1975, het begin van de Libanese burgeroorlog – worden afgewisseld met getuigenissen van ontheemden die door dit geweld van hun foto’s (en dus hun geheugen?) werden beroofd.

De beelden in de films getuigen van geweld dat steeds specifiek is (het gaat steevast om ‘deze’ moord, om ‘deze’ aanslag, om ‘deze coup’, om de opstand en het lijden van ‘dit’ individu, enzovoort). Maar foto’s kunnen volgens Zaatari ook op een andere manier getuigen van het geweld dat de regio teistert. Against photography (2017), de reeks waaraan de tentoonstelling haar naam ontleent, bestaat uit twaalf gravures. Ze zijn gebaseerd op digitale 3D-scans van een piepklein segment van het gelatineuze oppervlak van enkele beschadigde fotonegatieven. Het resultaat van die omzetting is een geheel van brede, gladde, platte vlakken en dikke, vertakte nerven, een strakgetrokken vel vol littekenweefsel. De gevoelige plaat is als een broos lichaam met de sporen van het geweld letterlijk op de huid geëtst. Ook in andere reeksen – zoals The Body of Film (2017) en Faces to Faces (2017) – gebruikt Zaatari de broze, aangetaste materialiteit van de fotografische drager om op een abstracte, maar aangrijpende, manier te getuigen van de gewelddadige geschiedenis van de regio.

 

Akram Zaatari – Against Photography. An Annotated History of the Arab Image Foundation, tot 25 februari in K21 Ständehaus, Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen, Ständehausstraße 1, 40217 Dusseldorf (kunstsammlung.de; 0211/83.81.204).