Nathalie van der Lely

DE WITTE RAAF

Editie 191 januari-februari 2018

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Rana Hamadeh. The Ten Murders of Josephine

Op 8 september opende in Witte de With de tentoonstelling The Ten Murders of Josephine. De tentoonstelling vormde de tweede fase in het grote operaproject van Rana Hamadeh, dat in november 2016 van start ging met een besloten studiegroep en dat eindigde met de opera The Ten Murders of Josephine die op 14 december 2017 in première ging in de Rotterdamse Schouwburg. 

Hamadeh baseerde de tentoonstelling voor een groot deel op het historische verslag van de casus Gregson versus Gilbert (1783), het enige overgeleverde document van ‘The Zong Massacre’ uit 1781. Op 18 augustus van dat jaar vertrok het Britse slavenschip Zong, met 422 slaven aan boord, van Liverpool richting Jamaica. Toen bleek dat er te weinig water aan boord was voor alle opvarenden, besloot de Britse kapitein Luke Collingwood om 133 slaven overboord te gooien. Hoewel de vracht van 422 slaven voor vertrek werd verzekerd in Liverpool, weigerde de verzekeringsmaatschappij de kosten van deze 'averij-grosse' uit te keren; de eigenaren van het slavenschip spanden een rechtszaak aan tegen de verzekeraar. De inzet van deze rechtszaak was niet de moord op de slaven, maar de vraag of de kapitein correct handelde en aanspraak mocht maken op de verzekerde waarde van zijn 'verloren' vracht.

Voor Rana Hamadeh illustreert deze macabere zaak niet alleen de juridische logica van het slavernijsysteem, maar werpt ze ook een schaduw op de waarde van getuigenverklaringen in een juridisch proces. De stem van de groep overboord gegooide slaven weerklonk enkel in het verslag van Robert Stubbs, die als lid van de bemanning onder leiding van kapitein Collingwood 133 levens beëindigde, en getuigde om de doden als noodzakelijk geleden averij te legitimeren.

Hamadeh's langlopende project kent ook een literaire referentie. De titel van de tentoonstelling en de opera verwijst naar Josefine, die Sängerin oder das Volk der Mäuse, een kortverhaal van Franz Kafka (1883-1924) waarin de muis Josefine als enige van haar volk kan zingen, en met haar gezang het muizenvolk vermaakt. Josefine eist van het muizenvolk dat zij wordt vrijgesteld van werken, waardoor ze zich volledig aan haar kunst kan wijden en een afstand kan creëren tussen zichzelf en het publiek, zodat er een grotere mystiek kan ontstaan. Als dit haar wordt geweigerd door het muizenvolk, verdwijnt ze, en de zangkunst met haar.

De tentoonstelling, die zich in de zes ruimtes ontpopt tot een complexe, interactieve en dynamische geluidsinstallatie, is een dramaturgische weergave van Hamadeh’s werkproces enerzijds, en de interpretatie van Kafka’s verhaal en de casus Gregson versus Gilbert anderzijds. Via de aktes Prelude, First Movement, Second Movement en Third Movement van het libretto The Ten Murders of Josephine ordent Hamadeh haar onderzoek.

In de eerste ruimte, de Prelude, lonkt het rode pluche van de opgestelde theaterstoelen, maar het excessieve geluid dat uit de boxen ontsnapt, schrikt af. De stem van een vrouw, het gezang van een Arabische man en het ritmisch applaus van een groep mensen buitelen over elkaar heen, steeds harder smekend om aandacht van de bezoeker. Nadat de Prelude een kleine vijftien minuten in beslag heeft genomen en er een welkome stilte heerst, start de First Movement van het libretto in de tweede ruimte. Een futuristisch ogend orgel leest uit een orgelboek de muziek van The Ten Murders of Josephine. Uit de aan het plafond bevestigde luidsprekers weerklinken opnames van omgevingsgeluiden en de stemmen van bezoekers: ongemerkt wordt de bezoeker daarbij een getuige, waarvan de getuigenis vervolgens weer gewist wordt.

Een rood lampje in de derde ruimte gaat branden: de Second Movement vangt aan. Een grote projectie van de getekende partituur van het libretto, een graphic score, laat het verloop van de opera zien. Tegenover de projectie van de graphic score is een watermeloen op een lage sokkel te aanschouwen, onder meer omringd door twee helften van een kokosnoot, een telegraaf en een boekje met de titel Manual of Phonography. Hamadeh lijkt met deze opstelling oude manieren van communicatie te tonen.

Een grote poster gaat in op de casus Gregson versus Gilbert, en suggereert een onderling verband tussen de ruimtes : in de ‘Zong Massacre’ krijgt immers de driehoeksrelatie tussen het gesprokene, het onuitgesprokene en het onuitspreekbare gestalte.

In de laatste ruimte, de Third Movement, spuwt een ouderwetse printer rollen tekst uit en zijn aan de muur drie led-lichtkranten bevestigd. Op de lichtkranten verschijnen fragmenten uit het libretto, en op de papieren rollen zien we computercodes die aan de basis liggen van de digitale infrastructuur van deze tentoonstelling: een geprogrammeerde geluidscyclus waaraan live stemmen en geluiden op automatische wijze worden toegevoegd.

The Ten Murders of Josephine is een complexe installatie waarmee Hamadeh desalniettemin transparantie biedt over haar achterliggende motivaties. Met haar gelaagd, steeds veranderend audiovisueel onderzoek maakt ze de ambigue relatie en hiërarchieën tussen verschillende stemmen op geslaagde wijze voelbaar. Geen wonder dat Rana Hamadeh met haar operaproject de winnaar van de Prix de Rome 2017 werd.

 

Rana Hamadeh. The Ten Murders of Josephine liep tot 31 December 2017 in Witte de With Center for Contemporary Art, Witte de Withstraat 50, 3012 BR Rotterdam,(wdw.nl, 010/411.01.44).