Christophe Van Gerrewey

DE WITTE RAAF

Editie 191 januari-februari 2018

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Camille Henrot, Days are dogs

Na Philip Parreno en Tino Sehgal kreeg eind dit jaar Camille Henrot (1978) carte blanche in het Palais de Tokyo in Parijs. Het concept dat ze in samenwerking met curator Daria de Beauvais bedacht, was even eenvoudig als veelbelovend. Het had van Georges Perec kunnen komen, die in Espèces d’espaces uit 1974 voorstelde om een appartement te ontwerpen met zeven kamers, een voor elke dag van de week: le lundoir, le mardoir, le mercredoir enzovoorts. De tentoonstelling van Henrot begon met een ruimte gewijd aan zaterdag, en eindigde, een verdieping (en een week) later, in een zaal gewijd aan vrijdag. ‘Elke kamer’, aldus de tentoonstellingsgids, ‘evoceert een dag van de week – een open wereld waarin conventies, emoties, en individuele vrijheid speels met elkaar geconfronteerd worden.’ Henrot leek zich met dit concept in een Franse intellectuele traditie te plaatsen – met naast Perec ook auteurs als Sarraute, De Certeau en Lefebvre – waarin de regulering van het dagelijkse leven kritisch, maar ook speels wordt onderzocht. 

Toch werd deze ambitie niet geheel waargemaakt. Het probleem van Days are dogs – een verwijzing naar de hondsdagen in augustus, maar ook naar a dog day, een moeizame dag – lag in de verschillen tussen concept en invulling. Er werden voornamelijk bestaande werken van de afgelopen twaalf jaar getoond, zoals Deep inside uit 2005, Henrots eerste film. Al te vaak werd het duidelijk dat deze werken niet werden gemaakt om bij één dag te passen, wat hen door het concept wel werd opgedrongen. Met Days are dogs werd zowel geprobeerd een retrospectieve van het jonge oeuvre van Henrot te organiseren, als een gesamtkunstwerk te presenteren rond de weekdagen – en dat laatste lukte niet, of niet volledig.

In de eerste ruimte, gewijd aan zaterdag, strookte de structuur met de inhoud, omdat Henrot een nieuwe film toonde met als titel Saturday, gewijd aan de Amerikaanse Seventh-Day Adventist Church, een groepering waarvan de leden zich op zaterdag laten dopen door onderdompeling. Saturday is een strak geregisseerde en toch frenetieke, op muziek gezette stroom van korte filmfragmenten, gemaakt in 3D. Tropische landschappen, medische testprocedures en beelden van voedsel worden afgewisseld met opnames van het doopritueel van de Adventist Church. Het is zowel komisch als treurig om te zien hoe deze mensen zich, volledig gekleed, onder water laten duwen door een priester (die een doek voor hun mond en neus drukt, zodat ze geen water binnen krijgen), om daarna in tranen uit te barsten, overtuigd dat ze herboren zijn of rust hebben gevonden. De belofte van verlossing uit de arbeidscyclus die elke zaterdag in zich draagt – misschien meer nog dan zondag, die thuis klussend of werkend wordt doorgebracht terwijl maandag stresserend nadert – wordt in deze film ten top gedreven. Tegelijkertijd laat Henrot tekstbalken met nieuwsflitsen over het scherm lopen, zoals het breaking news op CNN: een information overload waar je inderdaad slechts bij uitzondering – zoals tijdens een ritueel doopevenement – aan kan ontsnappen.

Saturday is sterk verwant aan Grosse Fatigue, de film waarvoor Henrot in 2013 de Zilveren Leeuw kreeg in Venetië. Ook deze film wordt voortgedreven door een pulserende soundtrack, geïnspireerd door de Amerikaanse hiphop- en spoken-wordband The Last Poets; en ook hier staat – zichtbaar door de vele zich openvouwende beeldschermen – het overvloedige aanbod, al dan niet virtueel, aan producten, evenementen, advertenties, beelden en informatie in de eenentwintigste eeuw centraal. Letterlijk en figuurlijk is leven (weg)klikken en swipen geworden, keuzes maken, onderscheid aanbrengen, weigeren en aanvaarden – to do or not to do.

Op Days are dogs bevond Grosse Fatigue zich in de zaal gewijd aan donderdag, en daar was geen logische verklaring voor. Wat de film onder meer toont is net dat het internet, en de manier waarop de wereld in onze huizen en hoofden naar binnen komt, zich niets aan de dag- of nachtindeling gelegen laat liggen. In de gids wordt er teruggegrepen op astrologische oorsprongen om het concept overeind te houden: ‘donderdag is de dag van Thor, in het Latijn ‘Jupiter’, belichaming van macht – van het patriarchaat, dat in het westen lange tijd macht zelf heeft gesymboliseerd’. Van dinsdag wordt beweerd dat deze dag ‘vurig oppositioneel is, competitief en oorlogszuchtig’ – wat vervolgens een film van Henrot over jiujitsu moet verantwoorden. In plaats van de werken te cureren (en betekenis of context te suggereren), wordt er vooral discursieve mist geblazen. De verwarring en de besluiteloosheid die Henrot probeert te thematiseren, maakte zich meester van de tentoonstelling zelf, wat een appreciatie van de werken haast onmogelijk maakte.

Wat evenmin hielp was dat Henrot een handvol bevriende kunstenaars had gevraagd om de tussenruimtes in het Palais de Tokyo ook van kunst te voorzien (een praktijk die steeds vaker voorkomt, waarschijnlijk omdat het sympathiek oogt), iets wat de rek en de inhoudelijke coherentie nog meer uit de tentoonstelling haalde. En dan waren er nog haar installaties, beeldhouwwerken en schilderijen, die nooit het niveau halen van Grosse Fatigue en Saturday. Film is duidelijk het medium waarin Henrot excelleert. Een installatie als The Pale Fox uit 2014, willekeurig bij zondag gezet (‘het moment waarop de sequentie van de intieme wereld de breedte van het universum reflecteert’, aldus de tentoonstellingsgids), is een chaotische verzameling objecten, al te esthetisch gepresenteerd in een diepblauw geschilderde kamer. Het resultaat is een visuele overdaad aan prullen, foto’s, voorwerpen, meubels en sculpturen, waarin geen enkel ding storend werkt of de overhand neemt, en waartussen nauwelijks verbanden te maken zijn – behalve dan dat het gaat om vriendelijke, glanzende en glossy beelden die niet zouden misstaan in lifestyletijdschriften-voor-millenials zoals apartemento, Another Man of The Gentlewoman. De ruimte gereserveerd voor maandag was gevuld met surrealistisch ogende sculpturen – menselijke figuren die snavels, vleugels of rare genitale uitstulpels krijgen. Misschien was Une semaine de bonté, het collageboek van Max Ernst uit 1934, evenzeer gewijd aan de zeven dagen van de week, een inspiratiebron. In plaats van onbewuste verlangens of verdrongen driften zoals bij de surrealisten, reveleren de sculpturen van Henrot – net als Days are dogs als geheel – vooral de stress van de beeldconsument, een eerder oppervlakkige recuperatie van de kunstgeschiedenis en het onvermogen om coherente keuzes te maken.

 

Carte blanche à Camille Henrot. Days are Dogs liep tot 7 januari 2018 in Palais de Tokyo, 13 avenue du Président Wilson, 75116 Paris (01/47.23.54.01; www.palais-detokyo.com).