Erik Eelbode

DE WITTE RAAF

Editie 46 november-december 1993

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

E.S. Curtis herzien

De Amerikaan Edward  Sheriff Curtis (1868-1952) realiseerde met zijn project “The North American Indian”  niet enkel een van de grootste ondernemingen uit de geschiedenis van de fotografie en de etnografie, hij is ook medeverantwoordelijk voor het hoogst vertekende beeld  dat van de  Indiaan werd gecreëerd. Het beeld dat wij ons van de Indianen vormen is grotendeels een blank concept, een imaginaire Indiaan. Dit gegeven was begin dit jaar al het thema van een verfrissende tentoonstelling in het Antwerps Ethnografisch Museum. Een en ander wordt momenteel opnieuw opgenomen en uitgediept aan de V.U.B. Er zijn een veertigtal fotogravures van Curtis te zien  en er verscheen een boek “Re-Discoveries of America”, waarin één essay aan Curtis werd gewijd. De auteur ervan, Mick Gidley maakt komaf met de idee dat het picturalisme, de stijl die ook Curtis in zijn foto’s aanhing, een onschuldige, idealiserende omgang met fotografie is. Curtis toont zijn Indianen, hun land, hun nederzettingen, bijna zonder uitzondering in een zacht, diffuus licht (à la Rembrandt), gebruikt effectvolle composities, flou artistique, werkt achteraf bij, herkadreert, enzovoort... Curtis is een estheet, hij verdoezelt. Hij leverde soms zelf “authentieke” kostuums, voorzag kalende Indianen van een pruik en wiste systematisch alle sporen van de mechanistische 20ste eeuw uit. Kortom, een van de belangrijkste kenmerken van het picturalisme is manipulatie. Gidley besluit: “The ideological thrust of the heritage of photographic pictorialism in Curtis’s work tended to disguise, even deny, what was, in fact and effect, a seemingly almost endless series of damaging political and economic decisions made by human beings.” In zijn inleiding tot de Brusselse Curtis-selectie herinnerde Johan M.Swinnen eraan dat de blanke Amerikanen zich het beeld van de Indiaan als “vanishing race” schiepen louter ter legitimatie van hun niets ontziend imperialisme, dat gepaard ging met de grootste genocide aller tijden. De reden waarom de Indianen gefotografeerd zijn en de wijze waarop, dient dan ook verklaard te worden vanuit dit blanke stereotype van de verdwijnende Indiaan. Zolang de strijd om landbezit duurt overheerst een negatief beeld: de slechte wilde. Is de kolonisatie tegen het einde van de 19de eeuw voltooid en zijn de Indianen in hun reservaten bedwongen, dan is er plaats voor nostalgie. Nobeler dan ooit beleeft de wilde zijn wedergeboorte. Alle wetenschappelijke middelen, antropologie, etnografie, geholpen door de fotografie, worden ingezet om nog vlug een inventaris aan te leggen. Nog eenmaal mag de Indiaan, als laatste getuige van een geïdealiseerd verleden, trots in de camera blikken, opdat latere generaties zich deze machtige tegenstrever uit de mythische ontstaansgeschiedenis van de Amerikaanse natie zouden herinneren.

 

• De Curtis-tentoonsteling loopt nog tot 30 november in de VUB, Galery’, Gebouw Y’, Pleinlaan 2, 1050 Brussel (02/641.23.26). Het boek “Re-Discoveries of America-The Meeting of Cultures”, samengesteld door Johan Callens, is een uitgave van VUBPress en kost 595,-fr. Eveneens tot 30 november is er in het American Cultural Center, Bolwerksquare 1c (Naamse Poort), 1050 Brussel  de tentoonsteling “Images of Native Americans-An exhibition of vintage postcards” te zien.