Christophe Van Gerrewey

DE WITTE RAAF

Editie 192 maart-april 2018

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Hito Steyerl, Duty Free Art. Art in the Age of Planetary Civil War

Zoals Yves Klein onverschrokken de leegte in dook, zo geeft Hito Steyerl zich over aan digitale technologie en internet, door beide als onderwerp te nemen van haar bezigheden. Ze doet dit zo ongeremd en met zoveel energie, dat haar werk al snel vele eigenschappen van de virtuele wereld overneemt. Steyerl maakt films en installaties – zoals afgelopen zomer HellYeahWeFuckDie op Skulptur Projekte Münster, met als vertrekpunt de vaakst gebruikte woorden in populaire lyrics – maar ze geeft eveneens lezingen en performances. In Duty Free Art zijn teksten verzameld van de afgelopen zeven jaar, meestal eerder gepubliceerd op het onlineplatform e-flux journal

Het zou te ver gaan om dit boek een essaybundel te noemen, want daarvoor wordt in de geschriften van Steyerl te weinig rekening gehouden met de conventies en esthetische tradities van het genre, terwijl er van verrassende literaire constructies of van vormelijke experimenten evenmin sprake is. Duty Free Art bevat transcripties van lezingen, of misschien eerder tot doorlopende tekst herschreven notities die als leidraad dienen bij het geven van een presentatie. Steyerl vertelt vrijuit in de eerste persoon, associeert wild in het rond, toont beelden en filmpjes, ontleent inzichten en anekdotes aan vrienden en kennissen, en bedankt hen ook – niet voor steun bij de totstandkoming van het boek, maar van iedere tekst afzonderlijk. Voor hulp – ‘amazing support’ – bij de creatie van de eerste tekst, A Tank on a Pedestal, is ze erkentelijkheid verschuldigd aan achtereenvolgens Pip Laurensen (die de conferentie organiseerde in Tate Modern waarop de tekst werd gebracht – ‘a great event’, benadrukt Steyerl), Oleksiy Radynski, Max Schmoetzer, David Riff, Anton Vidokle, João Fernandes en Manuel Borja-Villel. Duty Free Art bevat geen personenregister, maar in de ‘acknowledgements’ worden 75 verschillende namen genoemd, en dan worden de studenten van Steyerl, net als de deelnemers aan wereldwijde workshops, niet eens bij naam genoemd. Dit is duidelijk een boek van een kunstenaar-auteur die weinig op heeft met de ‘eenzaamheid van het project’, om te verwijzen naar een essay van Boris Groys (door Steyerl trouwens een zevental keer genoemd), en die integendeel produceert met, door, dankzij en ook voor een netwerk van gelijkgestemden. Van pseudo-erudiete namedropping is geen sprake, als wel van het verlangen om een gemeenschap van peers te erkennen en te bestendigen, en op die manier de eigen bezigheden een veronderstelde urgentie te verlenen.

De gevolgen zijn moeilijk te overzien, maar zeker is dat de teksten in Duty Free Art gevangen zitten in een ondraaglijke actualiteit. Bijna iedereen waaraan wordt gerefereerd is alive and kicking, en vermoedelijk geregeld lijfelijk aanwezig bij de lezingen. Bovendien worden er vaak recente gebeurtenissen behandeld die van een online gedeelde anekdote tot een symbool voor de huidige geopolitieke situatie uitgroeien in niet meer dan een paar zinnen. A Tank on a Pedestal opent met een motto, vermoedelijk van Steyerl zelf: ‘I love history. But history doesn’t love me back, Whenever I call her I get her answering machine. She says: 'Insert logo here.'' De tekst zelf begint met de beschrijving van een filmpje waarop te zien is hoe een tank van de Sovjets uit de Tweede Wereldoorlog letterlijk van zijn voetstuk wordt gehaald in Oekraïne door pro-Russische separatisten om weer dienst te doen in een plaatselijk conflict. Dat is althans wat Steyerl beweert. Het eigenlijke filmpje, 71 seconden lang en te bekijken op military.com (een website opgericht in 1999 om ‘30 million Americans with military affinity’ te informeren en verbinden), toont enkel hoe geprobeerd wordt om een tank van een sokkel te halen – iets wat met rookontwikkeling gepaard gaat, en gegrinnik opwekt bij de cameraman. Steyerl noemt het een ‘intriguing example’, maar waarvan dit ‘evenement’ een voorbeeld is, wordt niet meteen duidelijk. Ze vindt het verwonderlijk dat een historisch relict weer in gebruik kan worden genomen, en al in de derde alinea schrijft ze: ‘But this opens up more general questions. How can one think of art institutions in an age that is defined by planetary civil war, growing inequality, and proprietary digital technology? The boundaries of the institution have become fuzzy.’ Die snelle overgang is om verschillende redenen weinig plausibel. Een sokkel ergens op het platteland in Oekraïne is geen kunstinstituut, en een tank is geen kunstwerk. Wat heeft het hergebruiken van een tank met groeiende ongelijkheid en digitale technologie te maken? Suggereert Steyerl dat de soldaten te arm zijn om een tank te kopen, of dat de tank in gang wordt gezet enkel om er een filmpje van te maken? Wordt het huidige tijdperk werkelijk door een ‘planetaire burgeroorlog’ gekenmerkt? Getuigt het niet van geheugenverlies en – opnieuw - van een gebrek aan precisie, om het woord ‘oorlog’ zonder al te veel nuancering in te zetten, zoals overigens ook vele rechtse politici dat doen? Zijn er ooit kunstwerken letterlijk ingezet als oorlogstuig? En waarom zou het erg zijn om een werk, al is het dan figuurlijk en tijdelijk, uit het museum te halen en te actualiseren? Het zijn vragen die tonen hoe de analogie, ontwikkeld vanuit de found footage van de rokende tank, eerder dan te verhelderen alles mistiger en onbegrijpelijker maakt. Ook elders in Duty Free Art is het denkwerk even onprecies als frustrerend. Steyerl probeert elke mogelijke inval uit, maar in plaats van verbindingen en denkbewegingen te ontwikkelen, legt ze vooral links – ze klikt op alles wat ze in het vizier krijgt, en ze doet alsof het ene automatisch met het andere te maken heeft. Typerend is hoe meer dan een derde van de alinea’s, en soms zelfs opeenvolgende zinnen, met ‘But’ beginnen – niet alleen een lelijk verbindingswoord, maar ook een partikel dat aangeeft hoe de ideeën als het ware tegen hun zin bij elkaar worden gezet. ‘But let’s return to the initial image.’ ‘But let me tell you something.’ ‘But inceptionism is not just a digital hallucination.’ ‘But what are we going to make of automated apophenia?’ ‘But let’s assume that we are actually dealing with projections.’ ‘But as itself destroyed [sic], it multiplied.’ ‘But what if not only the cameras exploded but also the images they produced?’ ‘But it was not only me who watched the image.’ ‘But even though there was a multitude of eyewitnesses to the battle of Kobanê, what did they see?’ ‘But duty free art is more than a reissue of the old idea of autonomous art.’ ‘But let’s face it – in relation to the scale of other industries, the art sector is just a blip.’ Als de kunstensector inderdaad slechts een blip is, een echo, dan zijn de teksten van Hito Steyerl – in november uitgeroepen tot de nummer 1 op de powerlist van Art Review, als artist-as-theorist en theorist-as-artist – een nauwelijks leesbare nagalm van het slordige en flitsende pseudodenken dat het online-universum overheerst. En als ze precies dat wou aantonen, waarom heeft ze zich dan tot de publicatie van een boek laten verleiden?

 

• Hito Steyerl, Duty Free Art in the Age of Planetary Civil War, verscheen in 2017 bij Verso Books, ISBN 978-17-8663-243-2.