Rixt Woudstra

DE WITTE RAAF

Editie 193 mei-juni 2018

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Jaap Bakema and the Open Society

In de zomer van 2014 toonde het Nederlands paviljoen op de Architectuurbiënnale in Venetië het werk van de architect Jaap Bakema, vooral bekend als de helft van het Rotterdamse architectenbureau Van den Broek en Bakema / Broekbakema, een van de grootste architectenbureaus in naoorlogs Nederland. Dirk van den Heuvel en Guus Beumer presenteerden Jaap Bakema als de architect van de Nederlandse welvaartstaat, onlosmakelijk verbonden met grootschalige sociale woningbouwprojecten onder meer in Rotterdam, Hengelo en Leeuwarden, en winkelcentra zoals de Lijnbaan in Rotterdam. Dirk van den Heuvel tekent nu, vier jaar later, voor de samenstelling van de publicatie Jaap Bakema and the Open Society. Van den Heuvel is professor aan de TU Delft, en hoofd van het Jaap Bakema Study Centre, een samenwerkingsproject tussen de TU Delft en Het Nieuwe Instituut. Deze Engelstalige publicatie maakt het werk van deze toonaangevende Nederlandse architect voor het eerst toegankelijk voor een internationaal publiek. Het boek bestaat uit prachtig visueel materiaal – schetsen, tekeningen, modellen – afkomstig uit het archief in Het Nieuwe Instituut, interviews met tijdgenoten en voormalige collega’s en enkele essays die de ontwerpen van Bakema in een bredere context plaatsen. Ook bevat de publicatie enkele nooit eerder vertaalde teksten van Bakema, zoals zijn inaugurele rede voor de TU Delft, waar hij in 1964 tot professor werd benoemd.

Net als in Venetië staat het idee van de 'open samenleving' centraal – een thema dat Bakema levenslang bezighield. Voor Bakema stond de maatschappelijke functie van architectuur voorop: functionele architectuur, met aandacht voor het individu, kon bijdragen aan een egalitaire en democratische samenleving. Bakema schreef veelvuldig over deze ideeën in het tijdschrift Forum, waar hij samen met de architecten Aldo van Eyck en Herman Hertzberger in de redactie zat. Ook vertaalde hij deze ideeën naar een breder publiek: in het begin van de jaren 60 werd Bakema bekend met Van stoel tot stad, een televisieserie waarin hij, druk schetsend, over zijn ideeën over modern wonen en leven sprak. Het idee van de 'open samenleving' zou van de Franse filosoof Henri Bergson komen, beargumenteert de Amerikaanse architectuurhistorica Christine Boyer in haar bijdrage. In 1932 beschreef Bergson – naar wie Bakema een enkele keer verwees – de 'open samenleving' als een samenleving waarin iedereen voor elkaar zorgde. Vlak na de oorlog kreeg het begrip 'open samenleving' grotere bekendheid door de publicatie van Karl Poppers The Open Society and Its Enemies. Popper pleitte voor gelijkheid, individuele rechten en voor een samenleving gekenmerkt door religieuze en culturele diversiteit. Met name de schetsen voor de woonwijk t' Hool in Eindhoven, gebouwd tussen 1961 en 1972, laten duidelijk zien hoe Bakema deze ideeën vertaalde naar de gebouwde omgeving. In t' Hool wisselen hoogbouw en laagbouw elkaar af. Hierdoor werd mensen niet opgelegd hoe ze moesten wonen, maar kregen ze een keuze. Deze keuzevrijheid toont zich ook in de ontwerpen voor de appartementen zelf: Bakema ontwierp verschillende types, met elk een andere indeling. Hij bouwde ook een aantal zogenaamde 'groeiwoningen' in Eindhoven, flexibele ontwerpen die konden worden aangepast indien er uiteindelijk meer ruimte nodig bleek te zijn – een idee dat tegenwoordig weer relevant is. In het ontwerp voor het dorp Nagele in de Noordoostpolder, gebouwd in 1960, kwam het idee van de 'open samenleving' op een andere manier tot uiting, schrijft Dirk van Gameren. Hier was Bakema onder andere verantwoordelijk voor het ontwerp van de Gereformeerde Kerk - een van de vier kerken in het kleine dorp. In naoorlogs Nederland betekende de 'open samenleving' ook religieuze vrijheid, of in Bakema's woorden, het recht op 'een passende levensverklaring'.

Het boek schenkt ruim aandacht aan Bakema's activiteiten buiten Nederland, en de belangrijke rol die hij speelde in het internationale architectuurdebat. Carola Hein, bijvoorbeeld, bespreekt in haar bijdrage een onuitgevoerd ontwerp voor de open competitie 'Hauptstadt Berlin' in 1957, een ontwerpwedstrijd ingericht door West-Duitsland voor een verenigd Berlijn tijdens de Koude Oorlog. Jorrit Sipkes schrijft over het futuristische paviljoen dat Bakema ontwierp voor Expo 70, de wereldtentoonstelling in Osaka in 1970 – door de zilverkleurige façade en felle kleuren gezien als een uitzondering in Bakema's oeuvre. Een afsluitend essay van Dirk van den Heuvel beschrijft de inbreng van Bakema in de naoorlogse bijeenkomsten van het Congrès internationaux d'architecture moderne (CIAM), de internationale organisatie voor moderne architectuur, en zijn rol als een van de initiatiefnemers van Team 10, een internationale groep jonge architecten, waaronder ook Aldo van Eyck en Alison en Peter Smithson, die zich in 1959 afsplitsten van CIAM. Tegelijkertijd gaf Bakema regelmatig college in Amerika, in St. Louis, Buffalo, en aan Harvard, waarbij ook hier weer de nadruk op het idee van de 'open samenleving' lag.

In de jaren 70, tegen het einde van Bakema's carrière groeide de kritiek op zijn grootschalige woningbouwprojecten en stedenbouwkundige ontwerpen. Waren Bakema’s ontwerpen eigenlijk wel zo democratisch?  Een stadsuitbreidingsplan voor Delft, bestaande uit clusters hoge flats omgeven door laagbouw, werd onder hevig protest aangepast. Hoogbouw maakte hier plaats voor kleinschalige woningen aan het water. Terwijl Dirk van den Heuvel wijst op de relevantie van Bakema’s ideeën met betrekking tot de maatschappelijke functie van architectuur in het hedendaagse neoliberale tijdperk, ontbreekt het helaas aan aandacht voor de hedendaagse waardering van Bakema’s ontwerpen. Inmiddels zijn enkele ontwerpen, zoals de Vrijheidswijk in Leeuwarden, geherstructureerd, getransformeerd of afgebroken. Desalniettemin slaagt de publicatie er ruimschoots in – mede door de verschillende interviews met Bakema’s tijdgenoten en voormalige collega's - Bakema's gedrevenheid en het optimisme van de naoorlogse periode over te brengen. De fraaie schetsen en tekeningen tonen een nieuw Nederlands landschap bestaande uit moderne huisvesting, winkelcentra en publieke ruimtes, omgeven door autowegen.

 

• Dirk van den Heuvel, Jaap Bakema and the Open Society, verscheen in 2018 bij Archis, ISBN 978-90-7796-657-0.