Laura Herman

DE WITTE RAAF

Editie 194 juli-augustus 2018

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nina Canell. Energy Budget

Nina Canells interesse gaat uit naar alles wat geleidt en vervoert. Haar sculpturen zijn plastisch, tactiel en poëtisch; haar installaties ingetogen en onspectaculair. Tot haar vertrouwde (vaak op straat gevonden) materialen behoren kabels en allerhande bouwmaterialen, maar ook immateriële of organische ‘geleiders’ zoals water, lucht en stukjes groente en fruit. In een reeks van nieuwe en bestaande werken in het S.M.A.K. richt Canell haar aandacht op het beheer van ‘energie’, meer bepaald op het sculpturale potentieel van onzichtbare energiestromen.

De tentoonstelling opent met Energy Budget (2018), gemaakt in samenwerking met Robin Watkins. De film bestaat uit twee delen, en gaat over levensvormen en de omgeving als uitingen van energie. Het eerste deel is de close-upregistratie van het zachte, gespierde lichaam van een luipaardslak dat zich langzaam over een defect elektrisch schakelbord voortbeweegt. Met zijn beweeglijke tentakels tast en zoekt het dier naar licht en vochtige geuren, en laat het sporen na. Het tweede deel zoomt langzaam uit op wolkenkrabbers in Telegraph Bay, een baai in Hong Kong waar aan het einde van de negentiende eeuw de eerste telegraafkabels aan land kwamen. In de hoge appartementsgebouwen zitten onwaarschijnlijk grote uitsparingen, die door de lokale bevolking dragon gates worden genoemd. De gaten zijn ontworpen om draken vanuit de achterliggende bergen naar zee door te laten, waar ze kunnen drinken en baden. Materiële blokkades worden – volgens de harmonieleer van feng shui, en ondanks het verlies aan waardevolle woonoppervlakte in een sterk op het kapitalisme geënte staat – letterlijk weggenomen om positieve energie ongestoord te laten stromen.

Het is de eerste keer dat Canell een film in een tentoonstelling opneemt, en zonder titelbordje of context zou je dit werk niet meteen aan haar toeschrijven, daarvoor is de film te ‘af’. De beelden zijn afstandelijk en onderzoekend, de camerabewegingen gecontroleerd en clean. Het valt toe te juichen dat een kunstenaar iets nieuws uitprobeert, maar in dit geval zou het beter geweest zijn als Canell zich had beperkt tot wat ze het best beheerst. Haar centrale vraagstelling – hoe kan kinetische energie een ‘actor’ worden in het sculpturale proces – brengt haar tot plastische experimenten met onvoorspelbare resultaten. Haar kunst bevindt zich in een continue staat van onvoltooidheid, en kan, door het veranderlijke, ongrijpbare karakter ervan, nooit echt als ‘af’ beschouwd worden. Die ongrijpbaarheid verleent aan het werk een politieke dimensie: net zomin als bij feng shui kan de door het onafgewerkte kunstwerk opgenomen of verloren energie worden gekapitaliseerd. De aanwezige beweging of ‘energie’ is ook niet altijd met het blote oog waar te nemen. Vorig jaar was in het S.M.A.K. Perpetuum Mobile (25kg) uit 2009 te zien, bestaande uit een kom water en een papieren zak cement. Ultrasone golven zorgden voor een opstijgende mist, waardoor het bouwmateriaal in enkele weken tijd langzaam verhardde. Terwijl je in Perpetuum Mobile (25kg) nog het opstijgend vocht kon waarnemen, lijken de sculpturen in de grote voorzaal van het museum voorgoed immobiel te zijn. Stompjes communicatiekabels (Brief Syllables, 2017), of ‘onderbrekingen’ zoals Canell ze noemt, liggen roerloos verspreid. In een tijd waarin informatie vlotjes wordt gedeeld via ‘immateriële’ kanalen als AirDrop, Bluetooth en de Cloud (een online opslag die trouwens 0,01% van de totale globale energie opslorpt), zien de kabels eruit als stukken puin uit een industrieel verleden. Tegelijk vestigen de kabels door hun non-functionaliteit en inert karakter de aandacht op hun materialiteit als medium, eerder dan op het signaal dat ze vervoeren. Het systeem werkt omdat het niet werkt, om het met Michel Serres te zeggen; pas wanneer het systeem faalt, dient de materiële realiteit zich aan. Wanneer de verbinding verbreekt kunnen relaties ontstaan, en is er plaats voor verbeelding. Pas dan primeert poëzie op dienstbaarheid – en laat het daar nu net in Canells kunst steeds om gaan.

Ook in andere werken reveleert Canell het poëtisch potentieel van fysische processen die we niet helemaal kunnen verbaliseren. Tussen de Brief Syllables in, zijn staven in vleeskleurige mastiekgom verankerd in de vloer (Gum Drag, 2017-18). In deze specifieke opstelling zijn zowel de zwaartekracht als de atmosferische condities van het S.M.A.K. verantwoordelijk voor de traag veranderende sculpturale vorm van de soepele staven, waarvan het materiaal in het ‘gewone’ leven wordt gebruikt om ramen af te kitten, of om de flora van de spijsvertering weer ‘in balans te brengen’. Hier staan statige totems opgesteld. De sculpturen krijgen door hun viscositeit letterlijk een slapstickachtig karakter: de slome massa gaat zachtjes buigen en doorhangen.

In de belendende kabinetten aan weerszijden van de grote voorzaal staan kleinere sculpturen, waaronder Days of Inertia (2017), Cucumbery (2018) en de installatie Flexions (2016-18). De installatie, verspreid over drie kleine kamers, bestaat uit legeringen met een geringe geheugencapaciteit, ook wel ‘geheugendraad’ genoemd. Door korte stroomstoten warmen de draden op en wordt hun vorige vorm opnieuw geactiveerd. Bij koeling echter raakt de vorm opnieuw vergeten. Telkens wanneer er elektriciteit door de verschillende delen van de installatie stroomt, wordt het signaal omgezet in klank. Zo ontstaat er een dynamisch geluidslandschap dat aan de overwegend ‘kale’ tentoonstelling een vastere gestalte geeft.

Hoewel de museumarchitectuur in deze tentoonstelling het minimaal ogend werk lijkt te overheersen, koos Canell bewust zalen uit waar de specifieke condities van het gebouw invloed uitoefenen op het sculpturaal proces. Dat zien we bij de Gum Drags, waar zonlicht rechtstreeks de grote voorzaal binnenvalt en de sculpturen opwarmt, maar ook in de kabinetten rechts waar, vlakbij de ramen, stenen tegels met daarop gedistilleerd water (Days of Inertia) de omgeving weerspiegelen. De waterplassen worden vastgehouden door een waterbestendige coating, en zien eruit als platte reservoirs van inerte energie. Terwijl je rimpelingen of beweging in het water zou verwachten, zie je enkel de buitenomgeving: kuierende bezoekers, ritselende bladeren, het veranderende licht. Ook de plakjes komkommer (Cucumbery) opgehangen aan de muur houden water vast, en formeel gezien lijken ze, met hun donkere schil als beschermende laag en generfde binnenkant, organische versies van de kabeldoorsnedes van de Brief Syllables, verspreid in de grote voorzaal.

In deze tentoonstelling excelleert Canell in het leggen van verbindingen en het oproepen van associaties. Voortdurend licht ze ‘materialen’ uit het circuit van de alledaagse werkelijkheid, met als doel hun ‘budget’ aan energie anders te beheren of op onverwachte wijze in te zetten. Dat doet ze niet zozeer om een directe commentaar te leveren op onze omgang met energie, als wel om (energie)processen ‘invoelbaar’ te maken eerder dan economisch inzetbaar. Met haar werk dwingt Canell de kijker nooit tot een eenduidige lezing of oordeel. Ze reveleert andere waarden die ook te verbinden zijn met energie, en die spiritueel, cultureel en politiek van aard zijn. 

 

• Nina Canell. Energy Budget, tot 2 september in het S.M.A.K., Jan Hoetplein 1, 9000 Gent.