Isabel Van Bos

DE WITTE RAAF

Editie 194 juli-augustus 2018

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Steve Bannon: A Propaganda Retrospective

In Het Nieuwe Instituut opende eind april een overzichtstentoonstelling van het werk van voormalig Hollywoodproducent, doemdenker en politiek figuur Steve K. Bannon (Norfolk, Virginia, 1953), samengesteld door kunstenaar Jonas Staal in samenwerking met curator Marina Otero Verzier. A Propaganda Retrospective is de eerste ‘overzichtstentoonstelling’ van Bannons artistieke, culturele en politieke ‘gedachtegoed’.

Bij het bredere publiek staat Bannon bekend als voormalig uitvoerend voorzitter van het ultraconservatieve Breitbart News en als rechterhand, goede vriend en voormalig White House Chief Strategist van de huidige Amerikaanse president Donald Trump, maar deze tentoonstelling neemt je op sleeptouw langs Bannons verrassende levenspad. Of Bannon ook op de hoogte werd gesteld van zijn eigen retrospectief wordt niet vermeld, maar onvermijdelijk rijst de vraag over de (artistieke) meerwaarde van een tentoonstelling die het op de man speelt. Staals praktijk kennende verbaast deze keuze echter niet. In 2015 bracht hij – naar aanleiding van de moorden op Pim Fortuyn en Theo Van Gogh – een andere politieke populist onder de aandacht: Geert Wilders. Staal verspreidde éénentwintig zogenaamde 'herdenkingsmonumenten' in de openbare ruimte van Rotterdam en Den Haag, bestaande uit fotocollages, omlijste portretten, witte rozen, kaarsen en knuffeldieren – een poging om Wilders te portretteren als martelaar. De presentatie leidde tot een langdurige rechtszaak. Staal beschouwde het proces als een publiek debat en een performance. Hiermee ontpopte hij zich als gedurfd kunstenaar en geëngageerd voorvechter van de vrije meningsuiting. Later diepte Staal zijn artistiek onderzoek verder uit met een langdurig doctoraat over propagandakunst in 21e Eeuwse dictaturen, democratieën en staatloze bewegingen, en nam hij aan de hand van kunst, architectuur en design de opkomst van ultranationalistische bewegingen onder de loep.

De tentoonstelling neemt dan ook – gewild of niet - de vorm aan van een casus, waarbinnen de achterliggende logica van Bannons propagandakunst nauwgezet wordt geanalyseerd en gedeconstrueerd. In een scenografie in de gekende visuele identiteit van Het Witte Huis (rood, blauw en wit) worden documentaires, online propaganda, gedigitaliseerde pamfletten, boeken, props en een maquette van Biosphere 2 samengebracht. Zoals in een klassieke tentoonstelling, is het retrospectief chronologisch geordend, en vangt het aan bij het begin van Bannons carrière: in het liberale Hollywood. Bannon produceerde een aantal nooit uitgegeven scripts, een rap musical (The Thing I Am) en flirtte met de controversiële investeringsbank Goldman Sachs. In de jaren negentig leidde hij enkele jaren het geflopte Biosphere 2, een artificieel ecologisch systeem waarin mensen leefden en experimenten voerden - het is ironisch dat Bannon zich later tot een befaamde klimaatscepticus zou ontpoppen. Als voormalig marineofficier en medewerker van het wereldberoemde fantasiespel World of Warcraft ontwikkelde hij inzichten in online- en offlineoorlogvoering. Dit verklaart zijn latere rol als aanvoerder van Trumps virtueel trollenleger en als prediker van WO III. In de tentoonstelling manifesteert Bannons ideologie zich voor het eerst In the Face of Evil (2004) tevens Bannons voornaamste documentaire. Hierin symboliseert 9/11 een kantelmoment; de voormalige Hollywoodproducent wordt een doemdenker met een nijdige haat voor de islam, het cultuurmarxisme, en een verlangen naar een nieuwe wereldorde. De tentoonstelling bouwt gestaag op, en een doordachte selectie van ‘werken’, begeleid door een overdaad aan zaalteksten, lichten sleutelmomenten uit Bannons leven toe.

Aansluitend op In the Face of Evil biedt de tentoonstelling een gedetailleerde ontleding van Bannons filmpamfletten, waaruit blijkt dat hij niet alleen een politieke agenda lijkt te willen communiceren, maar ook een heuse culturele revolutie nastreeft. De succesvolle propagandakunstenaar definieert zijn artistieke stijl als ‘Kinetic Cinema’, zijn documentaires als culturele wapens, geïnspireerd door Leni Riefenstahl, Michael Moore en Adam Curtis. Hij hanteert voorspelbare strategieën als agressive editing, drukke, dreigende soundtracks in climax, angstaanjagend titels als The Torchbearer en The Undefeated, een overdaad aan stockfoto’s, nieuwsfragmenten en apocalyptische bijbelverhalen om de kijker te overweldigen en choqueren. Staal licht Bannons voorliefde voor dramatische beeldvorming en doctrinatietechnieken op behapbare wijze toe. Hij sorteerde Bannons documentaires op kernthema’s - van destructieve natuurkrachten, en roofzuchtige dieren tot instortende gebouwen - en monteerde de scènes in snelle clips achter elkaar. De weergave van deze cyclische processen verwijzen naar het boek The Fourth Turning, dat een apocalyptische visie propageert: een beschouwing die de geschiedenis baseert op vier terugkerende cycli met als laatste omwenteling de clash of civilizations. Bannon waarschuwt voor dit terugkerend gevaar, en verbeeldt de Amerikaanse ondergang met beelden van zedelijk verval als celebrity-ziek Amerika, hippies, islamitische terroristen, New Black Panters of onflatteuze beelden van de liberale vijanden. Om deze tegenspoed te bestrijden propageert Bannon een sterke leidersfiguur zoals Donald Trump. Propaganda Retrospective leert dat de radicale architect van de America First-doctrine al jaren schrijft aan het successcenario van het trumpisme. De verbanden tussen Bannon en recente politieke bewegingen als alt-right, Tea Party en trumpisme worden blootgelegd, en de veelbesproken onlinepropagandatechnieken als fake news, online trolls verduidelijkt.

Inmiddels is Bannons aftocht bij Het Witte Huis een feit, en duikt hij op in Europees gezelschap, bij het Front National en de Lega Nord, met als doel het opzetten van een internationale alt-rightbeweging. De tentoonstelling sluit af met een hoopje netjes opgestapelde exemplaren van Rules for Radicals (1971) van de joods-Amerikaanse schrijver en gemeenschapswerker Saul D. Alinsky. Het boek is een populaire gids voor organisaties en individuen met lage inkomens die zich sociaal, politiek, wettelijk en economisch willen emanciperen. Elke bezoeker kan een gratis exemplaar meenemen. De tentoonstelling lijkt de bezoeker Rules for Radicals als antidotum aan te bieden voor Bannons propagandakunst. Maar nieuwe inzichten daaromtrent heeft ze helaas niet te bieden.

 

Steve Bannon: A Propaganda Retrospective, tot 23 september in Het Nieuwe Instituut, Museumpark 25, 3015 CB Rotterdam.