Maarten Liefooghe

DE WITTE RAAF

Editie 194 juli-augustus 2018

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

As Found. Prospective Heritage

Kanal – Centre Pompidou opende begin mei met een feestelijk marathonweekend zijn deuren om een jaar lang Kanal Brut te programmeren. Tussen de diverse, soms spectaculaire, tentoonstellingen in het voormalige Citroëngebouw is ook de kleinere expo As Found: Prospective Heritage geprogrammeerd. Ze belicht de geschiedenis van de site en het garagecomplex, en toont ook de zeven wedstrijdinzendingen voor de herbestemming ervan tot pôle culturel.

Op drie grote sokkels met inleidend bijschrift zijn historische tekeningen, ontwerpdocumenten en persknipsels gereproduceerd van de Yser-site aan het kanaal, en van de modernistische Citroëngarage die er sinds de Brusselse wereldtentoonstelling van 1935 stond. Ze stippen aan hoe het gebouw en de plek in de loop van de tijd in aanblik en gebruik evolueerden.

De overige sokkels tonen elk een van de zeven ingezonden ontwerpen uit de architectuurwedstrijd die het Brussels Gewest inrichtte. In de groep van 92 kandidaten, die louter een visienota instuurden, was het kruim van de nationale en internationale architectuurwereld vertegenwoordigd. Vele gevestigde namen vielen uit de boot en zeven vaak relatief jonge maar toch internationaal toonaangevende teams, meestal met een Brusselse verankering, werden weerhouden: 51N4E/Caruso St John architects/l’AUC as/Thomas Demand; Diller Scofidio + Renfro/JDS Architects; Lhoas & Lhoas & Ortner & Ortner; OMA/Wessel de Jonge architecten, het enige team zonder Brusselse partner; OFFICE Kersten Geers David Van Severen/Christ & Gantebein; ADVVT6AGWA; en noA architecten/EM2N/Sergison Bates architects. De jury onder voorzitterschap van de Zwiterse architect Roger Diener koos in maart het voorstel van dit laatste Brussels-Zurichs-Londens team. Alleen bij dit winnend ontwerp, Een podium voor Brussel, investeerden de tentoonstellingsmakers in een betere ontsluiting van de wedstrijdinzending. De architecten werden uitgenodigd een bijkomende grotere maquette te maken, en ze kregen ook de gelegenheid om in een korte video hun uitgangspunten en ontwerp toe te lichten.

Op de overige zes sokkels staat of ligt per inzending telkens louter het ingestuurde wedstrijdmateriaal, zonder selectie of herwerking: een maquette en een vaak omvangrijke projectbundel waarin elk ontwerpteam zijn uitgangspunten uiteenzet, referenties aanreikt, het ontwerp documenteert in plannen, snedes en andere visualisaties, technische toelichtingen, en financiële ramingen. (Het drietal samenvattende presentatiepanelen per inzending zijn ook wel opgeslagen in de tentoonstelling, maar ze zijn nauwelijks inkijkbaar.) Inleidingen, samenvattingen, of bijschriften door de tentoontellingsmakers ontbreken. Office KGDVS-Christ & Gantenbein, en 51N4E-Caruso St John zetten wel zélf met eigen snelgidsjes en posters kernachtig hun voorstellen uiteen. Daarom lijkt de hele presentatie van de wedstrijdinzendingen verward te zijn met een archivering ervan. Nooit wordt de aandacht gevestigd op een bepaalde uitdaging in de ontwerpopgave – de opgave met functioneel programma en eventueel een institutionele en stedelijke visie, worden niet eens meegedeeld. Ze wordt dus ook geen onderwerp van een publiek debat, en de vergelijkende evaluatie van de ontwerpmatige interpretatie ervan wordt bemoeilijkt.

Mits enige studie kan er nochtans heel wat afgeleid worden over de omgang met dit erfgoed in de verschillende ontwerpen. Zo valt op met welk gemak de meeste inzendingen – de winnende inbegrepen – waar nodig omwille van compositorische redenen enkele traveeën aan de gevel toevoegen, of hoe de moeilijke klimatisering van de historische structuur ‘opgelost’ dan wel radicaal aanvaard wordt. Nog interessanter is hoe de verschillende inzendingen oplossingen zoeken voor het onbepaalde statuut van een eenentwintigste-eeuwse museale werking (voor moderne en hedendaagse kunst, en architectuur), en hoe ze de onduidelijke institutionele invulling ervan bij KANAL architecturaal vertalen. In het winnende ontwerp worden in het grid van de voormalige werkplaatsen drie erg vergelijkbare nieuwe volumes ingevoegd, die laag boven het daklandschap uitkomen (niet hoger dan de historische autotoonzaal), en op hun bovenste etages telkens een panorama op de stad openen. Daarbij versterken NoA/EM2N/SBa, net zoals de meeste teams overigens, de bestaande noord-zuid- en oost-westassen als monumentale binnenstraten door het stadsblok, en maken ze het volume van de historische showroom aan Sainctelettesquare opnieuw (bijna) volledig leeg, als vitrine voor grote installaties. De gevels worden met opengaande delen en een lichtkrant gemanipuleerd, als grens en als interface, om de uitwisseling met de stad te vergroten. Interessant nu is de functionele programmering van de drie ingevoegde gebouwvolumes in Een podium voor Brussel. Het grootste volume is gereserveerd voor het ‘kunstmuseum’ (‘MAMC’ in de projectbundel), het tweede voor stad- en architectuurinstituut Civa, en het derde, ‘le Rassembleur’, voor atelierruimtes voor allerlei (socio-)artistieke organisaties uit de wijk. Ze krijgen elk een eigen ingang vanuit de overdekte hal. Die wordt als publieke stedelijke ruimte opgevat - maar kan ook door tijdelijke evenementen worden ingenomen - en als uitwisselingszone beschreven voor ‘les échanges informels entre les institutions participantes’. In deze driedeling, krijgen de twee participerende (collectie-) en presentatie-instellingen een afzonderlijk deelgebouw waarin ze eigen activiteiten kunnen organiseren. Maar ook vormt de atelierwerking van allerlei Brusselse organisaties met een derde volume een zichtbaar zwaartepunt in het complex.

Quartier Kanal, het ontwerp van OFFICE kgdvs met Christ & Gantenbein lijkt in meerdere opzichten een meer gewaagde variant van het uitgekozen ontwerp. De spanning tussen oud en nieuw wordt er sterker uitgespeeld, zowel in het totaalbeeld vanbuiten als in de binnenervaring, en er worden ook meer doorgewerkte programmatische interpretaties gemaakt. In dit ontwerp perforeren niet drie maar twee krachtigere volumes het horizontale spantenveld: een prismatische tentoonstellingsdoos en een cilindrische ‘silo’ maken van het nieuwe artistieke epicentrum een nog opvallender baken. Ze belichamen en accommoderen respectievelijk de tentoonstellingswerking (voor kunst- én architectuurtentoonstellingen), en de bewarende en studieuze infrastructuur (archieven, documentatiecentrum, bibliotheek) van een meer geïntegreerde museale instelling. Ateliers voor kunstenaars of organisaties, en workshops voor museumeducatieve werking zijn in dit voorstel niet gecondenseerd in een derde volume, maar in meerdere clusters verdeeld over ‘de hallen’. In de hal verschijnen ook een aantal geometrische paviljoentjes die als specifieke toonplekken door kunstenaars of curatoren toegeëigend worden. Ze vormen qua gebruik een tegenpool en complement voor de flexibel in te richten tentoonstellingsvloeren in het toonvolume, net zoals ze als onregelmatig verspreide partikels compositorisch tegenover de orde van de grote elementaire geometrische lichamen staan.

Dergelijke specifieke tentoonstellingsruimtes en evenementplaforms verschijnen in het Soft Museum van 51N4E en Caruso St John niet in de marge, maar als uitgangspunt voor een gefragmenteerde eenentwingste-eeuwse museuminstelling: de ontwerpers schuiven ‘architectuurstukken’ in de bestaande structuur in, die als ‘quasi-institutions’ ingevuld kunnen worden, en die net als een reeks performatieve soft strategies elk op zich de idee van een tentoonstelling of collectie experimenteel tijdelijk herformuleren, in relatie tot de gegeven infrastructurele drager. Dat idee moest voorkomen dat Kanal zich vast zou zetten in zijn institutionele startpositie met Pompidou en Civa, zodat het een zoekend museum kon worden, ‘een nieuw soort cultureel instituut waarvan de blauwdruk nog niet bestaat’.

As Found: Prospective Heritage is in de voormalige showroom van het Citroëngebouw opgesteld, vanuit de stad het meest zichtbare interieur van het complex, maar toch voelt ze aan als een achterafje. Dat is erg jammer, omdat ze uiteindelijk wel een van de belangrijkste architectuurwedstrijden van de afgelopen jaren belicht. Het zorgt zonder meer voor een valse start van Civa in Kanal.

 

• As Found. Prospective Heritage, tot 10 juni 2019 in Kanal — Centre Pompidou, Akenkaai, 1000 Brussel.