Moosje M. Goossen

DE WITTE RAAF

Editie 194 juli-augustus 2018

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Maintenance Art (1969 – …), Mierle Laderman Ukeles

Soms is een stofzuiger een huishoudelijk apparaat, soms een artistieke uiting die wil breken met heersende opvattingen. In het eerste geval moet het apparaat een wereldlijke functie vervullen, in het tweede geval wordt het een kunstwerk wanneer het op het juiste moment in een vitrine verschijnt. Eerder dan in esthetische zin onderscheidt het kunstwerk zich dus als object in de tijd, wat niet wil zeggen dat een kunstwerk eigentijds hoeft te zijn. Integendeel: een goed kunstwerk slaagt erin om altijd ‘van de tijd’ te zijn, met andere woorden: zich bewust te zijn van de tijd. De ‘tijd’ van een kunstwerk is natuurlijk niet die van een uurwerk; een kunstwerk markeert wat nieuw is en op de eigen tijd vooruitloopt. Het omvat de belofte van (een nieuwe) tijd en schrijft daardoor geschiedenis. Op een klok tikken de uren weg, iedere dag weer, terwijl een wekker die afgaat een nieuwe dag inluidt vol alledaagse beslommeringen en zorgen.

De Amerikaanse performancekunstenaar Mierle Laderman Ukeles somt een paar van die beslommeringen op in haar Manifesto for Maintenance Art, 1969!.

ruim je bureau op, doe de afwas, dweil de vloer, was je kleren, was je tenen, verschoon de luier van de baby, maak het verslag af, corrigeer de typefouten, maak het goed, houd de klant tevreden, zet de stinkende vuilnis buiten, pas op stop geen dingen in je neus, wat zal ik aandoen, ik heb geen schone sokken meer, betaal de rekeningen, maak geen rommel, bewaar voor later, was je haar, verschoon de lakens, doe de boodschappen, […] het lekt, ga naar je werk, deze kunst is stoffig, ruim de tafel op, bel hem nog eens, spoel het toilet door, blijf jong.

Ukeles schreef haar ‘onderhoudsmanifest’ een jaar na de geboorte van haar eerste kind. Voorheen kon ze zich voltijds met kunst bezighouden, maar nu werd haar tijd ‘opgeëist’ door de zorg voor haar dochter. Niet alleen moest ze haar tijd verdelen tussen haar verschillende activiteiten en verantwoordelijkheden, ook voelde ze zich genoodzaakt om uit de rol van het moederschap te stappen op het moment dat ze de studio of het museum betrad. A woman’s work is never done, zo luidt het feministisch adagium, maar de huishoudelijke en verzorgende taken die de vrouw doorgaans worden toebedeeld, worden zelden als volwaardig werk gezien. In het manifest verheft Ukeles dit werk – een vorm van onderhoud – tot kunst, wat gewicht en betekenis kan geven aan al deze ondergewaardeerde taken.

De tekst, die fungeert als voorstel voor een tentoonstelling met de titel CARE, belicht onder Sectie I – B. de twee systemen waarin Ukeles enerzijds als kunstenaar en anderzijds als vrouw, moeder en echtgenote opereert. Het eerste systeem bestempelt zij als het systeem van ontwikkeling (development), dat dynamiek en vooruitgang voortbrengt, en in dienst staat van de individuele creatie. Het schept de mogelijkheid tot het vormen van ideeën, tot reflectie, speculatie en productiviteit. Onderhoud (maintenance) vormt een soort schaduwsysteem dat kan worden beschouwd als de antithese van ontwikkeling. Het genereert een andere temporaliteit. Dit is niet de tijd voor voortgang of vooruitgang, maar een tijd die vóórtduurt, dag in dag uit, steeds opnieuw en zonder verdere vooruitzichten, of, zoals Ukeles dat zelf verwoordde in haar manifest: ‘Maintenance is a drag; it takes all the fucking time (lit.).’

Deze op het eerste gezicht onproductieve tijd, die ons van onze (seksuele) genoegens berooft, is geen historische tijd, maar de tijd die we letterlijk met onze lichamen be-leven en waarin we soms worden geleefd. Het is, zoals psychoanalyticus Lisa Baraitser stelt, de tijd die we moeten doorstaan, vervuld van verplichtingen die zich steeds opnieuw aandienen en onze onmiddellijke aandacht en zorg opeisen. In dit opzicht is onderhoud als het leven zelf, en alles wat het leven vereist: de zorg voor een pasgeboren kind, het vegen van de straten, het onderhoud van de rioleringen, maar ook, zo voegt Ukeles daar in haar manifest aan toe, het schoonhouden van de smetteloze en tijdloos geachte white cube waarin het avant-gardekunstwerk zich kan manifesteren, in een betekenisvolle relatie tot verleden en toekomst, ogenschijnlijk los van de dagelijkse rompslomp. Onderhoud is, aldus Ukeles, van en voor iedereen – het schept een omgeving waarin het individu zich kan laten gelden.

Mochten onderhoud en verzorging serieuzer worden genomen, of simpelweg niet altijd over het hoofd worden gezien, dan zouden we beseffen dat de ‘voltooid tegenwoordige tijd’ van het kunstwerk in de tentoonstellingsruimte een illusie is. Het werk is namelijk nooit af, het werk houdt nooit op; het wordt altijd in leven gehouden door de onzichtbare hand die al werkend al dat werk onderhoudt.

Onderhoud of maintenance wordt beheerst door het nu – maintenant, maar een nu dat hand-haaft, vasthoudend en volhardend is, en de zorg voor morgen draagt. Ukeles maakt deze ogenschijnlijk conservatieve bezigheden – om zaken te behouden – tot iets revolutionairs. Door de noodzaak van zorg en onderhoud in ideologische zin te benadrukken – niet alleen in relatie tot het moederschap, maar juist ook en vooral met betrekking tot kunst – trekt ze de veronderstelde autonomie van kunst in twijfel. Onderhoud is dat wat de conceptuele kunst met man en macht buiten de deur probeert te houden, en wat juist daardoor als een geest door het huis van de kunst blijft rondspoken.

Manifesto for Maintenance Art, 1969! van Ukeles is dan ook meer dan een pleidooi voor de erkenning van het werk dat onder meer huismoeders, schoonmakers en vuilnismannen verrichten. Door middel van het manifest, de schriftelijke aankondiging van de revolutie en een vorm van onmiddellijke geschiedschrijving, draait Ukeles de rollen om en verenigt het ideologische met het praktische. Want waar de revolutie plaatsvindt, rest ook de rommel die zij achterlaat. Ukeles stelt: ‘after the revolution, who is going to pick up the garbage on Monday morning?’ In haar manifest breekt zij met het vooruitgangsideaal en wendt de autonomie van het kunstenaarschap aan om onderhoudswerk te emanciperen. ‘I am a maintenance artist. I use my ‘artistic freedom’ to call ‘maintenance’ […] ‘art’,’ zou ze later schrijvenDoor deze artistieke strategie, deze ‘kunstmatige ingreep’, wordt onderhoud tot esthetisch object verklaard en zichtbaar gemaakt.

Het ‘onderhoudsmanifest’ is een intentieverklaring voor het maken van onderhoudskunst, dat zich alleen binnen een artistieke context kan manifesteren. Het is echter nadrukkelijk niet de bedoeling om het werk te isoleren en daarmee ‘werkloos’ te maken. Dat zou de noodzaak van onderhoudswerkzaamheden ondermijnen en het werk reduceren tot symbolische geste.

Een goed voorbeeld is het werk I Make Maintenance Art One Hour Every Day (1976) voor de toenmalige projectruimte van het Whitney Museum op 55 Water Street in Lower Manhattan. Op dat adres bevond zich op dat moment het grootste kantoorgebouw in de wereld, dat bestond uit duizenden toiletten, kilometers vloer, talloze ramen en tegels, die allemaal schoon moesten worden gehouden. En iedere dag werden er tonnen aan afval geproduceerd. Ukeles nodigde driehonderd servicemedewerkers (schoonmakers, bewakers, conciërges) van het gebouw uit om tijdens hun dienst gedurende één uur hun gebruikelijke werk als onderhoudskunst te beschouwen. Het was een ingreep die tegelijk niets en alles veranderde. Dit werk bestond niet alleen bij de gratie van het publiek, maar evengoed – en belangrijker – in de gedachte van de makers, dat wil zeggen de schoonmakers, bewakers, bedienden.

1976 is ook het jaar waarin Ukeles het New York Department of Sanitation benadert om de mogelijkheid tot het maken van onderhoudskunst met én door vuilnismannen te onderzoeken. In 1977 besluit ze om zich tot artist-in-residence te benoemen. Haar eerste project als resident van NYC Sanitation is het omvangrijke meerjarige project Touch Sanitation Performance (1977-1980), dat onder andere het werk Handshake Ritual omvatte (1979-80). Ukeles bezocht gedurende een periode van elf maanden alle vuilnisophaalloodsen van de vijf gemeentelijke districten van New York en bedankte de 8.500 medewerkers die de stad schoonhielden, door elk van hen persoonlijk de hand te schudden en daarbij de woorden uit te spreken: ‘Thank you for keeping New York City alive.’ Touch Sanitation vormde het begin van een langdurige samenwerking met de reinigingsdienst die tot vandaag voortduurt. De inmiddels 79-jarige Ukeles vervult nog altijd haar onbetaalde functie als artist-in-residence.

Van al haar uitgevoerde en niet uitgevoerde projecten (Shannon Jackson noemt de ongerealiseerde projecten van Ukeles ‘deferred maintenance’, oftewel: ‘uitgesteld onderhoud’) doet deze zelfverklaarde, permanente residentie nog het meest eer aan de naam maintenance art. Het is een onderhoudsproject dat zélf voortdurend onderhoud behoeft, en ondertussen de intentie van het manifest uit 1969 trouw blijft. Want het is onmogelijk om maintenance art tot voltooiing te brengen, onderhoud raakt immers nooit af. Het vindt altijd plaats in een eeuwig onvoltooid tegenwoordige tijd. In tegenstelling tot haar ‘voltooide’ werken (zoals haar verscheidene Work Ballets en de maintenance art voor festivals, parades, en verschillende tentoonstellingen), heeft het verblijf van Ukeles bij de vuilophaaldienst van New York geen einddoel, en dus valt ‘haar’ werk vrijwel niet meer van ‘het’ werk te onderscheiden.

Normaal gezien veronderstelt een kunstenaarsresidentie bij voorbaat het vertrek van de bezoekende kunstenaar, ongeacht het resultaat van de werkzaamheden. Er is sprake van een tijdelijke overeenkomst tussen kunstenaar en gastinstelling. Door echter niet weg te lopen van haar functie en van het onderhoud, maar juist – als gast, te gast – haar positie als kunstenaar blijvend te claimen, en haar relatie met de gastinstelling te onderhouden, toont Ukeles de betrokkenheid die nodig is voor de dagelijkse zorg voor mens, stad en aarde, een taak die iedere dag opnieuw door de vuilnismannen van New York wordt verricht. Door permanent te verblijven binnen het New York Department of Sanitation, stelt Ukeles de tijd van het onderhoud gelijk aan die van de kunst, en brengt zo het alledaagse binnen in de tijd van de geschiedenis.

In haar onderhoudsmanifest schreef Ukeles: ‘I am an artist. I am a woman. I am a wife. I am a mother. (Random order).’ Het manifest is een pleidooi voor ‘een sociale staat van onderlinge afhankelijkheid’ en spreekt de intentie uit om de scheiding tussen het kunstwerk en het dagelijks werk, en tussen kunst en leven, ongedaan te maken. Het houdt nooit op, er is altijd werk te doen. Het leven wordt ten volste geleefd in zijn onvoltooide vorm.