Jozefien Van Beek

DE WITTE RAAF

Editie 195 september-oktober 2018

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Jim Campers. Forward Escape into the Past

‘It’s a poor sort of memory that only works backwards’, zei de White Queen tegen Alice in Lewis Carrolls Through the Looking Glass. De jonge Belgische fotograaf Jim Campers kijkt wel terug, en vér terug. In zijn tentoonstelling Forward Escape into the Past in Museum M brengt hij twee historische toekomstbeelden samen.

Campers combineert twee fotoreeksen waaraan hij de afgelopen vijf jaar heeft gewerkt in een totaalinstallatie van hennepblokken, en verbindt zo de tegencultuur van de sixties en seventies met de vroegtwintigste-eeuwse avant-garde. Voor de serie Let’s kill the moonlight (FC) vertrekt hij vanuit de overtuigingen van de Amerikaanse wiskundige en terrorist Theodore Kaczynski, aka de Unabomber. Sinds de jaren zeventig formuleerde Kaczynski kritiek op de toenemende technologisering, en pleitte hij voor anarchie en harmonie met de natuur. Kaczynski’s manifest The Industrial Society and its Future bevat veel ideeën uit de tegencultuur van de jaren zestig en zeventig.

De titel van de fotoreeks – Let’s kill the moonlight – verwijst naar een onderdeel uit het Tweede Futuristische Manifest van Marinetti. Maar in tegenstelling tot Kaczynski, verheerlijkt Marinetti net de verwoestende kracht van technologie. In de expo zijn futuristisch ogende machines te zien, op foto’s die zowel aan de fotogrammen van Man Ray als aan 3D-geprinte machineonderdelen doen denken, maar door ze te combineren met beelden van natuur en de autarkische mens, lijkt Campers het technologisch vooruitgangsideaal van de avant-garde te compliceren.

Ook de tweede reeks, Intranaut, gaat voort op dat elan. Daarvoor dook Campers in de theorieën van de Amerikaanse schrijver, filosoof en antropoloog Terence McKenna, die vooral bekend is omdat hij de evolutietheorie probeerde te weerleggen: volgens hem zou onze taal, en zelfs het menselijk bewustzijn, ontstaan zijn door de consumptie van psychedelische paddenstoelen. McKenna ziet, net als Kaczynski, heil in een terugkeer naar het verleden. Een citaat uit een lezing uit 1993: ‘Elke keer dat een cultuur in de problemen raakt, werpt ze zichzelf terug naar het verleden, op zoek naar het laatste gezonde moment dat ze gekend heeft. En het laatste gezonde moment dat wij kenden, was op de steppe van Afrika 15.000 jaar geleden […] voor slavernij en bezit, voor oorlogvoering en fonetische alfabetten en monotheïsme.’

Het fragment sluit aan bij het beeld waarmee Campers de tentoonstelling opent: Clear Light toont een uitgestrekte vlakte, waarop de zon tevoorschijn komt achter een rots. Ze brengt de openingssequentie Dawn of Man van Kubricks iconische film 2001: A Space Odyssey in herinnering. Ook Campers gaat op zoek naar de onbezoedelde mens. Op andere foto’s zijn ongerepte landschappen zonder menselijke aanwezigheid te zien, resten van primitieve beschavingen, of mensen die hun leven weten in te richten aan de rand van de technologie aanbiddende maatschappij.

Zo zien we een interieur van een woonst met een vreemde vorm. In het boekenrek staan titels als Entering Space, The Wanderer, Future Fastforward, New Rules for the New Economy, The Death of the West en A Brief History of Time. Door een gordijn valt zacht zonlicht binnen, erboven hangt een ingekaderd borduursel: ‘There’s no place like zome.’ Het blijkt het huis te zijn van Steve Baer, de uitvinder van de zome, gebouwen die zich kunnen aanpassen aan hun omgeving, die zonne-energie gebruiken, en die qua vorm geïnspireerd zijn door de dome, die gepopulariseerd werd door Richard Buckminster Fuller. In 1965 werd er zelfs een hele commune opgebouwd met zomes: Drop City in Colorado, de eerste rurale hippiecommune (die alweer verlaten werd begin jaren zeventig). In dezelfde sfeer: een foto van het overvolle interieur van een caravan. De kluizenaar die er woont, kan je erbij verzinnen. Wel aanwezig: koelkast, laptop, microgolf, zonnepanelen (toch die technologie). Een beetje verder een man met rode bandana – ‘Bunker Dave’ – die zijn kleren wast in een warmwaterbron. Hij lijkt autarkisch te leven.

Foto’s als deze doen denken aan de reeks Broken Manual van de Amerikaanse fotograaf Alec Soth, die kluizenaars ging opzoeken op een moment dat hij zelf behoefte had om te ontsnappen aan zijn leven. De gelijkenis tussen Soth en Campers is niet louter inhoudelijk, ook qua werkwijze is er overlap. Achter elk beeld van beide fotografen lijkt een hele archiefkast schuil te gaan, die niet zomaar toegankelijk is voor de toeschouwer. Zo onderzocht Soth voor zijn reeks allerlei undergoundboekjes over hoe je moet verdwijnen, met titels als How to disappear completely and never be found. En bij Campers is de zome maar het tipje van de ijsberg – in de catalogus bij de tentoonstelling geeft hij via enkele knipsels inkijk in een deel van zijn research. Maar waar Alec Soth met het Broken Manual-project aan zijn midlifecrisis wilde ontsnappen – hij speelde lang met het idee om zelf een grot te kopen – zoekt Campers antwoorden op meer fundamentele vragen over de gespletenheid van de mens: cultuur versus natuur. En die zoekt hij bij figuren als Jean-Jacques Rousseau (‘Everything that comes from nature will be true; there will be nothing false except what I have involuntarily put in of my own’, Discourse on the Origins of Inequality, 1754) en de onvermijdelijke Henry David Thoreau. Al blijft het onduidelijk of Campers een back-to-nature nu werkelijk als een alternatief ziet – niet alleen voor de idealen van de avant-garde, maar ook voor de al even universele pretenties van het neoliberalisme. Zijn foto’s lijken het met hun schoonheid te suggereren, maar nergens is zijn werk activistisch van toon: in Campers’ werk is geen ruimte voor doemdenken, of een belerend vingertje. Dat is behalve een verdienste ook problematisch. Want in zijn presentatie van de tegencultuur spreidt hij blinde adoratie tentoon, zonder ruimte voor de problemen, tegenstellingen of naïviteit ervan. Hij toont wel hoe urgent de radicale maatschappijkritiek uit de jaren zestig en zeventig was, maar maakt er zelf geen actualisering van. De White Queen wilde Back to the Future, Campers wil naar the Past, maar vergeet daarbij de toekomst te betrekken.

• Jim Campers. Forward Escape into the Past liep van 18 mei tot 9 september in Museum M, Leuven, en loopt, met een andere selectie van beelden en in een andere architectuur, van 15 september tot 13 oktober in De Brakke Grond, Amsterdam.