Christophe Van Gerrewey

DE WITTE RAAF

Editie 195 september-oktober 2018

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Bruce Nauman. Disappearing Acts

Disappearing Acts, in Schaulager in Basel en komende herfst en winter in het MoMA in New York, is een tentoonstelling met een missie: Bruce Nauman weer hedendaags maken, en zijn oeuvre relevantie verlenen in de eenentwintigste eeuw. Dat is niet makkelijk. Nauman, geboren in Indiana in 1941, werd in de jaren tachtig door velen (ook door curatoren als Jan Hoet) zonder meer beschouwd als de beste kunstenaar ter wereld. Een retrospectieve die tussen 1993 en 1995 in de Verenigde Staten rondreisde (maar in Europa enkel Barcelona aandeed), was deels een afscheid van die status. Pamela M. Lee noemde Nauman in October ‘de impotente vaderfiguur van de hedendaagse kunst’, en ook anderen suggereerden dat zijn brutale werk burgerlijk en ongevaarlijk was geworden.

Disappearing Acts is bijna volledig opgebouwd uit werken van de in Basel gevestigde Emanuel Hoffmann Foundation, die de afgelopen 45 jaar de belangrijkste verzameling Naumans ter wereld vergaarde. De reden voor die interesse geeft Maja Oeri, voorzitter van de stichting, in de bezoekersgids: ‘Nauman is eenvoudigweg altijd zo onmiskenbaar contemporain geweest, en hij heeft onafgebroken werken geproduceerd die ons in gelijke mate verrassen, verwarren en inspireren.’ Bij de tentoonstelling is naast een omvangrijke catalogus een essaybundel verschenen: Bruce Nauman. A Contemporary. Het boek is samengesteld door onder meer Eva Ehninger, professor aan de Humboldt Universiteit, en ook zij schrijft dat de teksten scherpstellen op ‘werken die ons kritisch inzicht verschaffen in de complexiteiten van onze wereld vandaag’. Dat is om twee redenen niet waar. Er staan ook teksten in het boek die Naumans werk ‘dateren’ door aspecten van de ontstaanscontext te reconstrueren (zoals videotechnologie, de Koude Oorlog of gedragspsychologie uit de jaren zeventig), en bovendien kan het werk van Nauman niet integraal ‘hedendaags’ zijn – dat zou getuigen van een bovenmenselijke prestatie.

Nauman heeft een fundamentele strategie die echter ook historisch bepaald is. Als een prelude wordt Venice Fountains getoond uit 2007: uit een plaasteren afdruk van het gezicht van de kunstenaar loopt water in een spoelbak, dat terug naar boven wordt gepompt. Daarna volgen Myself as a Marble Fountain (een grafisch werk uit 1967, waarop de kunstenaar staat afgebeeld terwijl hij water spuit in een bassin), en de vroege video’s gemaakt in (en van) het atelier. Nauman heeft een ongelooflijke maar ook verlammende vrijheid ervaren als afgestudeerde Amerikaanse kunstenaar in de jaren zestig. Zowel technisch, mediaal als inhoudelijk was er nauwelijks nog een richtinggevende traditie voorhanden. Hij heeft zijn twijfel – wat te doen als kunstenaar? – tot onderwerp gemaakt, en tot een menselijk en existentieel probleem. De kunstenaar – die filmt hoe hij met een bal speelt in zijn studio (Bouncing Two Balls Between the Floor and Ceiling with Changing Rhythms uit 1967) of probeert te leviteren (Failing to Levitate in the Studio uit 1966) – wordt een everyman die niet kan uitmaken waarom het ene idee beter zou zijn dan het andere. De videoreeks van meer dan dertig jaar later, uit 2001 – Mapping the Studio II with color shift, flip flop, & flip/flop (Fat Change John Cage) – herhaalt die methode, met het verschil dat Nauman niet meer in beeld komt.

Alles wat volgt is daar een consequentie van, in het oeuvre maar ook in de tentoonstelling, die niet strikt chronologisch is geordend, maar dit omvangrijke oeuvre in 32 kamers rangschikt, volgens thematische of mediale categorieën. In tegenstelling tot Amerikaanse tijdgenoten als Serra of Judd heeft Nauman zich nooit beperkt tot één dominant medium. Hij heeft gebruikgemaakt van neonlampen, televisies, installaties, tekeningen, foto’s, sculpturen, hologrammen, geluidsopnames, 3D-films en ledschermen. Dat pluralisme maakt hem tot wat Richter is voor de schilderkunst: er is niet veel wat je kan doen als postconceptueel of postminimalistisch kunstenaar dat Nauman niet ook heeft gedaan. Een bezoek aan Disappearing Acts wordt inderdaad bevreemdend en intrigerend, niet omdat de werken ‘onze tijd’ zouden verklaren of bekritiseren, maar om kunsthistorische redenen. Het oeuvre van Nauman zoals het hier bij elkaar is gezet, lijkt op een rudimentair kookboek – een nagenoeg uitputtende anthologie van recepten om de werkelijkheid artistiek te representeren. Alles wat er te zien is, is overbekend – indien niet dankzij Nauman, dan wel dankzij talloze andere kunstenaars, die hem al dan niet voorafgingen.

Wat Nauman wil zeggen is paradoxaal genoeg nogal eenzijdig. Zijn oeuvre blijft ook in deze eeuw ouderwets existentialistisch: hij wil er vooral een absurd, wreed, vervelend, zinloos, maar ook humoristisch bestaan mee schetsen, dat ondanks alles gekenmerkt wordt door een vaak vergeefse zoektocht naar waardevolle bezigheden. Nauman heeft meermaals op de invloed van Beckett gewezen, en één video uit 1968 heet niet toevallig Slow Angle Walk (Beckett Walk). Voor de makers van Disappearing Acts volstaat die consequente poëtica echter niet. Dat komt exemplarisch tot uiting naar aanleiding van de stille zwart-witfilm Black Balls uit 1969, waarop Nauman zijn scrotum traag zwart kleurt met schoenmeer. Volgens de zaaltekst (en de catalogustekst van kunstenaar Nicolás Guagnini) is dit werk een snoeiharde raciale kritiek waarmee Nauman de segregatie in Amerika aanklaagt. Niet alleen strookt dit niet met de rest van zijn nauwelijks op die manier geëngageerde oeuvre, het negeert ook het bestaan van een sterk verwante film als Bouncing Balls (eveneens uit 1969), die onmogelijk cultuurpolitiek te interpreteren is. Iemand die blackballed is wordt uitgesloten, uit een club of een organisatie – een kafkaësk en verondersteld universeel thema, terwijl het werk ook verwijst (zoals Guagnini zonder veel gevolg aangeeft) naar Painting with Two Balls, een schilderij van Jasper Johns uit 1960, en een kritiek op het machismo van het abstract expressionisme. Om Nauman tot tijdgenoot te maken (en om de waarde van zijn kunst in verzamelingen veilig te stellen), moet hij vandaag blijkbaar noodgedwongen tot een maatschappijkritische activist herschapen worden.

 

• Bruce Nauman. Disappearing Acts liep van 17 maart tot 26 augustus in Schaulager, Ruchfeldstrasse 19, 4142 Münchenstein.