Amelia Stein

DE WITTE RAAF

Editie 195 september-oktober 2018

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Waar zal je werken aan het einde van de wereld?

Spel is een kwestie van pure verspilling […]. Wat professionals betreft […] is het duidelijk dat ze geen spelers zijn, maar arbeiders. Wanneer ze spelen, is dat een ander soort spel.

– Roger Caillois, Les jeux et les hommes, 1958

 

We openen in een regenwoud, kort na zonsopgang, of net voor zonsondergang. Vogels, insecten en een briesje neuriën een refrein. Een man in een cargobroek ramt een stenen bijl die hij in een eerdere video heeft gemaakt in een dunne boomstam. Hij heeft een ontbloot bovenlijf en loopt op blote voeten, deze YouTube-ster.

Zijn kanaal, Primitive Technology, telt meer dan drie miljoen abonnees en heeft ruim tweehonderd miljoen pageviews. In achtentwintig video’s valt te zien hoe hij met behulp van louter verzameld natuurlijk materiaal én zijn lichaam bijzonder ingewikkelde en functionele archaïsche gebruiksvoorwerpen maakt – wapens, instrumenten, gereedschap, beschutting, helemaal vanaf nul gebouwd. Hij zegt nooit een woord en hij is altijd druk in de weer: in de eerste vijftien seconden van Bow and Arrow hakt hij met zijn zelfgemaakte vuistbijl vanuit verschillende hoeken op de boom in om vervolgens de stam als een hefboom heen en weer te wrikken tot hij loskomt.

Primitive Technology maakt voortdurend gebruik van snel achter elkaar gemonteerde beelden, omdat elke video tientallen, soms honderden uren werk samenbrengt. De populairste en meest becommentarieerde bijdrage, Tiled Roof Hut, laat zien hoe je een lemen hut kunt bouwen, compleet met kleitegels en een zelfgemaakte lamp van brandende hars. De video is al meer dan 31 miljoen keer bekeken en vat 102 dagen van hard werken samen in slechts veertien minuten en acht seconden van productiviteit.

De protagonist van Primitive Technology (PT) bezit een ietwat zwaarmoedige blik. Zijn gelaatsuitdrukking zien we als hij op het eind van Bow and Arrow de tak voor de camera houdt om te tonen dat – na wie weet hoe lang schaven met een scherp hulpmiddel – het hout nu recht is. Zijn getaande gezicht blijft scherp in focus terwijl het einde van de tak vervaagt; hij lijkt ernstig en in zichzelf gekeerd. Je zou kunnen denken dat hij verdrietig is, of in ieder geval lusteloos. Maar afgezien van een paar wetenswaardigheden – het type camera dat hij gebruikt (een Nikon D3200), het deel van Australië waar hij woont en het feit dat hij vroeger op freelancebasis gazons maaide – houdt PT zijn leven off-screen voor zichzelf. We blijven achter met het idee dat we hier, in het uiterste noorden van het Queensland van ons hoofd , op een tropische internetuithoek waar slechts één cargobroek erin slaagt te overleven, aan het eind van de wereld zijn aanbeland.

V Waarom spoelt de regen de modder niet van de muren van de hut?

A Het dak.

V Welke gevaarlijke dieren leven daar?

A Alleen giftige slangen en ik moet oppassen waar ik loop.

– FAQ op de blog Primitive Technology

 

Ruim anderhalf jaar geleden sloot PT zich aan bij Patreon, een crowdfundingplatform met het volgende missiestatement: ‘Heel simpel gezegd: iedere scheppende ziel in de wereld helpen om voldoende inkomen te genereren.’ PT is erin geslaagd om op reguliere basis een som van 5000 dollar op te halen, gedoneerd door zijn fans elke keer dat hij een nieuwe video op het net zet. In totaal steunen meer dan 2.693 kijkers zijn werk, waardoor Patreon zijn belangrijkste inkomstenbron geworden is. ‘Ik doe nog steeds één maaiopdracht, omdat mijn laatste klant geen nieuwe maaier kan vinden, dus ik wacht totdat hij een nieuwe heeft,’ schreef hij op zijn blog in 2016. ‘Maar los daarvan ben ik gestopt met het maaien van gazons en is deze hobby nu mijn werk geworden.’

Het onderliggende principe van Patreon is dat de ‘donoren’ in iets – of iemand – investeren dat – die – ze belangrijk achten. Gebruikswaarde lijkt van ondergeschikt belang in vergelijking met de emotionele waarde en de entertainmentfactor. In het geval van PT zijn z’n concrete werkstukken evengoed overbodig als nuttig. Hoewel hij op zijn blog bij elk project een gedetailleerde beschrijving geeft van het werkproces, is het door het kennisniveau en de vereiste vaardigheden – om nog maar te zwijgen van de specifieke eisen die een dergelijke werkomgeving met zich meebrengt – in de praktijk voor kijkers onmogelijk de bijdragen op te vatten als instructievideo’s.

PT’s weldoeners laten zich niet onbetuigd bij het fascinerende schouwspel, en laten vaak comments achter. In tegenstelling tot de verzameling banaliteiten en onnozelheden die een platform als YouTube meestal in petto heeft, slaan de mensen op Patreon doorgaans een welwillende, enthousiasmerende toon aan – alsof ze ouders zijn die hun kind wat kleingeld hebben gegeven om limonade te kopen op het strand. ‘Echt zin nu om te relaxen met alleen maar de geluiden van de natuur en die prachtige en leerzame beelden,’ schrijft een Patreon-bezoeker. Iemand anders projecteert zijn eigen heimelijke verlangen: ‘Zou je graag een blokfluit of gewone fluit zien maken van klei.’ Weer iemand anders laat een juichende reactie achter: ‘Onze voorvaderen zouden hier trots op zijn!’ Waarbij de aanname is dat onze voorvaderen precies zo waren als wij; er spreekt de hoop uit dat ze op dezelfde manier trots zouden zijn.

Na de tak te hebben gekliefd en ontveld, bewerkt PT het uiteinde van de boog met een aangescherpte steen om zo een taps toelopende punt te vormen. Zijn lichaam is een en al handeling; de tijdruimte wordt door deze massa gekromd. Eén hand houdt vast, één hand is met het gereedschap in de weer, twee voeten houden de tak op zijn plaats. Daarboven zijn de vogels nog aan het fluiten. De montage springt naar de volgende beeldsequentie en we zien: ‘gereedgekomen stok’ – een kaarsrechte, tot de bleke kern afgeschaafde houtspaander die als een trotse slang op de grond de tijd verbeidt.

De video gaat door. De camera is gericht op het bladerdak en zakt naar beneden langs de stam van een ‘onbekende boom met vezelrijke bast’. PT verschijnt laag bij de grond in beeld, en hakt en ontvelt de boom in gejaagd gemonteerde fragmenten; hij wikkelt de bast om zijn hand en draagt het rolletje naar een plek buiten beeld. Later zal hij van de ruwe vezels verrassend sterk twijndraad weven dat als pees voor de boog dient. Dan een plotse close-up van een loot aan de stronk van de omgehakte boom. ‘Dit type boom is heel taai,’ vertelt het onderschrift ons, ‘en groeit snel weer aan.’

In ‘On Being Subject to Objects’, een ongepubliceerd essay bedoeld voor Artforum, waarschijnlijk ergens laat in de jaren tachtig geschreven – opperde Vilém Flusser dat de sterke opkomst van de automatisering zou leiden tot het wegvallen van waarden die tot deze ontwikkeling hadden geleid. Net zoals de ontluikende technologie van de prehistorie ons, zoals Flusser het noemde, uit een ‘bodemloze kloof’ had gehaald, zo zou de nakende vervulling van ‘alles wat we ooit verlangd hebben’, zonder ‘een vooralsnog ondenkbare methode om waarde [te bepalen]’, zo waarschuwde hij, ons weer naar de rand van de kloof duwen.

Dat is niet hetzelfde als het wereldvreemde idee waar filmmakers uit Hollywood en apocalyptische preppers uit Silicon Valley het patent op hebben, namelijk dat het einde heel erg op het begin lijkt – al mag dat ondertussen bekend worden verondersteld. Het drama van overleven in de wildernis is tegelijk erg ingewikkeld en zeer eenvoudig. Anders gezegd: de ongekende manier waarop PT – zoals hij zelf zegt – ‘primitieve’ strategieën hanteert is onlosmakelijk verbonden geraakt met zijn andere, hypereigentijdse succes. Het is een van de vele tegenspraken die het bestaan van het project Primitive Technology uitlokt. Het zit ons enerzijds dwars: Waarom doet-ie dit? Waarom kijken we überhaupt? Maar het stelt ons anderzijds gerust: Dit doet hij nu eenmaal. We kijken ernaar. Het blijkt dat deze tegenspraak – onrust die zijn eigen geruststelling bevat – ons kijken tot een gerechtelijk onderzoek heeft gemaakt: het maakproces kan stilaan gelezen worden als het bewijs van een mogelijkheid.

 

Een oneindig hoeveelheid geïsoleerde individuen die zich niet bewust zijn van elkaars bestaan, en een oneindig aantal witte golfballen.

– Franco Berardi, The Soul at Work, 2009

We willen zeker weten dat we zullen overleven. Voor sommigen, vooral voor degenen die geloof hechten aan een leven na de dood, is dat een persoonlijke fixatie. Voor ons allen geldt dat we het inherent menselijke verlangen naar een lang leven koesteren.

En los van de levenswil – waarschijnlijk omdat het makkelijker is ons een ‘primitieve’ toekomst voor te stellen dan een toekomst die werkelijk vooruitstrevend is, met een egalitair economisch systeem – willen we weten welke waarden zullen gelden in die nog onbestaande wereld.

We begrijpen heus al wel dat het leven voor de een werken betekent, en voor de ander lifestyle. Terwijl hij probeert een onvoorstelbare tijd en plaats voorstelbaar te maken, krijgt de opzet van PT iets zeer overtuigends – het vermogen om op een moderne manier te voorzien in je levensbehoeften met behulp van archaïsche middelen. Het houdt de belofte in dat het uitputtende werk om te overleven zelf een product kan worden.

En binnen deze werkelijkheid strijkt PT voorzichtig met een hete kool langs de rand van een veertje. Het veertje is stevig vastgeplakt aan een stok met behulp van hars, en verder verstevigd met boomschorsvezels – deze techniek zal ervoor zorgen, zo laat het onderschrift weten, dat de pijl in een rechte lijn vliegt. Na in minder dan tien seconden een stijlvolle pijlkoker uit boomschors te hebben gefabriceerd, spant PT zijn pijl en boog. Hij richt, laat los en schiet raak. Opnieuw spant hij de boog, laat los en schiet raak. Dit gaat zo door totdat alle zes de pijlen zijn afgeschoten. Tot op heden hebben 22 miljoen mensen hem zijn doel zien raken: een smalle boomstronk, op een flinke afstand, maar overduidelijk binnen bereik.

 

Vertaling uit het Engels: Daniël Rovers

 

Afbeeldingen op deze en voorgaande pagina: Primitive Technology, 2015-2017, YouTube.

 

Oorspronkelijke gepubliceerd in Real Review, nr. 5, 2017.