Christophe Van Gerrewey

DE WITTE RAAF

Editie 197 januari-februari 2019

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Guy Mees. The Weather is Quiet, Cool, and Soft

Van de retrospectieve van het werk van Guy Mees (1935 – 2003), gecureerd door Lilou Vidal, was in het voorjaar van 2018 in de Kunsthalle Wien een eerste versie te zien. De tentoonstelling in Oostende toont een andere selectie van werken, met extra archiefmateriaal. Hoewel Vidal in de inleiding schrijft dat het oeuvre van Mees geen breuken bevat, corresponderen in de tentoonstelling vijf ruimtes, min of meer, met vijf fasen: enkele vroege, eerder anekdotische ‘ingrepen’, zoals de performance en de video Water te water uit 1970; werken met kant uit de jaren zestig; wandreliëfs met stroken of vellen papier; structuralistische experimenten met taal en permutaties, waarin de invloed van Art & Language valt af te lezen (zoals Portretten (Niveauverschillen), de video’s en foto’s waarin drie mensen telkens een andere positie op een ereschavotje bekleden); en tot slot het late werk, met de Imaginaire Balletten, en met vellen kalkpapier die op Twombly-achtige wijze van inscripties en krabbels zijn voorzien.

Het is tekenend dat in Oostende vooral de vitrines met documenten, foto’s, objecten, knipsels en brieven uit de nalatenschap van de kunstenaar indruk maken. Mooi is, bijvoorbeeld, het flinterdunne briefpapier met het logo van de Concorde, dat Mees bijhield, en dat een onverwachte betekenislaag onthult van het papier dat hij voor zijn kunstwerken gebruikte. Vele van die werken zelf zijn – na de dood van de kunstenaar – zowel moeilijk te bewaren als tentoon te stellen. In een gesprek met de curator, opgenomen in de catalogus uitgegeven bij Sternberg Press, zegt Micheline Szwajcer, de galeriste van Mees: ‘Ik weet niet hoe het te verklaren valt, maar als je het werk niet installeert zoals hij het voorzien had, dan sterft het, dan houdt het op te bestaan. Het is ongelooflijk hoe zijn afwezigheid de installatie van zijn werk zo moeilijk maakt.’ Zo ongelooflijk is dat niet: Mees was in zekere zin iemand die in situ werkte. Zeker de twee reeksen die hij de titel ‘Verloren ruimte’ meegaf – de groep werken met kant, gemaakt tussen 1960 en 1966, en de talrijke gekleurde stroken papier, als wandreliëfs met speldjes op muren geprikt vanaf de jaren tachtig – worden niet alleen ervaren als onderdeel van de ruimte waarin ze zich bevinden, ze reageren er ook op, en ze gaan er zelfs over, zoals de titel aangeeft. In Mu.ZEE biedt de architectuur van het gebouw (een warenhuis in 1947 ontworpen door Gaston Eysselinck) en vooral die van de tentoonstelling, een te zwakke ruggengraat om de esthetische, fragiele en uiterst precieze werken van Mees te kunnen dragen. Het plafond is te hoog, de belendende ruimtes blijven voortdurend zichtbaar, en de ondermaatse afwerking en detaillering van de tijdelijke wanden trekt op een vervelende manier de aandacht – het is alsof de ruimte van het museum zelf ‘verloren’ is. Wat evenmin helpt is dat de werken met kant niet meteen mooi zijn verouderd: het textiel is gerafeld, vergeeld, vergrijsd of op sommige plaatsen losgeraakt, en in een plexiglas koepel van één werk heeft zich doorheen de jaren stof opgehoopt. Was restauratie wenselijk of mogelijk geweest? In elk geval worden deze werken met kant (en soms met paars neonlicht) nog het best ervaren in de vorm van een diaprojectie, in een hoek van de ruimte: de foto’s die Mees in zijn atelier maakte van de met textiel bespannen kaders of balkvormige volumes – schimmig, wazig, en dan plots weer fel stralend – lijken de zowel erotische als onheilspellende aspecten van deze werken meer recht te doen dan de originelen.

Daarin schuilt natuurlijk niet weinig ironie: Mees heeft zich altijd verzet tegen de reductie van zijn werk tot enerzijds beeld en tot anderzijds taal. Meer nog: om weerstand tegen reductie, in welke vorm dan ook, was het hem te doen. Het is een andere paradox dat nagenoeg de enige woordgroep die hij op zijn werk geplakt heeft – ‘verloren ruimte’ – zo hardnekkig blijft kleven. En het zijn dan (waarschijnlijk) nog niet eens zijn eigen woorden. Archiefonderzoek door Lilou Vidal heeft verschillende versies aan het licht gebracht van de tekst ‘Verloren ruimte’. Die versies zijn samengebracht in een aparte facsimile-uitgave, net als de catalogus in een briljante vormgeving van Joris Kritis, die door verschillende papiersoorten te gebruiken, en door werken afwisselend aflopend en gekaderd weer te geven, het evenwicht weet te bewaren tussen concept en tactiliteit dat ook het oeuvre van Mees karakteriseert. In 1965 schrijft Wim Meuwissen, acteur en vriend van de kunstenaar, de tekst ‘De Ongerepte Ruimte’, als beschrijving van een kamer in het huis van Mees die hij nagenoeg leeg liet staan. Vervolgens wordt de tekst herwerkt door een andere vriend, Willem-Joris Lagrillière, op basis van instructies van Mees, en de titel wordt ‘De verloren ruimte’. Daarna maakt dichter Henri-Floris Jespers twee licht afwijkende Franse vertalingen. De receptie van het werk van Mees sinds de jaren negentig – bijvoorbeeld in teksten van Dirk Snauwaert en Dirk Pültau – draait begrijpelijkerwijze rond deze woordgroep. Welke ruimte is er precies verloren gegaan, en wil Mees dat verlies zichtbaar maken of eerder tenietdoen? Toont hij de onmogelijkheid om nog ‘naïef’ te schilderen en, door middel van perspectief, een driedimensionale werkelijkheid tweedimensionaal weer te geven? Of is het verlies fundamenteler, en gaat het erom dat de kunst zelf haar vanzelfsprekende ruimte verloren is, en niet anders kan dan zich, vanuit een onstilbaar verlangen naar esthetische bevrediging, van de wereld te isoleren?

Het zijn vragen die door de tentoonstelling en door de catalogustekst van François Piron nauwelijks worden opgepikt, wat ook aangeeft hoe oneigentijds ze geworden zijn. Mees was een kunstenaar die, zoals vele van zijn generatiegenoten, vooral werkte op basis van uitsluiting – door heel secuur te bepalen wat kunst niet meer wil of kan doen, probeerde hij binnen die grenzen toch nog kunst te maken. In een huidige wereld waarin kunstenaars niet alleen om het even wat menen te kunnen uitrichten, maar waarin van hen ook wordt verwacht dat ze antwoorden en oplossingen bedenken voor om het even welk maatschappelijk probleem, is het niets minder dan een bevrijding nogmaals met de positie van Guy Mees geconfronteerd te worden.

 

• Guy Mees. The Weather is Quiet, Cool and Soft, tot 10 maart in Mu.ZEE, Romestraat 11, 8400 Oostende.