Mathijs Tratsaert

DE WITTE RAAF

Editie 197 januari-februari 2019

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Metahaven: EARTH

Wat te doen als het cognitieve apparaat dat ons al tweehonderdvijftigduizend jaar lang door de wereld helpt plots tekortschiet? Het is een vraag die de kunstenaar aanbelangt omdat ze in essentie esthetisch is. De wereld doet zich nog steeds aan ons voor, maar laat zich door algoritmisch gedreven propaganda en globale informatiestromen niet langer op een twintigste-eeuwse manier vastleggen. Hedendaagse abstracties als algoritmes en informatiestromen, die in grote mate onze levens bepalen, zijn het voornaamste onderwerp van Vinca Kruk en Daniel van der Velden, die samen Metahaven vormen. Metahaven: EARTH, hun eerste grote overzichtstentoonstelling, is een mix van critical design, theorie en politiek activisme waaruit steeds weer nieuwe esthetische vormen oprijzen, en waarin video-installaties zowel het ruimtelijke als inhoudelijke zwaartepunt vormen.

Metahaven steekt het niet onder stoelen of banken dat veel van hun werk is ontstaan in dialoog met het denken van designtheoreticus Benjamin Bratton. Zo verwijst de titel van de tentoonstelling naar het gelijknamige hoofdstuk in zijn monumentale The Stack, waarin Bratton de veellagigheid van het globale, genetwerkte heden leesbaar probeert te maken. Ook in The Sprawl (Propaganda about Propaganda) (2015), Metahavens eerste lange film, komt Bratton aan het woord. Hij stelt er dat ‘the interfacional regime’ – de manier waarop interfaces de werkelijkheid abstraheren en structureren – van de huidige internetgiganten leidt tot een ‘hoog ideologische vervorming van alle mogelijke interpretatiekaders’. Dat regime vernauwt de kritische ruimte tussen het afgebeelde en de afbeelding. Het lijkt een belangrijk inzicht om het werk van Metahaven te begrijpen: als je nadenkt over een interface als een ruimte die ons denken structureert, dan wordt het probleem van het interageren met de hedendaagse complexiteit een designprobleem – een probleem dat de kunstenaar-ontwerper misschien kan oplossen.

Het makkelijk te vellen oordeel dat het beeldende werk van Metahaven louter illustratief is bij Brattons intellectuele werk mist een belangrijk punt. Bratton maakt dan wel de analyse waaruit de noodzaak voor die kritische ruimte blijkt, iemand moet daadwerkelijk een wig tussen onze schermen en de achterliggende abstracties drijven zodat die analyse politiek relevant kan worden. De visuele taal waarmee Metahaven dat doet is gelaagd, zelfkritisch en vaak bewust propagandistisch. Dat laatste is interessant omdat er voor propaganda geen kijkvoorschriften bestaan (daarvoor moeten we eerst beseffen dát we ernaar aan het kijken zijn) en in die zin is het een veel vrijere vorm dan pakweg een reclameblok. Disfunctionele metaforen worden weggegooid (‘Is ebola the ISIS of biological agents?’), nieuwe uitgetest (‘the Harvard of botnets’, ‘the Marina Abramovic of neocons’) en achterhaalde binaire opposities (fysiek–virtueel, materieel–informationeel en online–offline) gaan op de schop. In de films schuilt dan ook nog veel poëzie: veelal Russische dichters wier werk doorleefd ingesproken over het beeld werd gelegd. Dat is niet vreemd als je bedenkt dat de leeshouding waartoe de poëzie ons dwingt, met haar nukkige weigering om eenduidig ‘gelezen’ te worden, ook geen slechte houding is ten overstaan van informatiemanipulatie.

De nieuwe film Hometown (2018) speelt zich af in een op Kiev en Beiroet gebaseerde fictieve stad. Het beeld wordt op twee aanpalende schermen geprojecteerd, waarbij de ene beeldhelft soms scherper is dan de andere, of het oog van de camera links soms sneller over hetzelfde plein glijdt dan rechts. Het gevolg is dat je die scènes nauwelijks als geheel kunt waarnemen, wat de handeling van het kijken moeilijk en zelfs vermoeiend maakt. Met een beeldtaal die voortdurend op barsten staat, lijkt Metahaven uit te testen welk soort fysieke ervaringen onze zenuwstelsels kunnen of willen toelaten. Soms is de tentoonstelling als geheel dan ook bijna ziekmakend, en duizel je van de geautotunede stemmen en het helse ritme waarop korrelige found footage, abstracte ontwerpen en geopolitieke parodieën over de schermen schieten. Maar dat is nu eenmaal een effect van die globale mega-infrastructuur die normaal gezien door esthetiserende interfaces wordt verhuld. Bij Metahaven geen opengevallen mond in het aanschijn van het technologisch sublieme, iets waar kunstenaars met gelijkaardige interesses zich vaak schuldig aan maken.

In Eurasia: Questions on Happiness (2018), dat met deze tentoonstelling zijn première beleeft, wordt een ander ritme nagestreefd. De film is trager, meer beheerst en zorgt voor een ontspannen en reflexieve kijkervaring, ook dankzij het felgekleurde tapijt (OH INFO, 2018) dat uitnodigend voor het scherm ligt. De vergelijking tussen de films van Metahaven en de filosofische sciencefictionfilms van Andrej Tarkovski, die ook door Metahaven zelf is aangedragen, is hier het duidelijkst. Eurasia dompelt de kijker onder in een zone die getroffen lijkt door een gebeurtenis waarvan wij enkel gefragmenteerde gevolgen zien: desolate landschappen met daarin een enkele drone of een goederentrein, een rietjesfabrikant die zijn productiefilosofie introduceert met de bevlogenheid en de ernst van een erudiet denker, nietszeggende beelden van de Macedonische stad Veles waar jongeren een bijverdienste vinden in het creëren van fake news. De verschillende narratieven die door elkaar lopen ontwikkelen zich volgens verschillende snelheden. In hun recentste boek, Digital Tarkovsky (2018), stelt Metahaven voor om die tarkovskiaanse esthetiek te herinterpreteren in het licht van wat ze de ‘undeclared form of cinema’ van onze digitale apparaten noemt. Dit niet als commentaar op de snelle, onaandachtige blik, maar om het gefragmenteerde kijken naar onze schermen als filmische totaalervaring te kunnen benaderen – juist om er opnieuw over te kunnen nadenken.

Je kunt je afvragen of het idee van een overzichtstentoonstelling geen achterhaald, twintigste-eeuws model is. De bezoeker heeft er een buitenstaanderspositie, wat niet strookt met de inzet van Metahaven: EARTH, en het is niet het enige punt waar Metahaven op de muren van de museale ruimte botst. Want hoe huisvest je het werk van een collectief dat zo wantrouwig staat tegenover het visuele indexeren zelf? De vraag geldt als een miniatuurversie van de problematiek waar Metahaven zich op toelegt – het uittesten van nieuwe esthetische vormen op onze zenuwstelsels – en waar hun eigen ontwerppraktijk een antwoord op formuleert.

 

• Metahaven: EARTH, tot 24 februari in het Stedelijk Museum, Museumplein 10, 1071 DJ Amsterdam.