Tom Engels

DE WITTE RAAF

Editie 198 maart-april 2019

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nora Turato. Diffusion Line

In Diffusion Line stelt de Kroatische Nora Turato vragen over wat het betekent om kunst te maken in een tijd waarin elk aspect van het leven ten prooi valt aan commercialisering, aan digitale esthetisering en zelfrepresentatie. Of zoals Turato het formuleert: ‘Design is preferable to chance.’ Met haar performance the good, the bad and the viscose (2019) brengt Turato een vijfentwintig minuten durende tirade die bestaat uit een conglomeraat van bespiegelingen over micellair water, drones, memes en de verdoemde mensheid. Net zoals haar beeldend werk bestaan haar performances uit collages van commerciële slogans, internettaal, privégesprekken, YouTube-citaten en boodschappen op social media. Voortdurend wisselt ze tussen schreeuwen en snauwen enerzijds en manifest en gedecideerd spreken anderzijds, tussen ernst en ironie. Gewapend met een modulerende expressiviteit en in een recitatieve stijl spuwt ze statements, gaande van een banale bedenking als ‘feels like the end of the world is near, but not near enough’, tot een (kritisch) inzicht als ‘I think corporate body positivity is gallingly empty and passive aggressive. They give an illusion of feminine empowerment but their empowerment is firmly within the boundaries of beauty culture.’ Razendsnel, maar met veel precisie rijgt Turato flarden tekst aan elkaar. Het is opmerkelijk dat ze deze tekstelementen die nadrukkelijk op een korte aandachtsspanne mikken verwerkt tot een strakke compositie waarmee ze de aandacht van haar publiek feilloos weet te regisseren. De weerbarstigheid van haar betoog blijft fascineren doordat ze voortdurend schippert tussen identificatie en kritiek. Bevestiging en ontkrachting zijn in haar werk simultaan aanwezig: er heerst de schijn van zelfexpressie, terwijl haar tekst louter bestaat uit citaten. Dat geldt ook voor haar piekfijne outfit: Balenciaga van kop tot teen – terwijl de titel van de tentoonstelling (‘diffusion line’) refereert aan het sublabel van grote modehuizen waarmee minderwaardige ontwerpen goedkoop aan de man worden gebracht.

Turato’s performance vindt plaats in een metalen structuur die werd ontwikkeld voor Manifesta 12 in Palermo. De constructie die voorheen opgesteld stond in het Oratorio San Lorenzo functioneert in de Beursschouwburg eveneens als een reusachtige biechtplaats. Turato’s werk wordt vaak een confessioneel karakter toegeschreven, en roept de feministische teksten van Chris Kraus en Maggie Nelson in herinnering. Toch blijft het in haar teksten steeds onduidelijk wie of wat er hier te biecht gaat. Dat is meteen ook het sterkste punt van dit werk: identificatie en vervreemding gaan steeds hand in hand, terwijl deze termen in de geschiedenis van performance vaak diametraal tegenover elkaar zijn geplaatst. Doordat Turato tekstfragmenten bijeensprokkelt en verwerkt tot een zelfstandige tekst, brengt ze tot uitdrukking hoezeer het auteurschap over de taal ons ontglipt. En ook hoe we door de belichaming van die taal ons desondanks authentiek voelen. Om die reden lijkt het haast vanzelfsprekend om Turato’s werk in te schrijven in een discours over appropriatie, internetcultuur en andere hedendaagse benaderingen van tekst die Kenneth Goldsmith in Uncreative Writing uit 2011 heeft omschreven als een nieuwe vorm van betekenisgeving. Toch gaat de poëzie van Turato ook terug op bijvoorbeeld het werk van William Carlos Williams en Frank O’Hara, twee Amerikaanse twintigste-eeuwse dichters die sterk beïnvloed waren door het imagisme, een literaire stroming die door het talig uitdrukken van een beeld eenvoud en precisie vooropstelden. Haar scherpe beelden en de esthetisering van het alledaagse resoneert sterk met Williams’ This Is Just To Say (1934). Turato schept een wereld in taal waarin vorm en verpakking primeren op substantie, en waar betekenis tot afgelijnde oneliners wordt gereduceerd: ‘I retain nothing but headlines. I almost retain nothing.’ Ook de video i don’t need to make sense, i just need to let it go (2018), die in een zijruimte van de Beursschouwburg wordt geprojecteerd, maakt Turato’s belangstelling voor het scherpe en vormgegeven beeld duidelijk. Het werk behoort tot een reeks video’s waarin de ‘scripts’ van haar performances op het ritme van haar zingende stem woord voor woord op het scherm flitsen: ‘after crying, after food, after sex, out of love, loyalty, curiosity, kiss me, I haven’t had a cigarette in days, wow.’

Haar slagzinnen mogen dan wel aanstekelijk en poignant zijn, haar toon is zwaarwichtig en verbolgen. Haar gebruik van pastiche, versnippering en cut-up, maar ook de problematisering van zelfexpressie en artistieke identiteit doen denken aan het werk van Kathy Acker. Nog voor de komst van de digitale revolutie creëerde Acker, als antwoord op de dominantie van een conservatieve en nakende neoliberale (taal)politiek, een verbrokkelde, onstabiele en recalcitrante taal om deze te onttrekken aan de hegemonie van het kapitalistisch patriarchaat. Turato kiest er in tegenstelling tot Acker voor om de mainstreamtaal uit te vergroten en op te blazen: ‘words are way too easy to play with, but i have only words to play with, wooooordsss.’ Ze versnelt als het ware de dominante taal tot een kortsluiting (of kettingbotsing) ontstaat en haar subjectiviteit bij wijze van spreken openscheurt.

 

• Nora Turato. Diffusion Line, tot 23 maart in Beursschouwburg, Auguste Ortsstraat 20-28, 1000 Brussel.