Sébastien Hendrickx

DE WITTE RAAF

Editie 198 maart-april 2019

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Laure Prouvost. AM-BIG-YOU-US LEGSICON

Met de retrospectieve AM-BIG-YOU-US LEGSICON loopt in het M HKA de meest uitgebreide expo van het werk van Laure Prouvost (°1978) tot nu toe. De kunstenares, die een deel van haar tijd in Antwerpen woont, won in 2013 de Turner Prize en vertegenwoordigt deze zomer haar geboorteland Frankrijk op de 58e Biënnale van Venetië. Prouvost construeerde, samen met curator Nav Haq en de tentoonstellingsarchitecten van de Diogo Passarinho Studio, geen ordelijk chronologisch overzicht, maar een overweldigend labyrintisch geheel.

Het vroegste werk opgenomen in de retrospectieve, de video Vacances 78, dateert van 1999; dan volgt een raadselachtig hiaat van om en bij de tien jaar. AM-BIG-YOU-US LEGSICON beslaat hoofdzakelijk het laatste decennium van Prouvosts kunstenaarspraktijk. De labyrintische aanpak sluit nauw aan bij het veelzijdige, voortdurend naar zichzelf teruggrijpende werk: verschillende beelden, materialen, vormprincipes en narratieve lijnen keren voortdurend in nieuwe varianten terug in haar talloze collage-video’s, wandtapijten, zwart-witte tekstschilderijtjes, aardewerken servies, installaties en sculpturen.

De retrospectieve opent met wat op een verwijzing naar Lewis Carrolls Through the Looking-Glass (1871) lijkt: de glazen deur die toegang biedt tot de tentoonstellingsruimtes geeft onmiddellijk uit op een witte wand met een glas-in-loodraam waarop in spiegelschrift ‘I can see you looking through me’ geschreven staat. Je zou het als een eenvoudig-ingenieuze manier kunnen lezen om de beroemde spiegel op te roepen die Alice voorbij haar eigen spiegelbeeld binnen voerde in een absurde fantasiewereld. Prouvosts multiversum zit net als Carrolls literaire schepping boordevol omkeringen, metamorfoses, flauwe mopjes, misverstanden en nonsensicale twists.

Bij het begin van je bezoek overvalt je in de eerste plaats echter de kakofonie van door elkaar babbelende, fluisterende, jankende, lachende, zingende en neuriënde stemmen. Allemaal zijn ze van Prouvost, die de voice-overs insprak voor de vele, over het verdiep verspreide ‘monoloogvideo’s’. De ‘I’, het ik van de kunstenares, richt zich in de retrospectieve voortdurend expliciet tot de ‘you’ van de individuele toeschouwer. ‘I am speaking only to you’ laat ze bijvoorbeeld vallen in een van de video’s. Deze basisrelatie tussen ‘I’ en ‘you’ neemt verschillende fictionele gedaantes aan – allemaal duidelijk machtsbeladen.

De belangrijkste is misschien wel de pedagogische verhouding van een onderwijzeres tot haar leerling. Met de instructies, geboden en verklaringen die in haar korte films en op haar tekstschilderijtjes voorkomen, verplaatst de kunstenares zich dikwijls – ironisch, zichzelf ondermijnend – in de positie van de autoriteit. Neem de volgende hilarische mededeling, die de intro vormt van een video: ‘full concentration is now requested, questions will be asked at the end.’ Of de beelden die de communicatieploeg van het M HKA gebruikt om de tentoonstelling aan te prijzen, waaronder een eenvoudig gepenseelde flamingo of een moersleutel. Als bijschrift bevatten die nu eens de vraag ‘what does this mean?’; in andere versies lees je bizarre antwoorden als ‘this means angry’ (bij de flamingo) en ‘this means your father’ (bij de moersleutel). De vele ‘fouten’ in het Engels die Prouvost als anderstalige maakt, en die als vrolijke betekenisverschuivingen integraal onderdeel vormen van haar werk, brengen die autoriteitspositie nog verder aan het wankelen. In zijn boek over intellectuele emancipatie, Le Maître Ignorant (1987), onderscheidt Jacques Rancière een ‘uitleggende meester’ van een ‘onwetende meester’. Prouvost is duidelijk een onderwijzeres van die laatste soort: ze stimuleert de toeschouwers om zich door het woud van tekens te begeven en daar dat wat ze al kenden te vergelijken met het onbekende en het nieuwe.

Dat het vakgebied van deze ‘onderwijzeres’ wel de taal moet zijn, dat suggereren ook de titel van de expo en het opzet van de bijhorende catalogus. LEGSICON is een verklarend woordenboek bij het werk van Prouvost, al neem je ‘verklarend’ beter met een korreltje zout. Prouvosts omschrijvingen in het lemma ‘language’ tonen haar ambivalente verhouding tot taal: ‘Simplifying but also communicative. [...] Hard to catch but once there, dominating. [...] Helps communication between humans but also misunderstanding.’ Je zou het gros van Prouvosts multimediale, esthetische operaties kunnen zien als manieren om het categoriserende karakter van de taal open te wrikken, en de ambigue kwaliteiten ervan te versterken. De opvallendste daarvan zijn: metamorfose (wanneer in een video een jongen van een rots in het water springt, hoor je in plaats van een plons brekend glas), animisme (de shots van kussende bloemkronen in de indrukwekkende, orgiastische video Into all that is here), toxiciteit (de gezichten van jongeren die in de film Lick In The Past de uitlaatgassen van een auto lijken in te ademen), permeabiliteit (het hoopje herfstbladeren dat in een van de zalen naast een gesloten raam ligt), spillover (voorwerpen die deel uitmaken van de installatie The Artist, een barstensvolle kamer, keren terug in de belangrijkste video die er te zien is), opaciteit (het opeenstapelen van beelden en geluiden in te snelle montages dat de leesbaarheid bemoeilijkt), synesthesie (alomtegenwoordige uitspraken als ‘you will taste all you see’ en ‘the images are getting hotter’), enzovoort. De titel van een van de uitgebreidere video’s, vol naakte kinderen en een plassende vrouw, DIT LEARN – ‘ontleer’ –, waart als een devies door Prouvosts hele oeuvre.

Een tweede belangrijke fictionele invulling van de ik-jij-relatie is de gastvrouw-gastverhouding. Heel wat elementen van AM-BIG-YOU-US LEGSICON suggereren huiselijkheid. Naast de overvolle kamer van The Artist zijn er bijvoorbeeld de vele kamerplanten, de groenten uit de moestuin, het aardewerken servies, de herhaalde uitnodiging om een kopje thee te drinken. Op een bepaald moment verontschuldigt Prouvost zich zoals een gastvrouw dat zou doen: ‘I’m sorry, it’s messy.’ Rechts-conservatieve stemmen als de Nederlandse politicus Thierry Baudet gebruiken de term ‘oikofobie’ – de angst voor het eigene – in hun ideologische strijd tegen ‘weldenkend links’. Uit Prouvosts werk spreekt ‘oikofilie’, maar dan wel begrepen als een radicale liefde die openstaat voor risicovolle gastvrijheid en een queer, messy verzet tegen verdrukkende normatieve identiteiten.

In Prouvosts oikos is het moderne kerngezin zo goed als afwezig, waardoor volop ruimte vrijkomt voor andersoortige familie- en vriendschapsbanden. De sisterhood is daar een van. We kunnen er een glimp van opvangen in de video Bruegel Girls, een portret van een groepje eigentijdse amazones, tedere krijgsters die zich oefenen in het schermen en paardrijden, en die bij volle maan samen rond het vuur zitten, goedkoop bier drinken en debatteren: ‘I used to work to live, now I live to work.’ Centrale rollen zijn daarnaast ook weggelegd voor ‘grandma’ en ‘grandpa’, Prouvosts fictieve grootouders waarrond ze een kleine mythologie opbouwde. In de film Wantee komen we te weten dat grootvader een relatief bekend en wereldwijs conceptueel kunstenaar was (‘he knew all the big artists in the 60s’), terwijl zijn echtgenote de traditionele rol van de huisvrouw op zich nam. ‘Want tea?’ riep ze op gezette tijden, terwijl hij een tunnel zat te graven richting het Afrikaanse continent – zijn meest megalomane artistieke project. Op een dag kwam hij er niet meer uit, en omdat zijn lichaam nooit werd teruggevonden, bleef hij nadien eindeloos zweven tussen leven en dood.

Met deze mythologie formuleert Prouvost een ambigue, zoekende kritiek op haar eigen artistieke ancestraliteit: als westerse kunstenares moet ze zich willens nillens verhouden tot een door mannen gedomineerde kunstgeschiedenis. De productieve en reproductieve arbeid van vrouwen werd al die tijd onzichtbaar gemaakt. Met Maquette for Grandad’s Visitor Center, een grapversie van museale spektakelarchitectuur, doet Prouvost een ironisch voorstel voor een fictioneel instituut dat grootvaders artistieke erfenis in ere zou kunnen houden. Dat blijkt nodig, want: ‘nobody’s interested anymore.’ Hoe een kunstenaarschap ontwikkelen dat het oude, zombieachtige patriarchale model niet kopieert, een kunstenaarschap dat wereldwijsheid verbindt met zorg voor de oikos? Als je deze interpretatiedraad volgt, dan lijkt Prouvosts oeuvre één lang, fascinerend antwoord op die vraag.

 

• Laure Prouvost. AM-BIG-YOU-US LEGSICON, tot 19 mei in M HKA, Leuvenstraat 32, 2000 Antwerpen.