Pieter T'Jonck

DE WITTE RAAF

Editie 198 maart-april 2019

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Poetas sin alfabeto

Spanje was, net als Portugal, lange tijd een buitenbeentje in West-Europa. De voormalige wereldmacht bleef na de Tweede Wereldoorlog – die het land nauwelijks beroerde – een dictatuur waar de kerk nog veel invloed had, terwijl de rest van het Europese continent inmiddels voor de sociaaldemocratie gekozen had. Die dictatuur laat tot vandaag, meer dan veertig jaar na het einde ervan, haar sporen na. Onderhuids heeft het Iberisch schiereiland nog steeds zeer eigen culturele trekken, waarvoor Vincent Dunoyer en Jan Vromman een gedeelde fascinatie koesteren. Dat was de motivatie voor het samenbrengen van een aantal video’s onder de titel Poetas sin alfabeto in Argos.

Dunoyer (°1962, FR) en Vromman (°1958, BE) zijn een ongewoon duo. Hun oeuvres liggen qua temperament en insteek ver uit elkaar, al presenteren ze hier dan beiden uitsluitend videowerk. Dunoyer begon zijn carrière als danser, onder meer bij Rosas. Later ontwikkelde hij zich tot een ‘conceptuele’ choreograaf die het medium video vaak inzette om de ervaring van (live-)beelden te onderzoeken. De laatste jaren betrok hij ook beeldende kunst in zijn werk, onder andere op Performatik 2011, en in 2013 creëerde hij een liveperformance bij een werk van Berlinde De Bruyckere op hetzelfde festival. Vromman daarentegen werkte van meet af aan voornamelijk met het medium film en video, een occasionele uitstap naar het theater niet te na gesproken. Hij ontwikkelde zich vooral als documentairemaker met een uitgesproken belangstelling voor sociale historiek.

Dat verschil uit zich meteen in de video Paso Doble, het enige gezamenlijke werk van Dunoyer en Vromman in deze tentoonstelling. Beide kunstenaars poseren er, bij wijze van begroeting, samen voor de camera in de galerie. De pezige, getrainde danser Dunoyer staat bovenop een bankje, zodat zijn gezicht verdwijnt achter een laaghangende betonbalk. De meer gezette Vromman zit naast hem op datzelfde bankje. Doodgemoedereerd verorbert hij een appel terwijl Dunoyer teder door zijn haar streelt. Ten slotte vlijt hij zijn hoofd tegen het been van Dunoyer.

In twee van de video’s die Dunoyer hier presenteert, herken je zijn onderzoekende, reflexieve benadering van beelden. Het idee voor Bodegón – Spaans voor ‘stilleven’ – ontstond naar aanleiding van een performance bij een tentoonstelling. Dunoyer stelde zich voor dat hij een tableau van Francisco de Zurbarán opnieuw zou samenstellen op een laken. Dat zou hij vervolgens door het museum slepen. Het plan ging niet door, maar er diende zich een nieuwe gelegenheid aan bij de tentoonstelling van Sarah Smolders in Netwerk Aalst in 2018. In Bodegón sleept Dunoyer een laken uiterst behoedzaam voort over de handgemaakte, onregelmatige plavuizen van Smolders. Al staat er geen wijnkaraf of fruitmand op dat laken zoals bij Zurbarán, Dunoyers omzichtigheid suggereert dat ze er wel zijn. Hij buit het rammelen en knarsen van de losliggende tegels daarbij slim uit: die klank scherpt het gevoel aan dat hier elk ogenblik iets kan breken of vallen.

Even suggestief is de video (in loop) El silencio es de oro come el disco de Rocío. Dunoyer betast zijn baard terwijl hij bedachtzaam in de camera kijkt. De camera schuift daarna omlaag naar zijn tot een vuist geklemde hand. Langzaam komen de vingers los uit de vuist, alsof hij aan het tellen is. Een vinger gaat omhoog naar zijn kaak en voorhoofd als teken van ingespannen denken. Even ziet Dunoyer hoe zijn hand zijn eigen gang gaat, en ten slotte zijn borst en schouder aftast. Uiteindelijk glijdt de camera weg over zijn schouder naar zijn rug tot die het beeld vult. Op korte tijd zie je zo verschillende manieren waarop we ons tot ons lichaam kunnen verhouden. Dat beeld is gevat in een zwart rond masker, en het draait rond, als een oude 16-toerenplaat – de opname is een hulde aan de zangeres Rocío Jurado.

In twee verwante werken bespeelt Dunoyer een ander thema. The old way vertelt een fait divers: toen Dunoyers vader, een arts, hem bij een ziekte onderzocht, was hij zijn stethoscoop vergeten. Daarom beluisterde hij de ademhaling van zijn zoon the old way: hij spreidde een zakdoek uit op de rug van zijn zoon en legde zijn oor daartegen te luisteren. Tijdens dat verhaal glijdt de camera over een schilderij van Joachim Patinir in het Prado. Charon begeleidt er een kleine mens over de rivier Styx naar het Dodenrijk. Vader en zoon, groot en klein, verzorger en hulpbehoevende: die thema’s keren terug in Adem diep. Dat is een associatief beeldessay met beelden van beroemde Spaanse dansers (onder meer Vicente Escudero en Cesc Gelabert), het schilderij van Patinir, vele versies van Christophorus die Christus op zijn schouders neemt, en een ontmoeting tussen Dunoyer en zijn kunstenaarsvriend Lucas Devriendt. Spanje is in beide video’s vooral aanwezig in de iconografie. Maar in essentie vormt het werk een bredere, melancholische bespiegeling over ingrijpende ervaringen die mensen samen beleven en de manier waarop die in de kunstgeschiedenis opduiken.

De films van Jan Vromman bieden een meer concreet beeld van de Spaanse realiteit dan Dunoyers door kunst bemiddelde blik. Vromman ging op onderzoek in het achterland van Spanje, in het bijzonder in het dorp Trujillo in Extremadura, waar Francisco Pizarro in 1512 vertrok om het Incarijk te veroveren. In A man on a horse documenteert hij op ironische maar soms irritant maniëristische wijze de valse beeldvorming rond deze conquistador. Van ironie of maniërisme is daarentegen geen sprake in A boy eating pippas. In die film toont Vromman de realiteit van de stad in één indringend beeld. Een jongetje zit hoog op een eeuwenoude muur voor zich uit te staren, terwijl hij werktuigelijk ‘pippas’ (pitten) eet. Het beeld heeft geen begin of einde. Het vertoont geen enkele ontwikkeling. Je ziet een wereld waarin alles als vanzelf voortgaat en niets onverwachts gebeurt. Vooruitgang en geschiedenis zijn hier vreemde woorden. De bezoeker kan het beeld vanaf een stoel, in het hart van de tentoonstelling, bekijken terwijl die zelf ‘pippas’ oppeuzelt.

Maar natuurlijk is die ‘eeuwige’ wereld ook maar schijn. De mot zit in de mythe. Vromman toont het in Poetes sin alfabeto, of Dichters zonder alfabet. Het is een documentaire over een film die nooit gemaakt werd, waarin hij veertig jaar lang de stad zou volgen aan de hand van enkele uitzonderlijke figuren. Een film waarin de cineast oud zou worden met zijn personages. Iets als Boyhood van Richard Linklater, maar veel breder van opzet en tijdsduur. Je ontdekt een stad van verloren dromen, van mensen die wegtrekken, van oude (fascistische) demonen die opduiken. Centraal staat echter een groep zwakbegaafde mensen uit een opvangcentrum, de ‘poetes sin alfabeto’ waaraan de film zijn naam ontleent. Ongehinderd door wetten en praktische bezwaren fantaseren ze zich een avontuurlijke wereld bij elkaar. Vijftig plastic bekertjes, en hop, je hebt een kanten kraag als een Filips II. Deze hulpeloos ogende ‘poetes’ houden ons, dat is Vrommans these, een spiegel voor. ‘We all think that we are capable, that we are specialised in something. […] In fact, we are ‘poets without an alphabet’ after all. In the end, we are just drifting around helplessly.’ Uit die woorden spreekt een soort wanhoop, of noem het melancholie, die ondanks alle verschillen in stijl, toon, methode, resoneert met de zachte melancholie in Dunoyers werk.

 

• Vincent Dunoyer & Jan Vromman. Poetas sin alfabeto, tot 28 april in Argos, Werfstraat 13, 1000 Brussel.