Bram Ieven

DE WITTE RAAF

Editie 198 maart-april 2019

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Pinball Wizard: The Work and Life of Jacqueline de Jong

In de openingstoespraak voor de tentoonstelling over het werk en leven van Jacqueline de Jong, deed curator Margriet Schavemaker een ontluisterende bekentenis: slechts 4% van de volledige collectie van het Stedelijk Museum is van vrouwelijke makers. Dat zou voor ieder museum een laag percentage zijn, maar voor een museum voor moderne en hedendaagse kunst is het ronduit schokkend. Het Stedelijk is zich daarvan bewust en probeert duidelijk verandering te brengen door middel van zijn tentoonstellingsbeleid (hoe het met het collectiebeleid zit is wat onduidelijk, al zijn er inmiddels wel enkele werken van De Jong aangekocht). De retrospectieve van Lily van der Stokker is nog maar net afgelopen. De expositie van Raquel van Haver loopt. En nu is er de ambitieuze overzichtstentoonstelling van Jacqueline de Jong (°1939): veertien goedgevulde zalen met werk van eind jaren vijftig tot 2018.

De expositie is chronologisch opgebouwd, met een opmerkelijk lange aanloop langs drie zalen met verwante en bevriende kunstenaars, briefwisselingen met Guy Debord (die haar eind jaren vijftig aanstelde als de Hollandse vertegenwoordiger van de situationisten) en Asger Jorn (een tijdje haar partner), de kunstcollectie van haar ouders (goede vrienden van Willem Sandberg), en zo verder. De werken van De Jong worden in hun context geplaatst door andere werken uit de collectie van het Stedelijk mede te exposeren, het museum waar ze zelf ook een tijdje werkzaam was als assistent van Sandberg, en dat haar toegang gaf tot het netwerk van Cobra en het situationisme, dat aan het begin van haar carrière zo belangrijk was. Soms resulteert dat in originele dwarsverbanden die echt iets toevoegen aan een begrip van De Jongs werk, zoals de opstelling van Chaïm Soutines Le Bœuf (1925) naast De Jongs Night Animals (1961), die duidelijk maakt waar het kleurgebruik van De Jong vandaan komt. Andere keuzes zijn wat obligaat of gemakzuchtig (Robert Rauschenberg en Wim T. Schippers hangen met werken die over de ruimte gaan naast Tournevicieux cosmonautique van De Jong uit 1966, maar de connectie is niet heel dwingend of origineel).

Pinball Wizard strookt vanuit museaal en curatorieel perspectief met een feministisch programma. Dat het werk van De Jong nu en dan een feministische inslag heeft, wordt duidelijk in de vormentaal die ze hanteert. Vooral het vroege werk, uit de jaren zestig, past in dit interpretatiekader. De Jong heeft in deze periode een diepgaande interesse voor het irrationele, het duistere, het vermeend hysterische dat ze in kritische dialoog met mannelijke voorgangers zoals Goya, Picasso en Soutine al schilderend of etsend wil ontworstelen aan de logica van een mannelijke ratio. Ze maakt een boek met veertig etsen, La folie endormie (1962), een thematisch weerwoord op Goya’s El sueño de la razón produce monstruos uit de reeks Los Caprichos (1767). De Jongs obsessie met het monsterlijke lichaam is hier al aanwezig, al maakt de tijdgebonden expressieve abstractie het moeilijk om dat echt te vatten. Dat verandert tegen het midden van de jaren zestig, wanneer De Jong figuratief begint te schilderen. De monsters komen nu echt naar voren: verwrongen wezens met opgezwollen ledematen die verkeerd op elkaar lijken aangesloten. Wezens ook die aan elkaars scrotum of penis aan het knabbelen zijn, vingers die penissen worden, zoals in Playboy no.1 (1964). Lichamen met de kleur van zure melk, pisgeel, afgewisseld met vuiloranje en zalmroze. Er zit nu meer licht in het werk van De Jong, maar het is wel giftig.

Thematisch wordt het werk van De Jong gekenmerkt door een fascinatie voor het lichaam en wat het ondergaat bij begeestering en vervoering. Vanaf de jaren zeventig onderzoekt De Jong dat thema via spel. In het spel zien we het lichaam in uiterste concentratie; een mentale concentratie die vervormt en verwringt, maar waarin lichaam en geest ook volledig in elkaar opgaan. Het duurt echter vrij lang vooraleer ze een stijl vindt die haar thema recht aan doet. Pas in de tweede helft van de jaren zeventig, wanneer De Jong zich toelegt op een serie schilderijen over biljarten, lukt haar dat. De Jong maakt in deze schilderijen optimaal gebruik van onwaarschijnlijke perspectieven. In combinatie met de bizarre lichaamshoudingen van de spelers leidt dit tot een subtiele maar toch groteske portrettering van lichamelijkheid: een hand die zich helemaal plooit rond de keu, een lichaam dat krampachtig over de tafel ligt om vanuit de juiste hoek te kunnen schieten. De grote lappen groen doek van de biljarttafel pompen eindelijk lucht in De Jongs composities. Pas dan ontwikkelt ze haar eigen stijl en wordt het werk echt interessant.

Niet alleen compositorisch beheerst De Jong haar ambacht dan tot in de puntjes; ook de dialoog met haar voorgangers in de schilderkunst wordt evenwichtiger, klassieker zelfs. Centraal staan nu Francis Bacon en Pablo Picasso en de wijze waarop zij het lichaam in hun schilderkunst hebben vervormd. Inmiddels zijn we tien zalen verder en begint er wel iets op te vallen: De Jong verhoudt zich uitsluitend tot mannelijke kunstenaars. Met terugwerkende kracht wordt duidelijk hoe ver die exclusiviteit gaat. Op de foto’s van de vierde en vijfde Situationistische Internationale (respectievelijk in Londen en Göteborg) is ze de enige vrouw. Haar kunsthistorische gesprekspartners: Goya, Soutine, Picasso, Bacon. Wat het interpretatiekader van het Stedelijk Museum bovendien buiten beeld laat, is dat De Jong in de jaren tachtig scherp afgaf op feminisme en feministische kunst. Dat vond ze, in die tijd althans, ongelofelijke onzin. De Jong lijkt eigenlijk vooral one of the guys, ook in haar schilderijen. Dat is niet erg: ze is net zo goed als ‘de jongens’ en ze neemt terecht haar plaats in met deze expositie. Maar het emancipatorische kader waarmee het Stedelijk Museum het oeuvre van De Jong wil ontsluiten, dat behoort toe aan het Stedelijk zelf, niet aan De Jong.

 

• Pinball Wizard: The Work and Life of Jacqueline de Jong, tot 18 augustus in Stedelijk Museum, Museumplein 10, 1071 DJ Amsterdam.