Steven Humblet

DE WITTE RAAF

Editie 198 maart-april 2019

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Bauhaus und die Fotografie

De tentoonstelling in het NRW-Forum Düsseldorf confronteert twaalf hedendaagse fotografen en filmmakers met een (bescheiden) reconstructie van de legendarische Film und Foto-expo die precies een eeuw geleden in Stuttgart werd georganiseerd en daarna nog zou rondreizen in Europa en Japan. Samen met twee andere tentoonstellingen die ongeveer op hetzelfde moment liepen – Fotografie der Gegenwart in Hannover en Das Deutsche Lichtbild in Essen – zou de Fifo-expo een grote invloed uitoefenen op de ontwikkeling van de fotografie in de volgende decennia. De organisatoren van die historische expo waren de kunsthistoricus Hans Hildebrandt en de grafische vormgevers Bernhard Pankok en Jan Tschichold. Geen enkele fotograaf was er vanaf het begin bij betrokken, pas op het laatste moment werd een beroep gedaan op László Moholy-Nagy, fotograaf maar ook grafisch ontwerper, beeldend kunstenaar en filmmaker en docent aan het Bauhaus. Hij kreeg de opdracht om de eerste, programmatorische zaal te ontwerpen. 

De expo in Düsseldorf is geen doorwrochte studie van de historische Fifo-expo. Ze wordt slechts op twee plekken in de tentoonstellingsruimte gethematiseerd. In een kleine zaal achteraan de eerste grote tentoonstellingszaal kan men met een VR-bril een virtuele reconstructie van de eerste, door Moholy-Nagy ontworpen, tentoonstellingszaal bezoeken. Het gaat om de zaal zoals die in Stuttgart gestalte kreeg. Het is een prikkelende, maar ook erg frustrerende ervaring: de virtuele ruimte voelt onwennig aan en de virtuele bezoeker staat vaak te ver of te dichtbij, waardoor het gevoel van immersie telkens ‘mislukt’. Bovendien laat de technologie de bezoeker nauwelijks toe om de gereconstrueerde ruimte kritisch te bestuderen. Dat is gelukkig anders in de tweede tentoonstellingszaal waar in een hoek van de zaal een (beperkte) materiële reconstructie te zien is van twee wanden uit de versie van de Fifo-expo die in Berlijn werd gepresenteerd. De relatief kleine zwart-witbeelden hingen dicht bijeen, in drie horizontale banden boven elkaar. Deze scenografie had als voornaamste doel een dynamische lectuur op gang te brengen waarbij de toeschouwer vooral geattendeerd werd op het spel van formele gelijkenissen en verschillen tussen de verschillende foto’s. Er werd geen onderscheid gemaakt tussen amateur- en professionele fotografie of tussen artistieke beelden en wetenschappelijke opnames: alle werden ze als gelijkwaardige uitingen van het fotografisch kijken beschouwd. Wezenlijker dan wie de foto’s gemaakt had of waarvoor ze dienden, was dat ze het vernieuwende aspect van het fotografische dispositief illustreerden. Een revolutionaire nieuwheid die, zo stelde Moholy-Nagy, vooral te maken had met de unieke technologische kwaliteiten van het fotoapparaat. Met andere woorden: wat fotografie zo prikkelend interessant maakte, was dat het beelden produceerde die wezenlijk anders zijn, omdat ze de wereld vanuit een strikt technologisch oogpunt vatten. En dat is waar de historische reconstructie(s) van de Fifo-expo en de hedendaagse beelden elkaar raken: beide thematiseren de wijze waarop de fotografische techniek kan ingezet worden voor de creatie van verrassende, ongeziene beelden.

Uit het werk van de twaalf verzamelde fotografen en beeldende kunstenaars blijkt alvast dat ze gedreven worden door een gelijkaardige experimentele attitude als die van Moholy-Nagy. Net als hij stellen ze de conventionele kijk op fotografie als een medium van descriptieve transparantie in vraag. Het resultaat is een expo die een (minstens tentatief) antwoord hoopt te geven op de vraag in welke richting fotografie zich in de toekomst zal ontwikkelen. Ze doet dat door een select kransje van fotografen en beeldende kunstenaars naar voren te schuiven die zich toeleggen op enkele essentiële facetten van de fotografische beeldproductie: optica, chemie en (im)materialiteit. De beelden van Dominique Teufen en van het fotografenduo Taiyo Onorato & Nico Krebs zijn een mooi voorbeeld van werk waar alle drie aspecten samenkomen. Voor de creatie van hun Color Spins maakten deze laatsten gebruik van een ronddraaiend apparaat dat licht produceert (enigszins te vergelijken met de Licht-Raum-Modulator van Moholy-Nagy). Door de combinatie van een lange sluitertijd met een zwarte achtergrond creëren ze zo een kleurrijke (maar ook illusoire want immateriële) sculptuur van licht. De Flashlight Sculptures van Dominique Teufen zijn ondanks hun constructivistische helderheid erg verwarrende beelden. In haar studio stapelt ze glazen kubussen, panelen en piramides op een witte tafel of een donkere pedestal. Wanneer de flits afgaat weerkaatst het licht op de muren van de studio. Het samenspel van de reflecterende oppervlakken en het gereflecteerde licht resulteert in een adembenemende, maar extreem vluchtige lichtconstructie die slechts een fractie van een seconde zichtbaar was (te kort voor het menselijk oog) en in de fotografische opname wordt vastgelegd. In beide gevallen capteert de camera iets wat in werkelijkheid nooit (Onorato & Krebs) of slechts voor een ultrakort moment (Teufen) bestaan heeft.

Ook elders in de tentoonstelling – in de digitale fotogrammen van Thomas Ruff, in de fotochemische experimenten van Daniel T. Braun, of in de extreme precisie van Kris Scholz’ opnames van muren en vloeren van kunstscholen in Europa en China – worden fotografische technieken aangewend om de (im)materialiteit van het fotografische beeld aan de orde te stellen. De meest opvallende bijdrage in dit verband is die van Wolfgang Tillmans. In een vitrine ligt een editie gemaakt naar aanleiding van het in 2016 geopende Switch House in het Londense Tate Modern. De opnames van de nog lege expozalen werden gereproduceerd met behulp van een kopieermachine. Op sommige plekken zijn er kleurverschuivingen opgetreden, veroorzaakt door het beperkte kleurspectrum van de machine. Die haperingen verstoren de transparantie van het beeld, zodat niet de inhoud maar het materiële substraat zelf alle aandacht begint op te eisen. Maar, belangrijker nog, het apparaat ageert hier zelf: in deze storingen toont het zich geen neutrale geleider, maar een agent die het ontvangen licht eigenzinnig naar zijn hand zet. Fotografie is geen passieve ontvanger, maar een actieve vormgever van de zichtbare wereld.

 

• Bauhaus und die Fotografie, was tot 10 maart te zien in NRW-Forum Düsseldorf, Ehrenhof 2, 40479 Düsseldorf, en loopt van 11 april tot 25 augustus in het Museum für Fotografie, Jebenstrasse 2, 10632 Berlin.