Rudi Laermans

DE WITTE RAAF

Editie 198 maart-april 2019

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Berlijnse fotografie

Dat het samengaan van private sponsoring en publiek initiatief een serieuze spagaat kan opleveren, wordt nu al een tijdje treffend geïllustreerd in het neoklassieke gebouw aan de Jebensstrasse 2 in het centrum van Berlijn. Ooit was het een casino voor officieren, nu herbergt het zowel de Helmut Newton Foundation als het Museum für Fotografie. Op de benedenverdieping huist een vaste tentoonstelling, Helmut Newton’s Private Property, die op een tegelijk anekdotische en zelfverheerlijkende manier de loopbaan van Newton documenteert. De eerste verdieping is voorbehouden aan roterende exposities die zijn geënt op het oeuvre van diezelfde Newton. Gewoonlijk wordt dat laatste selectief getoond in combinatie met werk van enkele andere fotografische grootheden: de verdenking van een gedurige poging tot artistieke canonisering ligt voor de hand. Het Museum für Fotografie zit op de derde verdieping, en organiseert in de immense Keizerszaal wisselende exposities die putten uit de omvangrijke fotografiecollectie van de Kunstbibliothek.  

De langlopende tentoonstelling Nudes toont op de eerste verdieping naaktfoto’s van Newton, Saul Leiter en David Lynch. De kleine zwart-witfoto’s van Leiter zijn het interessants, omdat ze niet voor een publiek waren bedoeld en nog getuigen van een zekere pudeur. Leiter fotografeerde in zijn studio vanaf eind de jaren veertig vriendinnen en geliefden met weinig of geen kleren aan. Hij deed dat op een tegelijk terughoudende en intieme manier. Agressieve, quasipornografische naaktfotografie was in die tijd artistiek not done, en vooral wilde Leiter met zijn camera duidelijk recht doen aan zijn verhouding tot de gefotografeerde vrouwen. Hij respecteerde hun lichamen en wou ze niet profaneren: de nadruk ligt op hun gezichten; en hij wilde ze niet enkel in beeld brengen, maar als het ware aanraken – alsof de lens voor hem een hand was die kon strelen. Heel verschillend – qua teneur volstrekt tegengesteld aan Leitners werken – zijn de werken van Lynch. Anders dan zijn films komen zijn opgeblazen foto’s van vrouwelijke lichaamsdelen, meestal in zwart-wit en soms in kleur, niet meteen unheimlich over. Eerder getuigen ze van fetisjisme. Het lichaam wordt verknipt tot makkelijk herkenbare fragmenten die, mede door de afstandelijkheid van de camerapose, een primair visuele lust willen oproepen. De foto’s van gezichten bevestigen de indruk: het is Lynch vooral om de zwaar aangezette mond te doen.

Bij de grote zwart-witfoto’s van Newton zijn de modellen inwisselbaar, generisch haast. Newtons formule is overbekend: stiletto’s, zodat de lange benen van de gefotografeerde vrouwen nog meer uitkomen, een gestifte mond, een onmiskenbare suggestie van zonnebankbruin, en vooral een uitgerekt lichaam. Als glamourfotograaf heeft Newton een leven lang ‘erectiele’ lichamen gefotografeerd. Vanuit een vreemd soort narcisme lijkt hij de hele tijd zijn eigen geslachtsdeel in de geliefde positie op de in beeld gebrachte vrouwen te hebben geprojecteerd. Je kan er een lange freudiaanse bespiegeling aan wijden, maar je hebt hoe dan ook te maken met een visuele fixatie: Newtons naaktfoto’s objectiveren een welbepaald soort vrouwenlichaam op altijd weer dezelfde manier.

Het bij elkaar brengen van de fotografische naakten van Newton met die van Leiter en Lynch zorgt niet meteen voor een meerwaarde. De drie oeuvres staan inhoudelijk naast elkaar, wat door de opstelling wordt bevestigd: de oeuvres worden afzonderlijk getoond. Ze getuigen van een verschillende blik op het vrouwelijk lichaam, die varieert van intiem en affectief (Leiter) over afstandelijk-fetisjistisch (Lynch) tot radicaal objectiverend (Newton). Mits de nodige contextualisering zou deze constellatie vanuit feministisch-theoretisch oogpunt een interessante expositie hebben kunnen opleveren, maar dat soort oefening annex denkkader is de Helmut Newton Foundation volkomen vreemd. Op de website wordt Nudes geduid vanuit de premisse dat vrouwelijke naaktfotografie een op zichzelf staand artistiek genre is: quod non.

In de Keizerszaal op de bovenste verdieping loopt een heel ander soort fototentoonstelling, Berlin in der Revolution 1918/19: Fotografie, Film, Unterhaltungskultur. Aan de hand van meestal kleine foto’s probeert deze expositie de woelige periode na november 1918 te documenteren. Een groot deel van de beelden komt van de persfotograaf Willy Römer. Zijn foto’s van de herhaaldelijke schermutselingen in de straten van Berlijn hebben iets surreëels. Je krijgt nauwelijks echte gevechten of gewonden en lijken te zien, laat staan dat er veel bloed stroomt of ouderwetse kruitdampen de foto’s bewasemen. Op veel opnames poseren muitende soldaten samen met mannen in burgerkledij, incluis das en hoed (!), met het geweer losjes in de aanslag achter een barricade. Het gaat ook echt om ensceneringen voor de camera, vaak opgezet in de pauze tussen twee gevechten door. Bestaan er dan geen ‘realistischere’ foto’s van bijvoorbeeld de Spartacusopstand in januari 1919? Zijn meer documentaire beelden niet voorhanden of zijn ze hier niet opgenomen omdat uitsluitend wordt gewerkt met de collectie van de Kunstbibliothek? Het is merkwaardig dat de tentoonstelling de visuele afwezigheid van zeg maar het revolutionaire moment in de aanwezige foto’s nergens hardop thematiseert. De foto’s in Berlin in der Revolution 1918/19 tonen geen stad in revolutie, maar straten waar de schermutseling ofwel al is gebeurd, ofwel zich nog moet voltrekken.

De opstanden tussen november 1918 en maart 1919 vonden enkel in bepaalde wijken van Berlijn plaats. Daarentegen heerste in andere delen van de stad volop publiek plezier en vertier in de maanden onmiddellijk volgend op het einde van WOI. Ook die realiteit komt echter amper direct in beeld. Foto’s van lege cinema-, gelag- of cabaretzalen domineren, wat opnieuw de vraag doet rijzen naar het waarom van de afwezigheid van de gethematiseerde historische realiteit. Bondig tekstmateriaal probeert deze lacune te vullen, wat het bewustzijn ervan enkel vergroot. Zo vertelt in haar geciteerde memoires een van de bekendste bijna-naaktdanseressen uit die tijd dat ze gewoonlijk optrad voor een publiek dat voor een groot deel bestond uit ex-soldaten die lichaamsdelen misten. Het applaus op het einde van een voorstelling kon daarom mede afkomstig zijn van twee mensen met elk slechts één arm en hand, die ze samen gebruikten om hun enthousiasme uit te drukken.

De foto’s in Berlin in der Revolution 1918/19: Fotografie, Film, Unterhaltungskultur zijn geschiedkundig zonder het geschieden waarop ze zinspelen ook echt te documenteren. Als zodanig kunnen ze geen historiografisch statuut claimen, terwijl de expositie suggereert dat ze dat wél bezitten. Dat de tentoonstellingsmakers niet verder stilstaan bij de kloof tussen beeld en historische realiteit, de tot een snapshot gecondenseerde zichtbare geschiedenis en de daarvan verschillende complexe werkelijkheid, is een gemiste kans. Die afstand speelt immers altijd, alleen wordt de spagaat in deze expositie zo groot dat enkele meer algemene beschouwingen voor de hand hadden gelegen. En ja, er gaapt ook een afgrond tussen wat er op de derde verdieping en de twee andere etages van het statige gebouw aan de Jebensstrasse 2 valt te bekijken. Door de verschillende inzet van de Helmut Newton Foundation en het Museum für Fotografie is die er altijd. Misschien mikt deze privaat-publieke samenwerking op het aanbieden van twee heel uiteenlopende kijkervaringen tegen de prijs van één entreeticket?

 

• Berlin in der Revolution 1918/19: Fotografie, Film, Unterhaltungskultur, liep tot 3 maart in Museum für Fotografie; Nudes loopt tot 19 mei in Helmut-Newton-Stiftung, Jebensstrasse 2, 10623 Berlijn.