Zsuzsanna Böröcz

DE WITTE RAAF

Editie 199 mei-juni 2019

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Richard Venlet. Its Walls, Floors, Ceiling and Windows

In de vandaag enigszins perifere Rotonde Bertouille met het vergulde plafond en haar antichambres, is momenteel werk te zien van kunstenaar-architect-tentoonstellingsmaker Richard Venlet. Al bijna dertig jaar bouwt hij aan een consequent oeuvre van tentoonstellingen, installaties en andere projecten. De locaties voeren van Bozar, Museum Dhondt-Dhaenens, S.M.A.K. en M HKA naar de Kunsthalle Bern, de ruimtes van de Biënnale van São Paulo en de École Nationale Supérieure des Beaux-Arts in Parijs. Alleen al bij Bozar ontwierp hij tentoonstellingsarchitectuur voor b0b Van Reeth (2013), Anne Teresa De Keersmaeker (2015), The Belgians (2015), Ado Chale (2017), The Power of the Avant-Garde (2017) en Hugo Claus (2018). Zijn werk overschrijdt methodisch de grenzen tussen disciplines als beeldhouwkunst, installatie of architectuur, en verwerkt invloeden uit kunst- en architectuurhistorisch en -theoretisch onderzoek.

De lopende tentoonstelling is een overzicht van vierenzestig presentatiecontexten waarin Venlet werk toonde of intervenieerde, te beginnen met een beslissende ingreep in de architectuur van Victor Horta in het Paleis voor Schone Kunsten uit 1990. In de zaal voor je de expositie binnentreedt had Horta in de vloer een strook marmer langs het visgraatparket geplaatst als een afstandsmarkering tot de tentoonstellingsmuur. Precies op de overgang tussen die twee materialen plaatste Venlet een houten wand, met daartegen een horizontale balk in hetzelfde hout. Wat er precies tentoongesteld werd, bleef in het ongewisse, en dat was ook de opzet. Sinds die ingreep focust Venlet op contextspecifieke situaties waarin hij nieuwe condities creëert, al dan niet in functie van het tonen van andermans werk, en vaak door een verrassende hertekening van de ruimte. Ingrepen concentreren zich op primaire architecturale elementen zoals muur, vloer, plafond en uitsparing, naast andere instrumenten van de museale ruimte zoals verlichting en beeldscherm. Met grote helderheid en precisie, en gaandeweg met een breder wordend vocabularium, schenkt Venlet zo het bestaande een volstrekt nieuwe maar omkeerbare identiteit.

Venlet liet de introductietekst op overgebleven panelen drukken, en dit voorbeeld van recyclage zet de toon. Het gaat hier niet om een klassieke retrospectieve: eerdere installaties en projecten worden niet zomaar gedocumenteerd, maar fragmenten worden gerecupereerd in nieuw werk dat het vorige fragmentarisch representeert en bevraagt. Dat Venlet terugkeert naar de architectuur van Horta is niet zonder betekenis. Een labyrintische paravent herstructureert de antichambres en schept een parcours dat de klassieke frontaliteit van de tentoonstellingswand onderuithaalt. Op de vouwwanden, gemaakt van dunne spaanplaten verbonden met plastic kabelbinders, verwijst een nummering naar het oorspronkelijke project waaruit de opgestelde fragmenten vandaan komen. Zevenentwintig van de vierenzestig projecten worden in de opstelling vertegenwoordigd, maar ze staan allemaal – vergezeld van één foto en een beknopte omschrijving – in de zaalgids, een leporello die de geplooide paraventstructuur herneemt. De vouwwanden met hun scharnierende tiewraps gaan terug op het concept voor The Group Show #1 uit 2016, ontworpen in samenwerking met Ekaterina Kaplunova, waarvan de simpele constructiewijze haaks staat op de architecturale impact. De opstelling in Bozar mist de heldere kracht die Venlets werk doorgaans kenmerkt in de ruime zalen van vermaarde kunsthuizen – de geïmproviseerde opbouw lijkt vooral de pragmatische vrijheid van de kunstenaar te onderlijnen. Ze benadrukt het totstandkomingsproces van de ‘reconfiguratie’, waar Venlets werk in wezen om draait, en dat niet enkel steunt op vaststaande concepten, maar evengoed op flexibiliteit en in-situbeslissingen die toelaten om de beoogde ruimtelijke condities te realiseren.

De vouwwanden hebben de standaardmaten van een spaanplaat (244 x 122 cm) – het basismateriaal van elke tentoonstellingsmaker. Ze volgen nadrukkelijk niet de plattegrond van de Hortavloer en zijn net voldoende hoog om enerzijds aparte ruimtes te scheppen voor de elementen uit Venlets arsenaal, en om anderzijds de historische museumzalen niet helemaal te verbergen. De oorspronkelijke geometrie en symmetrie worden vervangen door intuïtief opgeroepen relaties tussen vloer en wand, wand en bezoeker, bezoeker en object, en tussen al die elementen onderling. De aandacht komt op die relaties te liggen, die worden uitvergroot of geabstraheerd en een zelfstandig bestaan gaan leiden, niet zozeer als object, maar als ervaring. Deze herconfiguratie geeft inzage in het denk- en maakproces binnen het oeuvre van Venlet, en in zijn instrumentarium en glossarium van het tentoonstellen: hergebruiken van modellen, recycleren van materialen en ideeën, grenzen definiëren en bevragen, ruimtes verkennen aan de hand van vloer- en wandoppervlakken. Door het perspectief of de circulatie aan te passen of door een detail te benadrukken, verhoogt hij de bewustwording van de ruimte. Terwijl Lemurenkopf II van Franz West in de tentoonstelling Museum for a Small City (2014) in het S.M.A.K. de hoofdrolspeler was, speelt het in Bozar als enig kunstwerk een dienende rol, en voegt het een dimensie toe aan het discursief traject van Venlet, zoals de (al dan niet gedeeltelijke) belemmering van zicht en toenadering, en het opwekken van nieuwsgierigheid of frustratie.

Het thema van de elementen in architectuur is de voorbije jaren in zwang, getuige bijvoorbeeld Rem Koolhaas’ spraakmakende Elements of Architecture op de Biënnale van Venetië in 2014. Terwijl Koolhaas aan de hand van die elementen een kritiek gaf op de moderne Europese architectuur die de nationale culturele identiteit mee heeft doen vervagen, legt Venlet ze uit elkaar als onderdelen van het instrumentarium van de beeldend kunstenaar, de ontwerper, de curator. Hij toont hoe ze gemanipuleerd kunnen worden en hoe ze de ruimte manipuleren, net als de beleving van die ruimte en de perceptie van de (kunst)objecten die zich erin bevinden. Deze tentoonstelling is, zoals elk werk van Venlet, een ruimtelijk experiment. Door het hernemen van elementen uit vroeger werk fungeert het tegelijkertijd als een archief dat zichzelf uitdaagt.

 

• Richard Venlet. Its Walls, Floors, Ceiling and Windows, tot 19 mei in Bozar, Ravensteinstraat 23, 1000 Brussel.