Dominic van den Boogerd

DE WITTE RAAF

Editie 200 juli-augustus 2019

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Walid Raad. Let’s be honest, the weather helped

De installatie Les Louvres and/or Kicking the Dead (2018) op de tentoonstelling van de Libanees-Amerikaanse kunstenaar Walid Raad (1967) in het Stedelijk Museum maakt deel uit van een performance die op gezette tijden wordt opgevoerd. Dat optreden begint in een donker zaaltje ernaast met een powerpointpresentatie. Raad vertelt enthousiast hoe hij een baan kreeg aan de Cooper Union in New York, een kunstacademie gesticht door een filantroop en gefinancierd uit speculatie met onroerend goed, waar studenten tot aan de bankencrisis van 2008 kosteloos een opleiding konden volgen. Aan de hand van grappige infographics volgt een wijdlopig betoog over hoogbouw en hoogmoed, architecten en vastgoedbaronnen. Het verhaal gaat ook over kunst als prestigeobject, over Franse, Duitse en Arabische verzamelaars, ondergrondse kunsttransporten onder het Louvre en het miljoenencontract dat het wereldberoemde museum afsloot met Abu Dhabi. Zelfs de transpiratie van de bouwvakkers die een nieuw museum in de Golfstaat bouwden, komt aan bod. Vervolgens neemt de kunstenaar het publiek mee naar de installatie in de zaal ernaast. Wijzend op de werken vertelt Raad over de opkomst van de Arabische kunstwereld en de mysterieuze gebeurtenissen die daarmee gepaard gaan: sculpturen van figuren die tijdens het vervoer van Parijs naar Abu Dhabi op onverklaarbare wijze van gezicht zijn gewisseld, kunstvoorwerpen die bij aankomst in het emiraat geen schaduw meer blijken te hebben. Het hilarische relaas leidt tot de conclusie dat Raad in zijn nieuwe baan op de loonlijst van Arabische oliesjeiks moet zijn beland. 

Rondleidingen, presentaties, tekstbordjes, fotodocumentatie, een depot – het instrumentarium van het museum is hier het gereedschap van de kunstenaar geworden. Elke sculptuur, video, installatie en fotoserie op de tentoonstelling wordt geïntroduceerd met een tekst van de kunstenaar, die onlosmakelijk onderdeel is van het werk. Leunend op de autoriteit van het museum hoopt de verteller zijn geloofwaardigheid te vergroten, al weet hij als geen ander dat zijn toelichtingen te gek voor woorden zijn.

Neem de oude schilderijen die met de achterkant naar voren hangen, beplakt met tekeningen en schilderingen op papier. ‘Het werk van Marwan Kassab-Bachi, een van de productiefste Arabische kunstschilders, is nog nooit in het Stedelijk Museum geëxposeerd,’ meldt de wandtekst. ‘Toch werden er drieëntwintig tekeningen en schilderijen van hem aangetroffen op de achterkanten van ingelijste kunstwerken in het depot van het museum. Het is nog onduidelijk of deze werken van de hand van Marwan zelf zijn, of van een vriend, bewonderaar, geldschieter, criticaster of lasteraar.’ Het is de ironie ten top: worden er eens onbekende Arabische meesterwerken ontdekt, gaat het mogelijk om vervalsingen.

Ook de fotoseries en reeksen fotocollages houden het midden tussen feit en fictie. De chaotische burgeroorlog in Libanon (1975-1991) vormt de achtergrond van deze werken. Bij Better be watching the clouds (2015) meldt Raad dat de Libanese inlichtingendienst in de oorlogsjaren codenamen had gegeven aan politieke en militaire leiders, ontleend aan de inheemse flora. In digitale bewerkingen van botanische foto’s is te zien hoe het grijnzende gelaat van Yasser Arafat welig tiert op het duizendblad, en prijkt de kop van Hosni Moebarak op het klein kaasjeskruid. De collages tonen hoe diep de paranoia tijdens de oorlog in het bewustzijn is doorgedrongen.

Bij Let’s be honest, the weather helped (2006) schrijft de kunstenaar dat hij als tiener kogels en granaatscherven verzamelde, die hij lospeuterde uit de gevels van gebouwen. De vindplaatsen legde hij vast op foto’s, beplakt met felgekleurde stippen die corresponderen met de kleurcodes van de munitie. Pas jaren later drong het tot hem door dat zijn notitieboeken een complete inventaris vormen van de talrijke landen die de strijdende partijen in Libanon hebben bevoorraad, van België tot Venezuela.

De foto’s van etalages in Beirut maakte de kunstenaar in opdracht van zijn neef, lid van een plaatselijke militie. Raad waande zich al de trotse opvolger van Eugène Atget en Walker Evans, niet wetende dat hij voor zijn opdrachtgever de winkels in kaart bracht die weigerden ‘beschermingsgeld’ te betalen. Een andere fotoreeks gunt een blik in de agenda waarin Raads vader de vrije val van de Libanese munt bijhield, de prijsstijgingen van bouwmaterialen en het type van granaten die rondom zijn huis waren ingeslagen.

Al deze series komen uit het archief van het fictieve onderzoekscollectief The Atlas Group, met Raad als enig lid. Ze documenteren de harde realiteit van de oorlog, ogenschijnlijk feitelijk en objectief, maar gefilterd door subjectieve beleving en poëtische verbeelding.

Het is een verademing te zien hoe kritisch engagement ook speels en humoristisch kan zijn. Met milde spot beziet Raad bijvoorbeeld de plaats van de kunst in oorlogstijd. Bij de grillig gevormde sculpturen, gemaakt van transportkisten, vernemen we dat openbare monumenten in Beiroet bij het uitbreken van de strijd haastig werden ontmanteld en opgeborgen in kratten. Dertig jaar later werden de kisten verzameld om de monumenten weer op te bouwen, maar omdat instructies ontbraken, ontstonden de wonderlijkste bouwsels. Ook maakte de kunstenaar een zwartgallig ontwerp voor een nieuw te bouwen museum in Beirut: een diepe schacht in de aarde, ergens uit te graven tussen het Museum of Memorable Accidents en het Am I Dreaming Auction House. Een serie inkjetprints toont de bizarre camouflagepatronen die Libanese kunstenaars voor milities hebben ontworpen, ‘bijeengebracht door Farrid Farroukh, een even middelmatige als onbescheiden kunstschilder, die gepikeerd was dat hem niet was gevraagd zijn eigen ontwerpen in te dienen’ (Appendix 137, 2018).

Walid Raad toont zich in deze sterke, zorgvuldig samengestelde tentoonstelling een meeslepend verteller die geraffineerd gebruikmaakt van foto’s en footage. Met oog voor het kleine menselijke leed in al zijn absurde varianten, ontrafelt hij de verwevenheid tussen kunst, politiek en geld, juist nu de Arabische wereld zich via de kunst heeft gemengd in de strijd om de soft power.

 

• Walid Raad. Let’s be honest, the weather helped, tot 18 oktober in Stedelijk Museum, Museumplein 10, 1071 DJ Amsterdam.