Rudi Laermans

DE WITTE RAAF

Editie 200 juli-augustus 2019

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Nil Yalter. Exile Is a Hard Job

Het is een ondertussen ingeburgerde trend die de jongste Documenta van een officieel stempel voorzag: vergeten of tot nog toe veronachtzaamde kunstenaars worden ‘herontdekt’ vanuit het streven om de canon feministisch of postkoloniaal te corrigeren. Soms doet dat geforceerd aan en is er al snel de indruk dat de volatiele, immer op onbekende namen gespitste kunstmarkt regeert. Maar evengoed resulteert het in de kennismaking met een tot nog toe marginaal oeuvre dat de hernieuwde aandacht verdient. Dat laatste geldt voor het werk van de autodidactische Turkse kunstenaar Nil Yalter (°1938), die sinds 1965 woont en werkt in Parijs.

Yalter startte eind jaren zestig met abstract-geometrische schilderijen en switchte vervolgens in het spoor van mei ’68 en de militaire coup in Turkije in 1971 naar multimediale, politiek geladen documentaire kunst. Tijdens de jaren zeventig maakte Yalter haar sterkste werk, dat dan ook de kern vormt van de overzichtstentoonstelling die recent in het Museum Ludwig in Keulen was te zien, en ondertussen doorreisde naar het Hessel Museum of Art in New York. Het overgrote deel van Yalters werk uit deze periode zit op het kruispunt van feministische preoccupaties en een interesse voor migratie – en de bredere idee van nomadisme. Het kenmerkt het heterogene karakter van Yalters artistieke praktijk nadat ze de schilderkunst vaarwel zegde: bij elk nieuw project exploreert ze andere compositiemogelijkheden en (combinaties van) media.

De titel van de tentoonstelling, Exile Is a Hard Job (een zin ontleend aan een gedicht van de Turkse revolutionaire dichter Nâzim Hikmet), laat de feministische signatuur van Yalters werk onbelicht, en beklemtoont de documentaire interesse voor de vaak structurele tussenpositie van de migrant(e). Die heeft het geboorteland verlaten voor een nieuwe woonplaats waar men geen thuis weet op te bouwen, omdat men er zich niet welkom voelt. Yalter vat die ervaring van ontheemd zijn bijzonder treffend in de installatie Turkish Immigrants (1977-2016), een tegelijk geëngageerde en absorberende, bijwijlen zelfs ontroerende combinatie van tekeningen, foto’s, polaroids en acht video’s die worden getoond op kleine, ouderwets aandoende tv-schermen, opgesteld in een cirkel. Yalter spreekt hier zelf van een ‘toren van Babel’.

De zwart-witvideo’s uit de jaren zeventig vormen een verhaal dat begint met beelden van armoede in Istanbul: een vrouw die kleren wast door er met de voeten overheen te stappen, armoedig geklede kinderen (die een camera duidelijk nog niet gewend zijn) en modderige straten. De beelden zijn letterlijk stapsgewijs gemaakt, wat uitmondt in een schoksgewijze film, en worden op een volgend scherm aangevuld met shots vanuit een trein. Vervolgens zijn er enkele indringende interviews met Turkse mannen die, na een gedwongen economische migratie, in Frankrijk zijn beland en met een sterk politiek bewustzijn praten over aanpassingsproblemen, het racisme van Franse medearbeiders en hun dromen, zoals het halen van een universitair diploma. Yalter focust consequent op de gezichten van haar mannelijke gesprekspartners, met soms een lang inzoomen voor het gesprek start. Op weer een ander scherm praat een oudere vrouw, met een verdubbeling van het opgenomen gesprek op het tv-scherm naast haar (een video-in-de-video), over hoe ze haar man naar Frankrijk is gevolgd.

Ik zag deze video’s enkele jaren geleden in een frontale opstelling binnen een groepstentoonstelling, en werd toen al getroffen door hun tegelijk etnografische en conceptuele inslag. Dat conceptuele heeft veel te maken met de precieze, op symmetrie gerichte kadrering. Het gevolg is een gewild kunstig effect, waardoor de opnames – die ondertussen ook een historische waarde hebben – het louter documentaire overstijgen. De nadruk op het geconstrueerde karakter van ogenschijnlijke tranches de vie is nog sterker in de recentere, aanvullende video in kleur met vrouwen en kinderen in Turkije. De vrouwen zijn bezig met naaiwerk, de kinderen poseren: het geheel is duidelijk geënsceneerd.

Andere opvallende sedimenten van Yalters interesse in het nomadische als levensvorm én als kunstpraktijk zijn Topav Ev (1973), een draagbare tent die Yalter maakte na een reis naar Nigde in Anatolië, en de zeven panelen die samen de serie Temporary Dwellings (1974-78) vormen. Elk paneel achter glas is een collage van gevonden materialen (vaak afval), polaroids en dagboekachtige notities in hoofdletters. De sporen werden verzameld in de buitenwijken (vaak krottenwijken) van Parijs, Istanboel en New York. Opnieuw frappeert de afstandelijke presentatie: ieder paneel lijkt een etnografisch equivalent van een herbarium. Tegelijk mimeren de zeven werken de idee van een museumcollectie, wat weerom de conceptuele aard van Yalters werk uit de jaren zeventig onderstreept.

Topav Ev is ook feministisch werk, aangezien de tent als vrouwelijke ruimte de bewoonster tegelijk handelingsvermogen geeft – de vrouw bepaalt wie binnen mag – en haar gevangen zet. In Neuenkirchen (1975) combineert Yalter dan weer zwart-witfoto’s van vrouwen die alledaagse, monotone arbeid verrichten (schoonmaken, afwassen, kinderen opvoeden...) met tekeningen die details van de foto’s uitlichten én een video van twee mannen die in hun vrije tijd schijfschieten. Zoals de titels suggereren, zette een feministisch engagement tevens de toon in Yalters eerste zwart-witvideo The Headless Woman or the Belly Dance (1974) en de rond een satijnen kleed van Lanvin opgebouwde installatie AmbassaDRESS (1978). Opmerkelijk, want vooruitlopend op het queer-thema dat pas jaren later modieus werd, is de (in zwart-wit geschoten) video Le Chavalier d’Eon uit 1978. Verwijzend naar de historische figuur aan wie we de term ‘eonisme’ (travestie) danken, toont de video hoe een man van middelbare leeftijd door middel van vrouwelijke attributen als zijden kousen, hoge hakken of juwelen geleidelijk aan transformeert.

Vanaf de jaren negentig is Yalter meer met digitale technieken beginnen te werken. Haar werk uit de jaren zeventig, deels gemaakt in samenwerking met videaste Nicole Croiset, blijft echter een stuk ‘dwingender’ vanwege de combinatie van een neutrale etnografische blik met een artistieke blik, waarbij vooral de grote aandacht voor compositie opvalt. Ook al is het politiek geladen, dat werk is registrerend, niet moraliserend en staat ver af van de vele gemakkelijke identiteitskunst van de laatste jaren. Het formele karakter van Yalters foto’s of video’s doorbreekt tevens elke mogelijke schijn van transparantie of directe representatie. Yalters werk weigert de suggestie van levensechtheid of nabijheid. Ondanks de documentaire lading is haar werk duidelijk geconstrueerd; daarom kun je spreken van conceptuele documentaire kunst. Die claimt geen authenticiteit of beroept zich, anders dan identiteitskunst, niet op eerstegraadservaringen. Veeleer condenseert ze de gecomponeerde sporen van biografieën en ‘kleine geschiedenissen’ tot brandpunten van die ‘grote geschiedenissen’ of structuren (kapitalisme, patriarchaat...) die nooit op zich vallen te representeren. Al is dat bij Yalter niet het hele verhaal. Want altijd ook zijn er de scherven van geluk in de opgevoerde mislukte levens, te beginnen met de lachende gezichten van vrouwen of kinderen. Ze drukken een hoop uit die vraagt om een politieke articulatie.

 

• Nil Yalter. Exile Is a Hard Job was tot 2 juni te zien in Museum Ludwig, Heinrich-Böll-Platz, 50667 Keulen, en loopt tot 13 oktober in Hessel Museum of Art (Bard College), 12504 Annadale-on-Hudson, New York.