Sanne Sinnige

DE WITTE RAAF

Editie 201 september-oktober 2019

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Pieter Vermeersch

Van Pieter Vermeersch, ook wel eens de Belgische Rothko genoemd, was tijdens de zomermaanden een solotentoonstelling te zien in Museum M. Verspreid over vijf zalen toont hij zowel oud als nieuw werk. Vermeersch is schilder, maar beperkt zich niet tot het traditionele kader van dit medium. Hij begeeft zich eveneens op het gebied van de architectuur, zoals onder meer te zien is bij zijn twee permanente publieke installaties in Genève en Biarritz.

Ook in Museum M blijkt architectuur een essentieel element, in vele gevallen als drager voor Vermeersch’ schilderkunst. De didactische tentoonstellingsgids geeft aan dat de kunstenaar zich bij ieder project laat leiden door de specifieke architecturale context, wat de vraag oproept of de neutrale white-cube-architectuur van Stéphane Beel zo weinig inspirerend voor hem is. In elke ruimte zijn ‘murale interventies’ gebouwd bestaande uit cellenbeton en ruwe baksteen opgenomen, die het leidmotief van de tentoonstelling blijken te zijn. In al de ruimtes – op de laatste na – zijn gradient murals te zien, monumentale graduele kleurovergangen, die in sommige gevallen ruimtelijk gecompliceerd worden door spiegels en daardoor licht lijken te geven.

Fotografie speelt eveneens een belangrijke rol in Vermeersch’ werkproces, ook al is dat niet meteen zichtbaar. De tentoonstelling opent met een ouder werk (8 Paintings, 1999) dat bestaat uit acht abstracte schilderijtjes, gebaseerd op triviale foto’s van een auto. Op de op snapshots geïnspireerde zero degree paintings zijn geen concrete ruimtelijke of figuratieve referenties te herkennen, enkel kleurovergangen. Bovendien zijn Vermeersch’ verfstreken volledig onzichtbaar: de kunstenaar trekt zich volledig terug uit het schilderij. De meeste schilderijen heten Zonder Titel en bieden ook daarmee geen enkel referentiepunt. De toeschouwer is overgeleverd aan de geschilderde dimensie, hetgeen – naar verluidt – uitnodigt tot een transcendente ervaring.

Vermeersch integreert ook ruwe materialen in zijn werk, waaronder stukken marmer die hij als canvas gebruikt. Hij vindt dit gesteente fascinerend omdat het een diepe tijd belichaamt. In zekere zin trapt hij daarmee een open deur in, en sluit hij wat makkelijk aan bij een steeds groter wordende groep kunstenaars die zich bezighouden met geologie en deep time. De keuze voor het type marmer voelt daarentegen niet zo willekeurig aan. Het fraaie groene marmer in de tweede ruimte, waar de kleurschakeringen een landschap met kabbelende beekjes en glooiende heuvels kunnen oproepen, onderbreekt Vermeersch met een aantal kleurrijke verfstreken. Deze minieme ingreep verenigt verschillende tijdschalen: de langzaam gevormde lagen van het massieve marmer contrasteren met de vluchtige, broze borstelstreken van Vermeersch. Het werk doet haast denken aan de prehistorische rotsschilderingen van onze voorouders, waarmee ze hun tijdelijke aanwezigheid in de wereld vereeuwigden. De verfstreek van Vermeersch is beheerst, wat, in combinatie met de organische lijnen van het marmer, een zekere spanning oproept in het werk.

De tentoonstelling concludeert met het meest poëtische werk in dit geheel. Vermeersch heeft voor deze zaal brokstukken van Leuvense architecturen opgedoken uit de collectie van Museum M. Hij stelt deze brokstukken tentoon in combinatie met nieuw werk bestaande uit houten dozen die vanbinnen bekleed zijn met koper- en goudkleurige metaalplaten. Het zijn echter vooral de brokstukken die de aandacht trekken. Grotendeels zijn ze verweerd, maar op sommige is nog net een menselijke aanwezigheid te herkennen: twee everzwijnen die een mens aanvallen, of de contouren van een gezicht. Vermeersch roept het al te herkenbare gevoel op dat de tijd ons ontglipt als zand dat door onze vingers glijdt. Daarmee trapt de kunstenaar opnieuw een open deur in – ruïnes belichamen immers bij uitstek het verstrijken van de tijd. Vermeersch gaat desalniettemin een boeiende dialoog aan met de Leuvense geschiedenis door de uitzichten op de stad in de tentoonstellingsruimtes te betrekken. Daarmee brengt hij de geschiedenis niet alleen binnen in het museum, maar treedt hij tegelijk buiten de architecturale kaders van Museum M.

 

• Pieter Vermeersch was tot 11 augustus te zien in Museum M, Leopold Vanderkelenstraat 28, 3000 Leuven.