Sébastien Hendrickx

DE WITTE RAAF

Editie 201 september-oktober 2019

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Ana Mendieta. Earthbound

Pieter Boons cureerde dit jaar twee zomerexpo’s in het Antwerpse Middelheimpark. Naast They are looking at us, we are looking at them met werk van Ria Pacquée, is er ook nog Earthbound, een bescheiden tentoonstelling van veertien werken van de Cubaans-Amerikaanse kunstenares Ana Mendieta (1948-1985). Haar foto’s en video’s zijn ondergebracht in het halfdonkere, koele Braempaviljoen. Het zijn registraties van de acties en sculpturen die ze in afgelegen natuurlandschappen in de VS, Mexico en Cuba creëerde – vaak wisselwerkingen tussen haar eigen lichaam en de vier elementen aarde, water, lucht en vuur.

Aan Ana Mendieta’s loopbaan als kunstenares kwam vroegtijdig een eind toen zij op zesendertigjarige leeftijd in New York in onopgehelderde omstandigheden uit een raam te pletter viel: was het een ongeluk, of ging er aan het vallen een sprong vooraf, dan wel een duw door haar echtgenoot, de beroemde minimalistische beeldhouwer Carl André? Mendieta had in een korte tijd wel drie of vier levens geleid. Als jong meisje moest ze in 1961 omwille van de politieke banden van haar ouders uit Cuba vluchten. Ze kwam terecht in Iowa, waar ze een artistieke opleiding volgde aan de universiteit. Daar leerde ze via het Intermedia programma het werk van Vito Acconci, Terry Fox, Bruce Nauman, Allan Kaprow, Dennis Oppenheim en vele anderen kennen. Met haar eigen projecten gooide ze in de jaren zeventig al snel hoge ogen. Hun originaliteit school in de verknoping van een aantal belangrijke westerse artistieke stromingen uit die tijd (waaronder performance art, land art en conceptuele kunst) met de prekoloniale culturele erfenis en de Afro-Cubaanse katholieke rituelen die Mendieta in haar geboorteland had leren kennen. Als politieke balling, ondertussen verhuisd naar het artistieke brandpunt New York, was ze afgesneden van die laatste soort invloeden. Een tijdlang leek het Mexicaanse Oaxaca als een soort ersatz-Cuba te fungeren. Veel van haar earth-body sculptures, zoals ze die zelf noemde, werden daar gemaakt. Ze bleef terugverlangen naar Cuba en tegen het einde van haar leven lukte het haar om het land nog een paar keer te bezoeken.

Het is niet altijd productief om een kunstenaarsbiografie en een oeuvre naast elkaar te leggen. Een kort, bewogen leven samen met een gewelddadige dood vormen bovendien het perfecte recept voor een doorgedreven mythologisering, die de beschouwing van het artistieke werk al eens kan vertroebelen. Mendieta legde het verband tussen haar leven en werk echter meermaals zelf, zoals bijvoorbeeld in een interview dat de dichter Clayton Eshleman van haar afnam: ‘Ik heb een dialoog gevoerd tussen het landschap en het vrouwelijk lichaam (gebaseerd op mijn eigen silhouet). Ik geloof dat dit een direct gevolg is van het feit dat ik tijdens mijn adolescentie uit mijn thuisland ben weggerukt. Ik ben overweldigd door het gevoel dat ik uit de baarmoeder ben geworpen (de natuur). Mijn kunst is een manier om de banden die me binden aan het universum te herstellen.’ In één adem verbindt de kunstenares het thuisland met de baarmoeder, de baarmoeder met de natuur, de natuur met het universum en dat alles met zichzelf. Het is een metaforenketen die – net als haar werk zelf – zowel hyperpersoonlijk als essentialistisch aanvoelt.

Een voortijdig afgebroken oeuvre roept de vraag op hoe het zich verder had kunnen ontwikkelen als de kunstenaar over nog wat meer tijd had beschikt. Het oeuvre dat Ana Mendieta na ongeveer dertien jaar artistieke activiteit naliet, is betrekkelijk eenvormig. Meestal plaatste de kunstenares een menselijk lichaam – haar eigen naakte lichaam of een gebeeldhouwd silhouet – in een natuurlandschap. Op dit thema varieerde ze net iets meer dan honderd keer, met acties en sculpturen waar ze 35mm-foto’s van maakte, en super 8-films, ongeknipte shots die om en bij de drie minuten duurden. Het seriële karakter van het werk, dat affiniteiten vertoont met de conceptuele kunst van die tijd, wordt nog benadrukt door de nummering van de films en de grafisch en inhoudelijk uniforme intro’s (met achtereenvolgens de naam, de titel, de datum en de plaats waar een actie werd uitgevoerd), al is het me niet helemaal duidelijk in hoeverre die standaardisering het werk is van The Estate of Ana Mendieta of van de kunstenares zelf. In Earthbound zien we de kunstenares bedekt met witte veren heen en weer drijven op de golven van de zee; we zien haar op een foto voor een kreek staan, ernstig in de lens kijken, van kop tot teen besmeurd met bloed en veren; in een struik valt het rudimentaire silhouet van een menselijk lichaam te ontwaren; op een rotsachtige bodem werd een klein groenperk aangeplant in de vorm van een torso met gestrekte armen. Het lijken visuele hints naar rituelen zonder religie, zonder gedeelde geschiedenis, zonder levende gemeenschap. Sporen van een louter verwijzende, ontheemde, eenzame vorm van ritualiteit.

Mendieta zag haar foto’s en video’s niet enkel als documentaties van haar interacties (die zelf niet publiek waren), maar als vertegenwoordigers ervan: iets van de magische lading van de gebeurtenis moest worden overgedragen op de afbeelding. De technisch wat gebrekkige uitvoering van een deel van het tentoongestelde beeldmateriaal valt daarom des te meer op. Afgaand op haar algemene oeuvre lijkt Mendieta niet bewust naar een ‘armoedige’ esthetiek op zoek te zijn geweest. De foto van het struiksilhouet is onscherp; over de filmopname van de twee aardslangen in het kabbelende water, die samen de omtrek van een figuur (de watergod Ochún) vormen, hangt een beeldruis; de video van het ontdubbelde silhouet (een torso verticaal uitgehouwen in een rotswand en een torso op de grond in de vorm van een lijntekening met buskruit die opbrandt) is wat ongelukkig gekadreerd; in de films Burial Pyramid en Grass Breathing, beide uit 1974, is het Mendieta’s performativiteit die hapert. Ze ligt respectievelijk naakt onder een hoop grijze stenen en onzichtbaar onder een rechthoekig uitgesneden grasmat in een grasveld liggen. In beide video’s ademt ze zo ostentatief in en uit dat het ongeloofwaardig wordt, op het randje van ridicuul.

Het is geen sinecure om je in retrospect de oorspronkelijke originaliteit van artistiek werk in te beelden. In de jaren zeventig en tachtig was Ana Mendieta als vrouw van kleur een absolute witte raaf in een door witte mannen gedomineerde westerse kunstwereld. Ze toonde andere sensibiliteiten en werkte binnen een ander cultureel referentiekader. Haar moeilijk te categoriseren earth-body sculptures, letterlijk op mensenmaat, vormden indertijd ongetwijfeld een fris, kritisch geladen contrast met de monumentale land art van enkele van haar generatiegenoten. Hoe spreekt Mendieta’s oeuvre tot ons vandaag?

De interpretatiegeschiedenis ervan toont aan dat het vaak discursief werd geclaimd en voor een ideologische kar gespannen – bij leven ontworstelde de kunstenares zich bijvoorbeeld aan de omhelzing door het wit-burgerlijke feminisme. In Earthbound brengt Boons haar werk in verband met de klimatologische en ecologische crisis. De titel van de expo refereert aan het denken van de alomtegenwoordige wetenschapssocioloog en klimaatfilosoof Bruno Latour, die in Face à Gaïa (2015) een scherp onderscheid maakt tussen zij die als ‘mensen in het holoceen’ blijven doorleven – de meerderheid van de bevolking – en zij die zichzelf heroriënteren als ‘earthbound in het antropoceen’, als levende wezens die bewust omgaan met hun complexe afhankelijkheidsrelaties ten opzichte van een grote variëteit van andere levende wezens. Heel wat moderniteitssceptici laten zich vandaag inspireren door de animismen van prekoloniale culturen, al benadrukt Latour dat deze nooit geconfronteerd zijn geweest met een mondiaal ingrijpend fenomeen als de huidige klimaatverhitting. Ook Mendieta kon in haar eigen tijd nauwelijks bevroeden hoe erg het zou worden. Haar werk een tijdloze universaliteit of zelfs een visionaire kracht toedichten in het nadenken over de ‘verhouding tussen mens en natuur’ is van een misleidende eenvoud en naïviteit. Nochtans is dat wat de korte introductievideo Nature Inside (2015), een montage van filmfragmenten en uitspraken van Mendieta, en de wollige tentoonstellingsteksten suggereren: ‘Earthbound werpt een nieuw licht op hoe wij ons als mensen verhouden tot onze omgeving.’ Een (kunst)historiserende, contextualiserende aanpak was een waarschijnlijk vruchtbaardere weg geweest om Ana Mendieta’s oeuvre opnieuw onder de aandacht te brengen.

 

• Ana Mendieta. Earthbound, tot 22 september in het Middelheimmuseum, Middelheimlaan 61, 2020 Antwerpen.