Jorne Vriens

DE WITTE RAAF

Editie 201 september-oktober 2019

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Decoders – Recorders

Na een gedwongen vertrek naar een afgeleefde locatie net buiten de Amsterdamse ring is kunstcentrum De Appel dankzij een samenwerking met Looiersgracht 60 nu weer aanwezig in het centrum van de stad. Dat pakt voor De Appel gunstig uit, want deze plek leent zich veel beter voor het presenteren van tentoonstellingen. Met Decoders – Recorders toont De Appel werk van Steffani Jemison (1981) en Samson Young (1979), die beiden internationale bekendheid genieten. Van Jemison is het werk voor het eerst in Nederland te zien.

De duotentoonstelling is in ieder geval uitgebalanceerd: de kunstenaars tonen elk twaalf werken, waaronder telkens twee video’s. Zoals de titel van de tentoonstelling aangeeft, worden twee manieren om met informatie om te gaan gethematiseerd. Zowel het decoderen als het vastleggen van informatie gelden hier als strategieën om een stem te geven aan onderdrukten of om onder de aandacht te brengen wat anders vergeten kan worden.

Samson Young, die op de Biënnale van Venetië in 2017 Hong Kong vertegenwoordigde, is de bekendste van de twee. Als klassiek opgeleid componist heeft zijn multimediale werk altijd iets te maken met muziek of geluid, wat hem diverse presentaties en kunstprijzen opleverde. Zijn onderzoek naar klank en geluid resulteert vaak in uitgebreide projecten bestaande uit meerdere werken die verschillende aspecten van zijn onderwerpen verkennen. Dat gaat in deze presentatie soms teloor, bijvoorbeeld wanneer de bezoeker slechts één video, zonder context, uit een omvangrijk project te zien krijgt. Lullaby (World Music) (2017) maakt deel uit van een project waarin de kunstenaar liefdadigheid en muzikale solidariteit belicht aan de hand van Live Aid in 1985 – het benefietconcert dat het resultaat was van een zeldzaam collectief optimisme om mondiale problemen aan te pakken, maar tegelijk symbool stond voor de zelfgenoegzaamheid van het Westen dat zich de rol van reddende engel aanmeet. De bezoeker krijgt echter slechts een enkele opname te zien van een man die in een bootje al zingende telt. De video biedt, in tegenstelling tot de volledige presentatie op de Biënnale, te weinig materiaal om het project goed te kunnen begrijpen.

De video Muted Chorus (2016) komt ook voort uit een reeks (Muted Situations), maar functioneert beter op zichzelf. Young laat muziekstukken opvoeren waaruit de dominante zanglijnen zijn weggehaald. Alleen de ondersteunende stemmen, die bovendien fluisterend zijn uitgevoerd, zijn te horen. De muzikaliteit van het stuk gaat door de ingreep verloren, maar dat komt ‘het ongehoorde en gemarginaliseerde’ ten goede. De camera zoomt in op de verwarde gezichten van de deelnemende zangers, die de ervaring van de kijker spiegelen. De extreem gevoelige microfoons nemen naast het gezang ook de ademstoten en smakgeluiden van de zangers op. Het aangepaste arrangement doet vermoeden dat Young ons wil laten wennen aan een esthetiek die minder gelikt is, door het veranderen van de muzikale hiërarchie.

In zijn beeldend werk, tekeningen op papier uit de reeks Ancillary Motion (2018), is er sprake van een grotere vrijheid. De titels (for Contrabas, for Military Band, enzovoort) verwijzen naar een uitvoering zonder dat de werken instructies zijn. Eerder zijn ze een verbeelding van het creatieve proces voorafgaand aan het maken van muziek. Het omzetten van beeld naar geluid – zo mogelijk – is overgelaten aan de kijker.  

Het belang van een (notitie)systeem om betekenis te registreren en decoderen, blijkt uit de tekens die Steffani Jemison op doorzichtig plastic aanbracht. De grillige lijnen hebben de strakke ruimte van de Looiersgracht nodig, want op zichzelf zijn ze niet krachtig genoeg om aandacht op te eisen. Dat komt enerzijds omdat de strepen en halve cirkels op een bibberige manier zijn aangebracht. Anderzijds blijven ze onleesbaar, waardoor ze hun vorm niet echt overstijgen. Enkele opgerolde vellen polyester geven evenmin hun betekenis prijs. Dit deel van de tentoonstelling is daardoor lastig leesbaar. De tentoonstellingstekst biedt weinig houvast, enkel de summiere toelichting dat het gaat om tekens geïnspireerd op markeringen uit de slavernijgeschiedenis, utopische ficties en alternatieve alfabetten. Hoe deze betekenis zich verhoudt tot de tekens blijft onduidelijk.

De videowerken van beide kunstenaars maken de meeste indruk. De korte film Escaped Lunatic (2010-11) speelt in op ambiguïteit en is daarin even simpel als doeltreffend. Jemison volgde in Houston drie freerunners, sporters die met grote snelheid acrobatisch door de gebouwde omgeving lopen. De zwarte jongemannen lopen langs de stilstaande camera. Het racistische filmcliché wordt in werking gezet: ze lijken op de vlucht.

De film In Succession (2019) registreert een heropvoering van een reddingsactie uit 1931 toen drie zwarte mannen een menselijke piramide vormden om een witte vrouw uit een brandend huis te redden. In Succession werd opgenomen in dezelfde plaats: Hightstown, New Jersey. De close-ups van de zwarte acrobaat-acteurs tonen in elkaar grijpende ledematen. Het vertraagd afgespeelde beeld – de opname van het omgevingsgeluid blijft onvervormd – doet hun inspanning moeiteloos lijken. De camera zweeft dromerig over de lichamen, waardoor het geheel bijna lieflijk aandoet. Juist daardoor is een gevoel van dreiging altijd aanwezig. De duotentoonstelling plaatst zo twee strategieën tegenover elkaar. Jemisons heropvoering legt een link met het verleden bloot, terwijl Young een gewijzigde esthetiek voorstelt en tegelijkertijd het ongemak van dat nieuwe bevestigt.

 

• Decoders – Recorders liep tot 1 september in De Appel - Looiersgracht 60, 1016 VT Amsterdam.