Mieke Rijnders

DE WITTE RAAF

Editie 202 november-december 2019

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Design van het Derde Rijk

De directeur van het Design Museum in Den Bosch, Timo de Rijk, wil met Design van het Derde Rijk laten zien dat vormgeving in het Duitsland van Adolf Hitler een instrument was ‘in de handen van het ultieme kwaad’: ‘De tentoonstelling toont de grote bijdrage van vormgeving aan de opkomst van de kwaadaardige nazi-ideologie.’ Daarmee is de toon gezet. Het gaat in deze tentoonstelling niet om kwalitatief goede of slechte vormgeving; het gaat om de vormgeving van het kwaad, in dit geval het Duitse nationaalsocialisme.

Om de bezoeker in de gelegenheid te stellen dat ‘vormgegeven kwaad’ te begrijpen, plaatsen De Rijk en de tentoonstellingscuratoren (historicus Tomas van den Heuvel en kunsthistoricus en verzamelaar Almar Seinen) het design van het Derde Rijk (1933-1945) in een contemporaine politieke, sociaal-economische en culturele context. De tentoonstelling opent daarom op de tweede verdieping met een tijdlijn van 1918 tot 1945, die de geschiedenis van de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiterpartei verbindt met die van het nazidesign. Een filmportret van het nationaalsocialistische Duitsland van 1929 (Beurskrach) tot 1945 maakt de bezoeker duidelijk dat ‘design’ in Den Bosch als een alomvattend fenomeen is op te vatten: niet in de gewoonlijke betekenis van vormgeving van (propaganda)drukwerk of gebruiks- of siervoorwerpen, maar ook, en vooral, van een nieuw Duitsland en van nieuwe Duitsers. Die nieuwe Duitsers worden belichaamd in blonde, blauwogige Germanen. Het nieuwe Duitsland is welvarend, dankzij de voorman van de NSDAP, Adolf Hitler, der Führer. Duitsland heeft het ‘juk van Versailles’ afgeworpen, de economische crisis achter zich gelaten, is technisch superieur en maakt zich op om opnieuw een Europese grootmacht te worden. Wie niet beantwoordt aan het beeld van de nieuwe Duitser of ervan verdacht wordt zich af te willen keren van het nieuwe Duitsland, wordt uitgestoten, vastgezet in een concentratiekamp of vermoord in een vernietigingskamp – ook producten van nazidesign, waaraan met gepaste terughoudendheid aandacht wordt besteed.

Op de eerste verdieping zijn die producten in grote verscheidenheid uitgestald: sculpturen (van Arno Breker en Joseph Thorak), schilderijen (van Johann Kluska en Hans Schmitz-Wiedenbrück), gebouwen (van Albert Speer en Paul Ludwig Troost), stads- en landschapsprojecten (van Heinrich Wiepking), affiches (van Ludwig Hohlwein), brochures (van Jupp Daehler en Fritz Kaiser), nazihandboeken, politieke pamfletten, fotografie (van Heinrich Hoffmann), film (van Leni Riefenstahl), bankbiljetten, meubilair, vaatwerk, vaandels, kleding en militaria. Het parcours begint met een organigram van instanties en personen die samen het ontwerpproces en het toezicht daarop aansturen: naast Hitler, Joseph Goebbels, Rijkspropagandaminister en hoofd van de Reichskulturkammer, Robert Ley, leider van het Deutsche Arbeitsfront en de daaruit voortvloeiende arbeidersgemeenschap Kraft durch Freude, en Rijksarchitect Albert Speer, leider van het Amt Schönheit der Arbeit, een onderafdeling van Kraft durch Freude. Hiermee wordt de verwachting gewekt dat dit organigram de tentoonstellingsstructuur bepaalt. Dat is niet het geval. Niet de ontwerpen staan centraal, niet de ontwerpers, niet de vorm en functionaliteit van de ontwerpen, evenmin de wisselwerking tussen opdrachtgevers en ontwerpers. Het gaat in deze tentoonstelling bij uitstek over één vraag: wat en hoe heeft design bijgedragen aan de racistische ideologie van het nationaalsocialisme?

Om te voorkomen dat de tentoonstelling wordt gelezen als een verzameling willekeurige nazimemorabilia zijn er drie hoofdthema’s: ‘Design als Nazicultuur’, ‘Design van het Derde Rijk’ en ‘Vormgeving door vernietiging’. Die thema’s zijn verder onderverdeeld in elf subthema’s, die op hun beurt weer verder verdeeld zijn. Dat komt de overzichtelijkheid niet ten goede: de invalshoeken zijn te divers – de ‘vormgeving’ van een ideologisch aspect (zuiverheid) staat bijvoorbeeld naast het design van een concreet product (vaatwerk van het Ambt Schönheit der Arbeit) – en te talrijk voor de beperkte ruimte. Alleen de subthema’s worden toegelicht op de wanden, niet de overkoepelende thema’s. De audiotour is informatief en voegt enige verdieping toe aan de informatie die de bezoeker al lezend heeft opgedaan. Er is geen catalogus, en dat is jammer: een essay dat onder woorden probeert te brengen wat de diverse designvoorwerpen esthetisch-stilistisch gemeen hebben zou een welkome aanvulling op de tentoonstelling zijn geweest, net als een artikel dat inzichtelijk maakt hoe het productieproces en de partijcontrole precies in elkaar staken, of een overzicht van de voornaamste vormgevers en hun producten. Een catalogus was ook een geschikte plaats geweest om een antwoord te formuleren op de vraag die in de tentoonstelling niet beantwoord wordt en misschien zelfs bewust uit de weg is gegaan: waarom was het nazidesign zo succesvol?

Het design van het Derde Rijk is een veelkoppig monster, in dienst van een ideologie die vanaf het begin racistisch was en mettertijd ook de roep om uitbreiding van het Duits grondgebied (Lebensraum) legitimeerde. Bepaald indrukwekkend, maar tegelijk ook, in het besef van wat de gevolgen waren, huiveringwekkend, zijn de tot in detail uitgewerkte strategieën van Hitler en de zijnen om de bevolking op hun hand te krijgen. De massabijeenkomsten, die net als de affiches, postzegels en fanfoto’s van Hitler de verheerlijking van de Führer tot doel hadden, worden zorgvuldig geregisseerd en gedeeld via moderne media: film, fotografie en radio. Een disciplinerend systeem van rangorde, gedragscodes en protocollen stroomlijnt groepen als het Deutsche Arbeitsfront (de vakbond), de Hitlerjugend en de paramilitaire Sturmabteilung (SA) en Schutzstaffel (SS). Het wordt uitgedragen in een uitgebreid assortiment aan handboeken (met voorschriften als hoe hoog de rechterarm moet reiken bij de Hitlergroet), pamfletten, uniformen, vaandels, attributen (onder meer de SS-dienstdolk m36, naar ontwerp van Karl Diebitsch, en de SS-eredegen naar ontwerp van Karolina Gahr) en onderscheidingstekens.

De tentoonstelling maakt deel uit van de herdenkingsevenementen van de bevrijding van Zuid-Nederland in september 1944, 75 jaar geleden, en is een doorslaand succes, niet alleen qua hoeveelheid bezoekers – het loopt storm – maar ook omdat deze tentoonstelling mensen aantrekt die een museum gewoonlijk links laten liggen. Het is ontegenzeggelijk een tentoonstelling die indruk maakt, deels natuurlijk door de zeer beladen ideologie en geschiedenis van alles wat wordt getoond, deels door de esthetische kracht van de vormgeving. Bovendien wordt duidelijk wat een efficiënte, alomvattende organisatie vermag, waarbij, nogmaals, niet vergeten mag worden wat de gevolgen waren, en wat ervoor nodig was om zo’n efficiënte organisatie tot stand te brengen. En dan blijft er nog deze vraag: mag je producten die uit een ethisch verwerpelijk regime zijn voortgekomen esthetisch appreciëren?

 

• Design van het Derde Rijk, loopt tot en met 19 januari 2020 in het Design Museum Den Bosch, De Mortel 4, 5211 HV Den Bosch.