Machteld Leij

DE WITTE RAAF

Editie 203 januari-februari 2020

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Positions #5

De tentoonstellingsreeks Positions van het Van Abbemuseum toont vier, soms vijf kunstenaars onder één noemer in de vorm van compacte solotentoonstellingen. In deze vijfde editie met als ondertitel Telling Untold Stories maken vijf kunstenaars je deelgenoot van aspecten uit hun leven. De meeste kunstenaars studeerden in Nederland, zijn er geboren of exposeren er regelmatig. Wat ze meebrengen is hun eigen geschiedenis, die onlosmakelijk is verbonden met het land of gebied waaruit zij of hun familieleden ooit zijn vertrokken.

Met haar installatie The Captive: Here’s a Heart for Every Fate (2019) besteedt Mercedes Azpilicueta aandacht aan de vrouwen die in de achttiende eeuw aan strenge, lichaamsbeperkende mode werden onderworpen. Denk aan beknellende korsetten en crinolines. Ze maakte er objecten van: roze stukken textiel die doen denken aan bustes, op houten staketsels, gebogen, meegaand alsof het soepele vrouwenlijven zijn. Knopen en touwen kronkelen over de muren. Ze zijn handenbinders en hebben tegelijk een wuft erotisch aspect. Azpilicueta is geïntrigeerd door de mythe van Lucía Miranda, een Spaanse vrouw die in Zuid-Amerika werd ontvoerd door een inheemse man waar ze verliefd op werd. In de negentiende eeuw herwerkte Eduarda Mansilla de mythe tot een roman, waarmee dit meestal koloniaal gekleurde verhaal van Spaanse edelmoedigheid een meer feministisch perspectief kreeg. De levensloop van Mansilla wordt in een vrolijke animatie van een pratende struisvogel razendsnel uit de doeken gedaan. Ze was slim, eigengereid, en besloot man en kinderen te verlaten om zichzelf te ontplooien.

Dat textiel vaak nauw verbonden is met levensverhalen, laat ook Mounira al Solh zien. Zij liet vluchtelingen en migranten lappen stof borduren, terwijl ze met hen in gesprek ging. Flarden van verhalen, van levens in andere tijden, soms ook fragmenten van teksten, vullen het doek van een tent. Daarmee is Al Solhs werk een sociaal project, waarin ontmoetingen en persoonlijke verhalen de kern vormen. Het mooiste komt dat naar voren in de film waarin ze een aantal jonge vrouwen volgt. Ze zijn vertrokken uit Iran of uit Libanon, en wonen nu in Dubai, in Noorwegen en in Nederland. Al Solhs portretten zijn liefdevol, met aandacht voor detail. In een van de scènes bereiden de vrouwen een gerecht. Zo wordt gesuggereerd dat een gerecht bereiden een manier is om je thuis te voelen, ongeacht waarheen je ooit bent verhuisd. De vrouwen die over de aardbol zijn uitgevlogen, zijn opvallend positief, blij met hun nieuwe levens en kansen. Dat is de kracht van de film: het is eerder een viering van de veerkrachtige mens dan een snoeiharde kritiek op misstanden en onmenselijkheid.

Quincy Gario baseert zich net als Azpilicueta op verhalen. Maar hij gebruikt ook archiefbeelden. Hij toont foto’s uit het archief van de vereniging Ons Suriname in een installatie, en verzamelde voor Black, Basically a Genealogical Materialist Analysis (2016) zwarte objecten – een pen, een potje zwarte schoensmeer. Het zijn lukraak verzamelde, maar altijd zwarte spullen die uitgestald op de vloer liggen, in weloverwogen ordeningen. De installatie zegt met een vanzelfsprekende consistentie iets over zwart zijn, én over racisme. Gario kiest voor de veelheid: tal van foto’s van zijn leven, of beelden die het leven van Surinamers in Nederland documenteren, maar ook die zijn eigen bezoeken aan Curaçao (waar hij geboren werd) en Sint Maarten (waar hij zijn jeugd doorbracht) vastleggen. Als een fysieke beeldwolk beslaan die laatste foto’s een muur in het museum. We zien Gario en zijn familie, maar ook een kolibrie, en beelden van de olie-industrie van Curaçao. Maar dat is lang niet alles: zijn familie en hij vormen een kunstenaarscollectief, en ook hun werk is te zien. Gario is een genereuze kunstenaar, die liever een podium voor velen creëert, dan dat hij zelf alle aandacht opeist.

Het Van Abbemuseum heeft de naam studieuze tentoonstellingen te maken. Ze nodigen uit tot activisme of kennisverwerving, eerder dan dat ze willen behagen. Het werk van Anna Dasović sluit daar perfect bij aan. Zij bevraagt de macht van de Nederlandse regering die de verantwoordelijkheid droeg voor de meer dan achtduizend vermoorde moslimjongens en -mannen – die ze eigenlijk had moeten beschermen – tijdens de val van Srebrenica. Dasović beschuldigt niemand expliciet, maar de beelden die ze verzamelde en toont, spreken boekdelen: een legercommandant veegt tijdens een persconferentie zijn straatje schoon, en ontkent de misstanden binnen de enclave die onder de hoede van Nederlandse militairen viel. Om dat te illustreren, hangen teksten van handboeken aan de wand. Ze waren bedoeld om de onervaren soldaten voor te bereiden op hun verblijf in ex-Joegoslavië. Bij het lezen bekruipt je een gevoel van ongemak: de culturele informatie is te kort door de bocht, te knullig geformuleerd. Dasović toont hoe de Nederlandse overheid zich klem zette in ex-Joegoslavië, ten koste van mensenlevens.

Dasović’ presentatie waarborgt het activistische DNA van het Van Abbemuseum. Tegelijkertijd heeft deze editie van Telling Untold Stories een zachtere kant, niet enkel met het werk van Azpilicueta, maar ook met dat van Em’kal Eyongakpa. Hij voert zijn publiek mee de duisternis in, waar installaties van organisch ogende wolken van draad waterstraaltjes herbergen. Op de grond schurken ronde balletjes zachtjes rond, aangedreven door elektriciteit. Hier zijn we beland in een geheimzinnig, zinnenprikkelend universum. De waterstromen in het werk verwijzen naar de mantra’s die mensen gebruiken om zich te beschermen tegen kogels. De kunstenaar laat zich inspireren door de gevoelsmatige, magische manier waarop de mens conflicten en oorlogsdreiging tracht te beteugelen.

 

• Positions#5, Telling Untold Stories, tot 8 maart in het Van Abbemuseum, Bilderdijklaan 10, 5611 NH Eindhoven.