Ils Huygens

DE WITTE RAAF

Editie 203 januari-februari 2020

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Contour Biennale 9. Coltan as Cotton

 

Contour, de biënnale voor bewegend beeld in Mechelen, vormde vanaf haar eerste editie een vaste waarde in het (internationale) kunstenlandschap. Aan de negende editie ging de fusie met kunstencentrum nona vooraf, samen met het aantreden van een algemene directeur en een inkrimping van het budget. De Frans-Sloveense curator Nataša Petrešin-Bachelez greep die overgangssituatie aan om tijdens haar editie, getiteld Coltan as Cotton, te experimenteren met het format. In plaats van een doorlopende stadstentoonstelling van enkele maanden, beperkte de programmatie zich tot een drietal publieke momenten, telkens voor de duur van één weekend, verspreid over het jaar. Geïnspireerd door de ‘Lunar Talks’ van kunstenaarsinitiatief Enough Room for Space, besloot Petrešin-Bachelez de timing te laten bepalen door de maancyclus: de fases van de wassende maan (elf tot dertien januari), de volle maan (zeventien tot negentien mei) en de afnemende maan (achttien tot twintig oktober). De maancyclus verloopt ‘natuurlijk’ en niet-mechanisch: rijping en groei wisselen ritmisch af met neergang en rust; heden en verleden grijpen op elkaar in. De keuze om de maancyclus te volgen, als een ander soort temporaliteit, sloot volgens Petrešin-Bachelez ook inhoudelijk aan bij de biënnale, waarin thema’s als dekolonisatie, ongelijkheid en degrowth hoog op de agenda stonden.

In deze biënnale kreeg het modieuze begrip dekolonisatie concrete invulling in het werk van onder meer The Black Archives, Laura Nsengiyumva, Black Speaks Back, Christian Nyampeta en Greyzone Zebra, een collectief uit Brussel en Berlijn dat familiefilmpjes uit de koloniale periode verzamelt en digitaliseert. De meeste films komen van rommelmarkten en uit archieven, maar soms gaat het om anonieme schenkingen van familieleden van ex-kolonialen. De films leggen bloot hoe de Congolese ‘ander’, in de rol van nanny, chauffeur of boy, slechts als schim in de achtergrond verschijnt, en eigenlijk genegeerd wordt. Zelfs bewust in beeld gebracht, zoals in de meer documenterende films uit de koloniale periode die de Nederlandse kunstenaar Andrea Stultiens meebracht, wordt die ‘ander’ nooit meer dan een anekdote, een bezienswaardigheid of een antropologische referentie.

Als antwoord op een omstreden koloniaal monument in de Mechelse binnenstad uit 1953, liet de Belgische filmmaker Bie Michels, die in de Democratische Republiek Congo opgroeide, een schaalmodel van het beeld maken. Samen met enkele Congolese Belgen bedacht ze nieuwe inscripties die werden voorgesteld aan het Mechelse gemeentebestuur, dat bij het monument op de Schuttersvest een toelichting plaatste van historicus Marnix Beyen.

Dat dekolonisatie, samen met bewustwording van het dominante westerse perspectief, op ongemak of zwijgzaamheid kan botsen, bleek uit de ijzingwekkende film Aphasia van de Servische Jelena Jureša. Drie verhalen over het geweld van een staat, en de collectieve verdringing ervan, laat zij op verbluffende wijze door elkaar lopen: het Belgisch kolonialisme, de opkomst van het antisemitisme in Oostenrijk en de burgeroorlog in ex-Joegoslavië. Jureša analyseert vlijmscherp de rol die de moderne beeldcultuur en mediatechnologie in het westers imperialisme hebben gespeeld. In het persoonlijkste deel van de film vertelt ze over een toevallige ontmoeting met een populaire dj uit het Kroatische nachtleven, jaren na het einde van de oorlog. De huiveringwekkende anekdote die op die manier aan het licht komt, illustreert Hannah Arendts these over de banaliteit van het kwaad. ‘Wie heeft de vrijheid om te vergeten? Wie heeft recht op spreken?’ Het zijn vragen van grote maatschappelijke omvang die in Aphasia in iets schijnbaar kleins of onschuldigs tot uiting komen. De film is een prachtig visueel essay, maar ook een oproep tot verantwoordelijkheid, zowel individueel als collectief.

Met Coltan as Cotton – de titel werd ontleend aan een videogedicht uit 2015 van de Amerikaanse rapper, acteur en dichter Saul Williams – wou Petrešin-Bachelez ons een geweten schoppen, en haar activistische boodschap werd door weinig nuance gehinderd. Het was de taak van de kunstenaar om de rol te ontleden die taal, woord en beeld daarbij spelen. De curator en het festivalteam kozen ervoor om kunstenaars en publiek zoveel mogelijk samen te brengen tijdens luistersessies en gesprekken, zodat er meer aandacht kon besteed worden aan reflectie, discussie en ontmoeting, eerder dan aan tentoonstellen. Maar die aanpak zorgde ook voor moeilijkheden: bij het team, dat bij de praktische organisatie van de drie publieke momenten kort op de bal moest spelen; bij de kunstenaars, die niet goed gebriefd bleken te zijn en niet altijd goed leken te weten wat er van hen verwacht werd; en bij het publiek, dat door een onduidelijke communicatie vooral tot een inner circle beperkt bleef. Misschien was het niet zozeer de experimentele timing of het concept van de curator, als wel het effect van het dekolonisatieproces van de kunstwereld zelf dat het meeste schroom en wrijving veroorzaakte. De aanpak van Petrešin-Bachelez kende een andere uitkomst en een kleiner bereik dan die van een traditionele biënnale. Deze uitdagende editie van Contour toonde hoe moeilijk het blijft om kleinere en minder voorspelbare kunstmanifestaties te organiseren.

 

• Contour Biennale 9. Coltan as Cotton liep tot 20 oktober 2019 in kunstencentrum nona, Begijnenstraat 27, 2800 Mechelen.