Vlad Ionescu

DE WITTE RAAF

Editie 204 maart - april 2020

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Ion Grigorescu. Cinema

Europalia bracht vorig jaar toonaangevende artistieke vertegenwoordigers uit Roemenië naar België, waaronder Ion Grigorescu (1945). Anders dan de jongere generatie schilders die zich verzamelden rond galerie Plan B in Cluj-Napoca, leefde en werkte Grigorescu onder het communistisch regime in Roemenië dat in 1989 na 45 jaar ten einde kwam. De tentoonstelling Cinema in Kiosk in Gent werd zorgvuldig samengesteld door Magda Radu, en bood een evenwichtige introductie, met werk uit verschillende periodes en gerealiseerd in uiteenlopende media. Cinema vormde in het desalniettemin samenhangende geheel de rode draad, en dan meer bepaald de tijdsdimensie van film ten opzichte van andere soorten beelden. De tentoonstelling omvatte dus niet alleen film, maar ook fotografisch werk, schilderijen en tekeningen, opgebouwd rond twee centrale thema’s: de stad onder het communisme en het veranderlijke lichaam.

Het socialistisch realisme was onder communistisch bewind de enige geoorloofde stijl, en bracht een sterk geregisseerd wereldbeeld voort. Met zijn propagandamachine modelleerde Ceaușescu een ideaalbeeld van de socialistische stad. Grigorescu’s werk uit de jaren zeventig handelt over dat doorgedreven orkestreren van de openbare ruimte. Onder de noemer ready-painting ontwikkelde de kunstenaar zijn eigen versie van het realisme. Aan de hand van ‘realogrammen’ trachtte hij sociale en politieke onderwerpen op onbemiddelde wijze aan te kaarten, bevrijd van enige persoonlijke signatuur. Het gaat om fotografische reeksen zoals Electoral Meeting (1975), waarmee Grigorescu op 6 maart 1975 clandestien een door de staat opgelegde verkiezingsbijeenkomst vastlegde. In plaats van slechts de geregisseerde massa in beeld te brengen, toont hij ook de partijleiders en de leden van de staatsveiligheid (de Securitate) die in de foto’s niet alleen hun anonimiteit verliezen, maar ook de controle over hun eigen beeltenis.

Momentopnames zoals The Great Demonstration of 23rd August (1974) doen het beeld van de homogene menigte imploderen. Het werk bestaat uit stills van televisieopnames van massabijeenkomsten, gemonteerd op twee houten panelen, van het soort dat vaak in scholen en andere openbare instellingen hing in de Socialistische Republiek. Grigorescu toont beelden van (en citeert uit) de toespraak van de leider op 23 augustus 1974, de herdenking van de Roemeense aansluiting bij de geallieerden in 1944, en ongetwijfeld een van de belangrijkste dagen onder het communisme. De ‘grote betoging’ presenteert deze historische gebeurtenis als een ideologisch spektakel, terwijl de bevrijding van Roemenië natuurlijk ook de onderwerping aan een nieuwe totalitaire orde betekende.

Een gelijkaardige tendens kenmerkt The Cultural Revolution (1971). De titel verwijst naar Ceaușescu’s poging om een culturele revolutie naar maoïstisch model teweeg te brengen, met grotere controle op cultureel vlak tot gevolg. Grigorescu combineert signalisatie uit de openbare ruimte met tv-beelden en familieherinneringen. De communistische realiteit hing af van een wereldbeeld en van een cultuur waarin na verloop van tijd niemand nog geloofde. Met zijn ‘realogrammen’ doorprikt Grigorescu de illusie: hij toont momentopnamen van het leven, bevrijd van het van bovenaf opgelegde narratief.

De tentoonstelling benadrukte de relatie tussen fotografie en schilderkunst. Fotografie is voor Grigorescu een dematerialisatie van het model, en op die manier ook een uitnodiging om materie toe te voegen. Vaak beschildert de kunstenaar foto’s met zachte en warme kleuren, zoals in Marica in Piatra Neamt (1976). Het pigment voegt aan de foto een andere tijdsdimensie toe, en houdt een tactiele toe-eigening in van het vluchtige medium.

Het spel met tijdsdimensies komt ook tot uiting in het tweede motief in de tentoonstelling, het samenspel tussen lichaam en camera. Werken zoals Washing (1976) en Homage to Muybridge (1978), gewijd aan de grondlegger van de fotografische techniek, plaatsen het lichaam in relatie tot de film- en fotocamera die de kunstenaar manipuleert en verplaatst. Een constante in Grigorescu’s fotografie is het ritme waarmee momentopnames het lichaam moduleren. In de montage Marica at the Seaside (1971-74) verschijnt Grigorescu’s eerste vrouw in verschillende poses. De afdruk toont het lichaam als de opeenvolging van tijdelijke overlappingen eerder dan als eenheid. In recentere video’s zoals Sen/Sleep (2008) keert de representatie van het lichaam terug, ondertussen oud, maar toch ook atletisch en weerbaar.

De grote afwezige in de tentoonstelling was de 16mm-film Dialogue with President Ceaușescu (1978), een niet onbelangrijk werk om Grigorescu’s omgang met tijd beter te begrijpen. De kunstenaar voert een ingebeeld gesprek met de Roemeense president, vertolkt door Grigorescu zelf. De film begint met de zin: ‘Als de mensen niet kunnen regeren, moeten ze op zijn minst kritiek leveren!’ De laatste seconden van de film verwijzen naar de tijdsdimensie van elke film, maar evenzeer naar die van communistische propaganda: de camera toont foto’s van krantenartikelen die berichten over de efficiënte tijdsbesteding, eigen aan de structuur van communistisch Roemenië. Het raakvlak tussen de tijd van de montage en de economische tijd van het regime, is een belangrijke bekommernis in dit oeuvre.

Grigorescu experimenteert op subtiele wijze met de manier waarop beelden betekenis trachten vast te zetten, maar die betekenis ook kritisch kunnen ontkrachten. Aan de hand van seriële voorstellingen van de geschiedenis tracht hij de gecontroleerde uniformiteit van het communistisch regime te destabiliseren. Toch heeft zijn werk een universeler bereik. Het schilderij Strike at Grivița (1971) gaat over de onderdrukte opstand van spoorwegarbeiders in 1933. Zoals Radu in de inleiding van de tentoonstellingstekst aangeeft, overstijgt de solidariteit met arbeiders dit historisch moment: het werk verwijst evenzeer naar de erbarmelijke omstandigheden van de lagere sociale klassen in de samenleving.

Het werk van Ion Grigorescu is een treffende reflectie op de bemiddelende kracht van beelden. Zijn oeuvre ontplooit zich tussen het lichaam van de kunstenaar en het sociale lichaam, bepaald door verleden en heden.

 

• Ion Grigorescu. Cinema (Europalia Romania) liep tot 2 februari in Kiosk, Louis Pasteurlaan 2, Gent.