Machteld Leij

DE WITTE RAAF

Editie 204 maart - april 2020

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Tell Me Your Story

Bundels broeierig licht omsluiten een zwarte figuur die een trompet triomfantelijk aan de lippen houdt. De gouache van Aaron Douglas uit 1927 van de dag des oordeels (getiteld The Judgment Day) zindert van levenskracht en rauwe energie. Het werk staat op de cover van het boek The New Negro (1925) van Alain Locke, het lijfboek van de Harlem Renaissance, de artistieke beweging van Afrikaans-Amerikaanse kunstenaars die ontstond in de jaren twintig van de vorige eeuw. Met dit boek begint ook de tentoonstelling Tell Me Your Story: 100 jaar storytelling in de Afrikaans-Amerikaanse kunst. Honderd jaar geleden begon de opleving van Afrikaans-Amerikaanse kunst, literatuur en muziek. Na de formele afschaffing (in de praktijk bleven vele zwarten in het Zuiden onderworpen) van de slavernij in 1865 ontvluchtten zwarte Amerikanen het racistische klimaat van het Zuiden, waar zelfs lezen en schrijven hun verboden werd. Gastcurator Rob Perrée laat aan de hand van werk van vijftig kunstenaars de bloei van de zwarte cultuur in het Noorden zien, vooral in de New Yorkse wijk Harlem, en de verdere ontwikkeling van zwarte kunst tot nu.

Een cartooneske plattegrond in de eerste zaal van de tentoonstelling, die chronologisch is opgebouwd in een aantal tijdvakken, toont alle nachtclubs uit die roaring twenties, waaronder de beroemde Cotton Club. Er is aandacht voor de opleving van een cultuur van entertainment, maar evengoed voor vlijmscherpe sociale kritiek, zoals in de confronterende houtsnedes van Hale Woodruff (1900-1980) die lynchpartijen uitbeelden, en geketende lichamen hangend aan een boom. De sociaal-realistische schilderijen van John Biggers (1924-2001) tonen dan weer het alledaagse bestaan, net voordat de burgerrechtenstrijd in de jaren zestig losbarstte. Biggers schilderde Afro-Amerikanen als betrokken participanten van de samenleving, die de kans dienden te krijgen om zich te ontwikkelen, in de toen nog van overheidswege gesegregeerde samenleving. Hij voegde de daad bij het woord, en richtte in 1949 een kunstopleiding op aan de Texas State University for Negroes in Houston. Naast het werk van Biggers hangen de foto’s van James Van Der Zee (1886-1983), die al in de jaren twintig op een vergelijkbaar positieve, optimistische manier het alledaags bestaan in beeld bracht.

De historische insteek van Perrée evolueert naar een hedendaags perspectief via werken van onder meer Betye Saar, Emory Douglas (wiens protestposters in de jaren zestig en zeventig de Black Panthers hun visuele herkenbaarheid gaven) en Faith Ringgold. Ringgolds quilt Tar Beach (1990) is een hoogtepunt van de expositie: we zien het leven van een klein meisje zich ontvouwen, dat een aaneenschakeling van mooie momenten lijkt, maar in de teksten die op de quilt zijn aangebracht, schuilt het venijn. Daar lezen we over de problemen van een werkloze vader en een moeder die zich geen raad meer weet. De toon is die van een kind dat zonder enig besef van ongelijkheid registreert wat er om haar heen gebeurt.

Kunstenaars als Kerry James Marshall, Kara Walker en Radcliffe Bailey vormen de brug naar de jongere generatie, onder wie Jordan Casteel. Casteel portretteert de mensen die haar omringen in Harlem. Ze is net van de academie af en haar werken worden grif verkocht, wat de populariteit van jonge Afrikaans-Amerikaanse kunstenaars op de huidige kunstmarkt illustreert. Het bleek zelfs bijna onmogelijk om een bruikleen voor deze tentoonstelling te regelen. De ‘Bloom Generation’, zoals Perrée haar noemt, toont de hedendaagse Amerikaanse samenleving waarin conflicten voortvloeien uit de segregatie en het slavernijverleden. Dáreece J. Walker schilderde bijvoorbeeld een meterslange fries (From Ferguson to Baltimore, 2015) waarin hij het politiegeweld tegen de zwarte Amerikaanse gemeenschap in beeld brengt.

Deze jonge kunstenaars gaan uitdrukkelijk ook op het verleden in. Opvallend vaak bedienen ze zich van het medium fotografie. De vuurrode historische fotografische portretten, gedrukt op glas, van Carrie Mae Weems vormen een reflectie op het slavernijverleden. De portretten van Afro-Amerikaanse vrouwen uit de reeks From Here I Saw What Happened and I Cried bevatten eenvoudige woorden als Kitchen, Field en House. Dat waren de plekken die hun werden toegewezen. En toch is er ook hoop. Een oude vrouw met een wit kapje op haar hoofd, een jonge vrouw in een mooie jurk: ze bestaan als individuen bij gratie van de camera. Weems maakt met haar werk het mechanisme van ontmenselijking van tot slaaf gemaakten ijzig tastbaar.

Kunstenaars die in de marge van de kunstgeschiedenis verzeild waren, krijgen in deze tentoonstelling een plek naast bekendere namen zoals Kerry James Marshall, Betye Saar en Romare Bearden. Belangrijk in de totstandkoming van de tentoonstelling was de nauwe betrokkenheid van bruikleengevers, die meer dan 140 werken ter beschikking stelden. Van hen is Walter O. Evans, een voormalige chirurg uit Detroit, de meest in het oog springende; uit zijn collectie komen de meeste bruiklenen en de vitrine aan het begin van de tentoonstelling is gevuld met zeldzame boeken uit zijn bibliotheek: de eerste drukken van de teksten die de Harlem Renaissance inluidden.

Internationaal is een gestage opkomst van grotere en kleinere exposities vast te stellen met werk van Afrikaans-Amerikaanse kunstenaars, zoals bijvoorbeeld de door Engeland en Amerika reizende tentoonstelling Soul of a Nation. In museaal Nederland bleef die interesse tot nog toe beperkt, maar het tij lijkt met Tell Me Your Story te keren: een tentoonstelling waar de intense behoefte voelbaar is om gekend en gezien te worden, om te vertellen en te protesteren, maar ook om te vieren.

 

• Tell Me Your Story, tot 17 mei in Kunsthal KAdE, Eemplein 77, Amersfoort.