Enis Maci

DE WITTE RAAF

Editie 204 maart - april 2020

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Over het biechten

Na de vlucht van mijn oom uit de geruisloos in elkaar stortende Volksrepubliek werd mijn grootmoeder op de buitengewone vergadering van het staatsbedrijf Bouwen en Wonen op het podium geroepen om rekenschap af te leggen. Dit spelletje werd zelfkritiek genoemd, en iedereen die ook maar iets wilde bereiken, kende de spelregels.

Nadat mijn grootmoeder had verklaard dat ze, hoewel haar zoon op een listige manier zijn plan ten uitvoer had gebracht terwijl zij op reis was, alle verantwoordelijkheid op zich nam voor het feit dat het zover had kunnen komen, omdat ze als socialistische moeder bij het opvoeden van tenminste dit ene kind ernstig tekortgeschoten was, omdat ze ernstig gefaald had en dat speet haar zeer, nadat ze dat alles gezegd had knikten de aanwezigen heel ernstig maar vooral verveeld, en gingen weer aan het werk. Zes maanden later werd het bedrijf samen met het complete systeem opgedoekt.

***

In de kerk van Mariahilf, in de gelijknamige winkelstraat, staarde ik lang naar een kartonnen display die me erover informeerde dat 2015 door zijne heiligheid Paus Franciscus officieel tot het jaar van de barmhartigheid was uitgeroepen. Hoe zit het met de jaren daarvoor, vroeg ik me af. Daarop volgde een uitgebreid herderlijk schrijven waarin de verschillende vormen van barmhartigheid uitgelegd werden. Wat me bijzonder raakte: barmhartigheid betekent ook dat je lastige mensen moet verdragen.

Ik wandelde voorbij de kerkbanken, wierp een blik op het gekleurde glas en stelde vast dat de biechtstoelen leeg waren.

***

De slechte gedachten, die alleen zijdelings met de slechte woorden verwant zijn, waarover ik al vaak als in een bekentenis heb willen spreken, komen langzaam naar binnen gekropen. Het begint met een gedachte over het bestaan van slechte gedachten, of anders gezegd: over iets onbelangrijks, iets out of place; het begint met een kiemcel, die eigenlijk een eetcel is, met als gevolg: de overblijfselen van mijn soevereiniteit, als een doorgebroken dijk.

Daarop volgt een temperatuurstijging en aan het eind kunnen de gedachten van schaamte niet meer door de mond uitgesproken worden.

Daarop volgen ineffectieve denkverboden en een door de waan gesterkte doelgerichtheid. Tot de relevante thema’s behoren doorgaans: ziektes, plotselinge, schokkende overlijdens, de onmogelijkheid van zelfmoord met het oog op het gebrek aan zekere informatie over een mogelijk leven na de dood, duistere seksuele praktijken en leugens, en dan vooral de zorg dat reeds geuite leugens als zodanig kunnen worden ontmaskerd, en ten slotte: fundamentele vragen over wat echt is.

Rij ik door Schöneberg, Charlottenburg en Mitte met de U-Bahn, dan vrees ik een islamitische aanslag, rij ik door Neukölln, Kreuzberg en Wedding, dan ben ik bang voor een aanval van rechts-radicalen. Ik fiets.

***

Wat is er zo bijzonder aan een geheim, wat is het toch dat niemand een geheim een geheim kan laten zijn, dat het verraden wordt? Gold niet altijd al dat je ten koste van alles moest vermijden als verrader te boek te staan?

***

Heel Amerika is het erover eens: Hillary Clinton heeft juist gehandeld, want Bill Clinton heeft dan misschien zijn pik laten afzuigen, maar daar heeft hij spijt van, en wie berouw toont, die wordt vergeven. De nabestaanden van slachtoffers vergeven de moordenaars, voordat ze de gifspuit in hun arm geramd krijgen. Beyoncés album Lemonade gaat over de pijn van zwarte vrouwen en over de zangeres die haar man ten slotte, natuurlijk, vergeeft. Is God dan toch een Amerikaan?

***

Wat de meerwaarde van het vertellen is, die vraag blijft onbeantwoord. Daarin ligt precies het gevaar.

***

Een priester neemt, zo heb ik inmiddels begrepen, een andere priester de biecht af, elke biechtvader heeft zijn eigen biechtvader, in een oneindige keten, een biechtparade, die zelfs bij de heilige vader niet afbreekt: een pseudo-egalitair moment van de eerste orde.

***

Al vanaf het begin wist ik dat ik deze overpeinzingen niet zou kunnen afmaken zonder de daad bij het woord te voegen. Elke plek die in aanmerking komt, heeft iets dat ervoor pleit. En toch ben ik nog niet te biecht gegaan. Niet in de naar aanleiding van de Kirchentag gebouwde kerk aan de Wilhelm-Leuschner-Platz in Leipzig, die leeg blijft bij gebrek aan Saksische katholieken. Niet in Wenen, waar de ontsteltenis van de biecht, de ontsteltenis überhaupt van een volkomen katholiek land je al vanaf de kerkportalen aan komt waaien. Niet thuis in Gelsenkirchen, waar uit de vertrouwd-vreemde wierrookwalmen de geest van Heinrich König tot ons spreekt, martelaar, staatsvijand, in een kamp doodgespoten.

***

Platz der Friedlichen Revolution, wordt telkens weer onvermoeibaar in de tram omgeroepen, al zes jaar lang hoor ik eenmaal per dag Friedlichen Revolution, een oxymoron, dat welbeschouwd tot de meer tragische leugens van de Duitse nation building behoort. Ik zat een keer in een omgeleide tram, waardoor de bestuurder zelf de haltes aankondigde, het was een zondagochtend rond tienen, met een rauwe stem kondigde hij terwijl ik de Augustplatz verwachtte de Karl-Marx-Platz aan, een paar jonge gasten in jacks van The North Face schrokken op, de rest van de passagiers wist ervan.

***

Toen Angela Merkel gevraagd werd hoe ze zich voelde toen ze tijdens het CDU-partijfinancieringsschandaal Helmut Kohl openlijk had laten vallen, antwoordde ze: ik ben niet bang, ik heb geen slecht geweten, en medelijden is ook al niet het juiste woord.

***

De oudste vrouw in de luchthaven zegt, zegt steeds opnieuw, ze zegt het vermoedelijk al sinds 1990, en ze heeft het waarschijnlijk al in 1970 gezegd, ze zegt, zoals haar moeder en de moeder van haar moeder het al eerder gezegd hebben, ze zegt onder het kapitalisme hetzelfde wat ze onder het socialisme heeft gezegd, deze vrouw zegt: Ne nuk e kena haberin, wat niet alleen ‘we weten niet wat er speelt’ betekent, maar ook, woordelijk, ‘we hebben geen bericht’ of ‘we hebben geen nieuws’, waarbij ‘haber’, zoals zoveel andere begrippen die we gebruiken, geen Albanees maar een Turks woord is, dat dus bericht of nieuws betekent, en in die vorm ben ik het voor het eerst tegengekomen in een stukgelezen Hürriyet in de dönerzaak waar we lang boven hebben gewoond, in een straat, die vernoemd is naar een van de grote sociaaldemocraten, in een huis waarin geen enkele Duitser woonde, hoewel het een mooi gebouw was, met balkons die op het westen uitkeken, gelegen aan een uitloper van de voetgangerszone, vijf minuten lopen tot het muziektheater en vijf tot de bibliotheek en tien tot het stadspark en nog minder minuten tot een paar mooie, oerdegelijke en slechts sporadisch geopende etablissementen, waar mijn moeder vaak afsprak om een Bitburger te drinken met Bridget, die een opleiding had gevolgd als verpleegster maar al decennia niet meer als zodanig actief was, die uit een generatie Ierse vrouwen stamde die geëmigreerd waren en dus als voormalige bewoner van een eiland, van een gedeeld, gekoloniseerd land, wel enige verwantschap met mijn moeder had. Bridget had destijds Duits geleerd samen met mijn moeder, aan de volksuniversiteit bij Elke, een goudeerlijke, goede vrouw die nog tot op vandaag in de brievenbus van haar met klimop overwoekerde stulp aan de landelijke rand van het Ruhrgebied, waar het ’s morgens vaak naar mest ruikt, een of andere nazidreigbrief vindt omdat ze actief is, omdat ze doorgaat. Elke, die als meisje door het lerarenkorps werd uitgelachen en dom werd genoemd, die uit een stabiel, sociaaldemocratisch gezin komt en die een uit overtuiging niet-praktiserende theologe is geworden; Elke, van wie ik leerde – zonder dat we daar ooit over hadden gesproken – dat de vraag of je zelf kinderen wilt in een wereld als de onze absoluut een morele vraag is, een vraag die je met nee kunt en misschien wel moet beantwoorden; Elke en Gerhard, die als leraar werkt en veel meer dan een leraar is, die een subtiel, inktzwart gevoel voor humor heeft; Elke en Gerhard, die oog voor anderen hebben, die elk jaar een Duitse kerstschaal meenemen vol mandarijnen en noten en kleine Nicolaasjes en engelen en – in mijn kindertijd – ook ecologisch verantwoord speelgoed van hout, dat ik meteen bij mijn postcommunistische plasticwereld betrok, door op het miniatuurweefgetouw bonte tapijtjes te weven, een soort designer-kokerjurkjes, die mijn carrièrebarbies voortaan droegen, als ze het land regeerden of hun nachtclubs manageden.

***

Het is tweede kerstdag, en zelfs Wikipedia slaagt er niet in om daarvan de betekenis echt duidelijk te maken, wat me al een keer in een maalstroom van zoekopdrachten gestort heeft naar het woord dat vlees werd, aldus Johannes, waarbij vlees naar ‘mens’ verwijst en het woord naar ‘God’, zoveel heb ik nog begrepen; het is de tweede vrije dag van kerst en ik schrijf uit de encyclopedie over: voor Meester Eckhart is de menswording van God geen eenmalige gebeurtenis, de vader baart zonder ophouden zijn zoon, hij baart mij als zijn zoon en als dezelfde zoon – omdat ik dat misschien nog gebruiken kan, omdat die permanente geboorte me interessant lijkt, want mijn terugkerende nachtmerries van aanhoudende geboortes, die uitmondden in het wegleggen en per ongeluk laten verdorsten van de droomzuigeling, zijn weliswaar voorbij (ben ik dan eindelijk volwassen, klaar om te baren?) maar nog niet vergeten; het is de tweede vrije dag van kerst en net als elk jaar kan ik de zinnen nog zo vaak lezen, maar het verschil in uitleg van de katholieken, de unitariërs en ook de getuigen van Jehova laten hier geen helder licht schijnen, dus klap ik de laptop dicht en besluit om straks naar zolder te gaan, waar tussen de Digitale belastingaangifte voor dummies 2008 en het oude idioomopschrijfboekje van mijn vader nog de Traduzione del Nuovo Mondo delle Sacre Scritture staat, de bijbel van de getuigen van Jehova in het Italiaans, die mijn ouders kort na mijn geboorte werd overhandigd door een stel vriendelijke, oudere Italiaanse Jehova’s in Gelsenkirchen, het soort boek dat vandaag nog Albanezen op de Sonnenallee door ijverige missionarissen in handen gedrukt krijgen. Daar was ik zelf getuige van, het was in de zomer van 2015 en de Sonnenallee was de eerste plek in Duitsland waar ik Albanese mannencafés en restaurants zag die niet deden alsof ze Italiaans waren, en daar dus ook die Duitse senioren, in aardtinten gekleed, met hun heilige boodschappentrolleys, tot de nok toe gevuld met Ontwaakt!, met Zgjohuni! en een paar exemplaren van   .استيقظ!Een nog hogere oplage wereldwijd dan Ontwaakt! bereikt overigens alleen De Wachttoren. Het is tweede kerstdag en ik ben afgeleid van God en de wereld.

 

Vertaling uit het Duits: Daniël Rovers

 

Oorspronkelijk verschenen in de essaybundel Eiscafé Europa van Enis Maci (1993), Frankfurt, Suhrkamp Verlag, 2018.