Daniël Rovers

DE WITTE RAAF

Editie 205 mei-juni 2020

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Koen van den Broek. The Beginning

Sinds haar ‘bestaanscrisis’ in de jaren zestig en zeventig heeft de schilderkunst mettertijd een nieuwe vrijheid bereikt, in de eerste plaats omdat de tegenstelling tussen abstractie en figuratie is weggevallen, of in ieder geval als minder fundamenteel ervaren wordt. Dat was de stelling van Barry Schwabsky in zijn essay ‘Painting in the Interrogative Mode’ uit 2002. De ‘telos’ van de schilderkunst ligt na het modernisme niet meer in een steeds verdergaande abstractie, maar eerder in een breed, conceptueel onderzoek naar hoe beelden werken, wat leidt tot een veelheid aan werkwijzen en een – door Schwabsky positief gewaardeerd – maniërisme.

Het oeuvre van Koen van den Broek (1973) – die rond 2000 met zijn werk naar buiten trad – is verzadigd met referenties aan voorgangers als Matisse, Hopper, De Keyser en Twombly, en kan onder de noemer van dat hedendaagse maniërisme worden geschaard. De leegte in zijn werk is niet die van de zuivere abstractie, zoals Wouter Davidts heeft vastgesteld in het oeuvreoverzicht Crack (2010, besproken in De Witte Raaf nr. 147), maar een manier om de ruimte te verkennen, te onderzoeken hoe ruimtelijke grenzen op een tweedimensionaal doek functioneren en hoe elke horizon een perspectief veronderstelt.

Van den Broek herleidt abstractie tot een eenvoudig ‘losmaken’. Eerst zondert hij een stuk werkelijkheid (een huis, een stoeprand, een snelweg) af door er een foto van te nemen, vervolgens gebruikt hij die foto om er met olieverf een beeld van te schilderen. Soms volgt nóg een bewerking, door dat schilderij te verwerken in een sculptuur of andersoortig kunstwerk, zoals de glazen pui voor een ziekenhuis in Mechelen, waar hij vervolgens opnieuw schilderijen op baseerde. De spanning die zijn doeken oproepen is samen te vatten in de vraag: wat is hier precies losgemaakt, en hoe kan je het verbinden met het perspectief van de kijker, de buitenstaander?

The Beginning is Van den Broeks eerste solotentoonstelling in Nederland, en het begin van de samenwerking met Galerie Ron Mandos. De opening werd verzorgd door de schilder zelf, die in een noodgedwongen zo goed als lege galerieruimte een korte, zelfbewuste rondleiding gaf, te zien op YouTube. Bij binnenkomst valt meteen een doek op met een grote, waterblauwe vlek in een wit veld, uitlopend op beige en grijze muren en huizen: Frydlant #3 (2003). Wat stelt het voor? Het is een stedelijke omgeving, waar vooral de kleur groen ontbreekt. Tussen die grillige blauwe vlek en het witte plein bestaat een duidelijk onderscheid, veel meer dan tussen het wit van het doek en het wit van de galeriemuur. Het blauw is tegelijk een traceerbare schaduw (op de sneeuw, leer ik van de kunstenaar) en abstracte vlek. Het zou kunnen dat Van den Broek met die perspectivische achtergrond aan René Daniëls refereert, en diens galerie-interieurs annex vlinderstrikken. Zelf noemt hij colourfield painting als bron.

Van den Broek werkt in The Beginning met ensembles van schilderijen die samen een groter verhaal oproepen, of in ieder geval suggereren dat het kijken nooit ophoudt, dat het beeld geen definitieve ‘betekenis’ heeft. Tegenover het besneeuwde plein hangt het doek van een perspectivisch vertekend openstaand raam, dat als het ware vanuit de zomer uitzicht op het winterse plein biedt. In het middendeel van de galerie hangen drie schilderijen als een drieluik bij elkaar. Aan de linkerzijde Casting Balance (2019), een oranje vlek boven een grillige, verticale zwarte streep, tegen een achtergrond van gebroken wit. Het horizontaal aangebrachte groen en lila daaronder creëren een avondlijke horizon met op de voorgrond de voorstelling van een herfstbloem (een herfstblad, aldus de schilder zelf) aan een fragiele steel, in een verder verlaten landschap. Die bloem – of dat blad – lijkt wel een wolk of een vuurbol, en het hele doek heeft iets hallucinant eenzaams, maar ook troostends. Zo trillerig neergezet, dat het platte symbool iconische waarde krijgt.

In het midden hangt het grote werk Plot (2015). Er valt een viaduct in te herkennen tegen de achtergrond van een stormlucht, met daaronder een bedding van een drooggevallen rivier. Woeste halen hebben die stormlucht gegenereerd, en de bedding is verrassend warmroze aan de beeldrand. De blik reikt door de perspectivische opzet tot in de verte. Zo kwetsbaar de bloem of het blad aan de linkerwand is, zo robuust is deze vorm: bestand tegen welke storm er ook komen moge. Het landschap is zo kaal dat er niets meer aan kapot kan gaan.

Het derde doek, aan de rechtermuur, lijkt een synthese van de twee andere doeken. The White Borders #1 (2005) laat een ronde, witgrijze strook zien die naar rechts afbuigt. Die strook deelt het doek in tweeën, met aan de ene kant de kleur grijs en aan de andere kant de kleur groen. Het is de opstaande rand tussen een stoep en plantsoen. In het verhoogde plantsoen staat een enkele stam van een boom. Dit is een speels schilderij, met de gekromde grenzen binnen het kader, en de rechte grenzen van het kader zelf. Met als extra grapje dat de donkergrijze boomstam in ‘bedwang’ gehouden wordt door de horizontale en verticale penseelstreken: de houten palen die een jonge boom moeten beschermen tegen harde windvlagen en vandalisme; die palen blijven vaak staan als de boom al een flinke omvang heeft bereikt.

Op enige afstand van dit ‘drieluik’, en een kwartslag gedraaid, opent er zich een uitzicht, in het verlengde van een smalle doorgang, op een soortgelijke kromming als in The White Borders #1: een fietspad in Santa Monica, met een groen oppervlak en zwarte bandensporen, omsloten door twee roomwitte stroken beton. Dit schilderij heet Bike Lane S.M. (2019), en de kromming van de stoeprand vormt een cirkel of ovaal, samen met de kromming van het fietspad. Zo vormen die twee curves samen een opstand tegen de rechte hoeken van het schilderij en van de tentoonstellingsruimte. Van den Broeks voornamelijk stedelijke landschappen zijn altijd van menselijke aanwezigheid ontdaan, maar blijven dwingend en betekenisvol. Het is de mens die het landschap heeft vormgegeven, de schilder die het heeft gezien en afgezonderd, en de toeschouwer die er figuratieve verlangens op kan projecteren. Het raadsel is geen raadsel meer als het wordt opgelost.

 

• Koen van den Broek. The Beginning, tot 13 juni in Galerie Ron Mandos, Prinsengracht 282, Amsterdam.