Margreet Brinkman

DE WITTE RAAF

Editie 205 mei-juni 2020

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

The Absence of Mark Manders

Over Mark Manders wordt telkens dezelfde anekdote verteld. Manders wilde toen hij achttien was schrijver worden. Op de vloer van zijn kamer ontwierp hij een plattegrond voor een boek door pennen en tekenmaterialen zo te rangschikken dat ze zeven rechthoekige en twee ronde kamers vormden. Op die manier ontstond de eerste schets voor zijn ‘zelfportret als gebouw’. Hij ontdekte dat hij beter met voorwerpen dan met woorden kon schrijven, en werd beeldend kunstenaar. Sindsdien creëert de kunstenaar zijn werken in het gebouw als zelfportret.

Op de overzichtstentoonstelling The Absence of Mark Manders in het Bonnefantenmuseum in Maastricht heeft de kunstenaar een deel van zijn atelier in twee zalen nagebouwd. Op de vloer ligt geribbeld karton met daaroverheen een laag doorschijnend plastic. Het karton zorgt voor een verende tred, en dempt het geluid van de voetstappen. De ruimte heeft geïmproviseerde wanden die zijn opgetrokken uit het dunne plastic dat wordt gebruikt om delen van een kamer af te dekken bij het verven; het ritselt wanneer je erlangs loopt. In een van de zalen bevinden zich twee grote beelden (With Unfired Clay Figures (2011-2015) die de schijn wekken niet voltooid te zijn. Ze zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden, alleen het formaat verschilt. Het zijn twee niet volledig uitgewerkte meisjeskoppen, meer dan levensgroot. Ze herinneren zowel aan klassieke beelden van godinnen als aan de lieflijke gezichtjes van de poppen waar kleine kinderen mee spelen. De blik van deze ‘meisjes’ is levenloos en bevroren, de uitdrukking leeg en hard. Ze rusten in een ongemakkelijke pose op een homp gebarsten klei die de aanzet vormt tot een romp. De koppen en romp worden in twee delen gespleten door een zware plank. Door de combinatie van kop en torso wekken de beelden de indruk androgyn te zijn. Je zou ze kunnen vergelijken met de gestalten die Prometheus uit modder schiep en die door de godin Athena leven werden ingeblazen of met Pygmalions volmaakte, uit ivoor gesneden Galatea.

Volgens de titel van de tentoonstelling is de kunstenaar afwezig, maar de afdrukken van zijn vingers en handen zijn duidelijk zichtbaar in het ongebakken en nog niet gedroogde materiaal. Het beeld is niet af en kan ook niet worden voltooid. Om verder te kunnen blijven werken aan klei moet je het immers vochtig houden en met plasticfolie bedekken – hetzelfde plastic dat de bezoeker hier in de zaal omgeeft. We bevinden ons in Manders’ zelfportret als gebouw, we bevinden ons in zijn hoofd. Overigens zijn de beelden in werkelijkheid niet van klei, maar gegoten in brons en vervolgens geschilderd. De beelden weerstaan elke beslissende interpretatie.

De toegangsdeuren tot de tentoonstellingsruimte en verschillende sculpturen zijn beplakt met krantenpapier. De teksten daarop zijn volstrekt onbegrijpelijk. Onder een kruiswoordraadsel valt de volgende zin te lezen: ‘Verist polemics volcano massier yearningly auditorily.’ Ergens anders lijkt verslag te worden gedaan vanuit ‘GRAMMATICALNESS – Faculty unblinkingly enplaned downplaying coracles crumblinesses unchicly reparks cults ebb noninjury madrilene adulterating glabellae aeroplanes.’ De betekenis van de afzonderlijke woorden is weliswaar terug te vinden in een Engels woordenboek, maar de relaties tussen de woorden blijven raadselachtig. Tussen de teksten zijn foto’s afgedrukt van onherkenbare details van Manders’ atelier. Normaal gezien gaan we er stilzwijgend van uit dat nieuwsmedia ons informeren over oorlog, ziekte en politiek, en dat wát ze ons vertellen juist is. De juistheid van de uitspraken in deze kranten kan echter niet worden aangetoond: ze zeggen niets over de wereld buiten deze zalen. De taal van de kunstenaar is betekenisloos, ze wil zich onttrekken aan elke oppervlakkige duiding.

In een vitrine ligt A Place Where My Thoughts Are Frozen Together (2001). Dit werk bestaat uit een opvallend lang bot met forse knobbels aan de uiteinden én een wit kopje van hotelporselein, met daartussen een suikerklontje geklemd: een beeld van gestolde gedachten. We kunnen ze niet onderbrengen in beschikbare categorieën, ze niet verbinden met voor de hand liggende kennis en inzichten, de samenhang niet duiden met behulp van een gangbare logica. We stuiten op de grenzen van ons verstand. Maar de paradox is dat het werk daardoor minder particulier is dan we zouden denken – zoals Christophe Van Gerrewey opperde (De Witte Raaf nr. 137) naar aanleiding van een solotentoonstelling in het S.M.A.K. in 2005. Manders laat ons heel precies ervaren dat algemeen aanvaarde methoden van interpreteren tekortschieten, en ook, als we er wat langer bij stilstaan, wat eigenlijk die bestaande manieren van begrijpen zijn.

In Shadow Study (Femur and Upper Arm Bone Connected by One Single Shadow) (2011) hangt een kopje omgekeerd boven een bot en werpt daarop zijn schaduw. Het beeld belichaamt een heel eigen redenering: Manders wilde een schaduw hebben en ontdekte dat als je een kopje omdraait er een schaduw valt dicht bij het bot. Het zou dus logisch zijn om in een beeld de schaduw op een bot te vangen. In een vitrine ligt een doormidden gezaagde kat op haar zij (Night Scene). Voor- en achterdeel zijn een stukje uit elkaar getrokken en in de ontstane leemte hangt een touwtje. Het geheel is zwart geschilderd. Kat en touw bevinden zich, volgens de redenering van de kunstenaar, op dezelfde plek. De kunst maakt denkbaar wat daarbuiten onmogelijk is.

Manders’ werk dwingt ons om te blijven kijken, ook al begrijpen we de redeneringen erachter niet. Enkele zalen in Maastricht heeft de kunstenaar ingericht als museale ruimtes. Er zijn verscheidene koppen tentoongesteld met een verticale, gele balk door de linkerhelft van het gezicht. Die formele ingreep herinnert aan kunstwerken van De Stijl, die zijn opgebouwd uit geometrische vormen in veelal primaire kleuren. Een in plasticfolie gevatte kop in een vitrine doelt onmiskenbaar op het beroemde ‘ei van Brancusi’, Le commencement du monde (1924), in het Kröller-Müller museum in Otterlo. Deze werken, in tegenstelling tot veel andere beelden op de expositie, verbinden zich wél met de wereld buiten dit museum, maar ze blijven binnen het domein van de moderne, autonome kunst.

 

• The Absence of Mark Manders, tot 23 augustus in het Bonnefantenmuseum, Avenue Ceramique 250, Maastricht.