Dagmar Dirkx

DE WITTE RAAF

Editie 206 juli-augustus 2020

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Latifa Echakhch. The sun and the set

Drie ronde, monumentale fresco’s zetten de toon voor The sun and the set, de retrospectieve van Latifa Echakhch in BPS22 die meer dan zeventig werken van de kunstenaar samenbrengt. Aangebracht op de hoge zijmuren van de Pierre Dupontzaal herinneren deze haast renaissancistische tondo’s de toeschouwer aan motieven en terugkerende thema’s uit de kunstgeschiedenis: een helderblauwe hemel, een revolutionaire opstand en ten slotte een abstract fresco in International Klein Blue, een referentie aan haar inspiratiebron Yves Klein. Echakhch bevraagt de evidentie van onze gecanoniseerde blik via de verschillende stukken die ze uit de fresco’s Cross Fade (2016) en Crowd Fade (2017) heeft weggeschraapt. Welke van die leegtes vult onze getrainde blik zélf aan? Maar vooral: welke narratieven en ideologieën van die canon blijven vandaag nog overeind?

Tegelijk verraden de brokstukken onderaan de fresco’s een iconoclastisch gebaar van de kunstenaar. Dat vernietigende gebaar duikt eveneens op in haar persoonlijke objecten, gepresenteerd op donkere sokkels in de zaal. Alle voorwerpen zijn aangetast door gitzwarte inkt, die als leidmotief door de expositie vloeit. Glinsterend in de donkere inkt en telkens onder de noemer Sans titre, stalt Echakhch onder andere zwartgeblakerde brieven, kleine parfumflesjes, kapotte speelgoedsoldaatjes en een verkapte wereldbol uit als in een ‘nature morte’. Niet voor niets spreekt ze van het ‘doden’ van haar objecten. Door de voorwerpen in stukken te snijden, te breken, leeg te maken of ze onder te dompelen in inkt, ontheft ze hen van hun gebruiksfunctie. Op die manier schenkt ze deze dingen een tweede leven als kritische objecten die vragen uitlokken over thema’s als herinnering, erfgoed en verval.

Het intieme karakter van deze objecten contrasteert sterk met de gigantische fresco’s. Via die nevenschikking onthult Echakhch de reikwijdte van het begrip ‘ruïne’, in de expogids geduid door de woorden van Gérard Wacjman: ‘Ruïne is het object plus de herinnering aan het object. […] Ruïne is het object dat een gezamenlijk spoor is geworden, een object dat in de Geschiedenis is getreden.’

Daarna doorbreekt het parcours van de tentoonstelling even de verwondering van de toeschouwer, die helaas langs een aantal andere projecten wordt geleid omwille van de coronamaatregelen. Vervolgens ontvouwt la Grande Halle (de centrale tentoonstellingsruimte) zich als een desolaat landschap, waarin verschillende elementen uit Echakhchs verbeelding van vergankelijkheid samenkomen. De serie The Fall (2020) springt het meest in het oog. Van enkele foto’s die Echakhch nam tijdens haar reizen, liet ze zes grote doeken van tien op tien meter beschilderen als een soort theatergordijn of -decor. De doeken zijn over de grond gedrapeerd. De toeschouwer ziet op die manier slechts flarden van de melancholieke beelden, zoals een zonsondergang in Lausanne, een landingsbaan in Brussel of windturbines langs een snelweg in Parijs. Nog meer dan Wacjmans definitie van de ruïne als object plus de herinnering eraan, echoot hier Robert Smithsons concept van Ruins in Reverse door de expositie. In zijn concept, dat hij in de jaren zeventig toepast op de fotografie, zitten de foto’s of ‘ruïnes’, aldus Smithson, ‘gevangen in een dialectische toestand tussen opbouw en verval’.

Als op een verlaten filmset doolt de bezoeker tussen ‘front’ en ‘backstage’ – zo heeft The Fall de ruimte opgedeeld. Verschillende objecten functioneren op het eerste gezicht als ‘props’. Maar anders dan hun tegenhangers in theater- of filmsets, bemoeilijken ze een directe lezing van het decor. Zo verzamelde Echakhch onder de naam Fantômes objecten als een oude staande klok, half verborgen onder een wit doek (Fantôme (Horloge), 2014), een in inkt gedrenkte weegschaal (Fantôme (Well Temperated Balance), 2013) en een 8mm-filmprojector met een projectiescherm dat wit blijft (Fantôme, 2013). Net als de beschilderde doeken lijken al deze objecten te ‘schipperen’ tussen de vooruitgang die ze ooit beloofden en hun huidige vergane glorie.

Echakhch spreekt van het ‘memento mori’ dat kapitalisme onwillekeurig creëert: elk object is gedoemd tot verval, terwijl het systeem zelf elke reflectie, elke vorm van herinneringsarbeid ontwijkt. In zijn boek 24/7: Late Capitalism and the Ends of Sleep (2014) beschrijft Jonathan Crary hoe de tijd van de mens in een kapitalistische samenleving identiek aan die van de productie geworden is. Wanneer langzaam maar zeker zelfs onze slaap erodeert en wordt ingezet als een vorm van kapitaal, schaft de mens de tijd als herinnering of reflectie volledig af. Echakhch reflecteert wel op die situatie, door kriskras in de ruimte vier (afgeschafte) publieke, bekraste bankjes (Kasseler Parkbänke, 2009) te plaatsen, waarop de bezoeker – haast synchroon aan de huidige coronasamenleving – niet mag gaan zitten. Geconfronteerd met zoveel objecten die wél uitnodigen tot bezinning, valt pas op hoe luid en wreed het credo van het kapitalisme klinkt: kijk niet om, ga steeds vooruit.

Tegelijk zijn de krassen in de Kasseler Parkbänke een voorbeeld van hoe de kunstenaar de afwezigheid van het lichaam beklemtoont via achtergelaten sporen. Die afwezigheid thematiseert Echakhch het sterkst in de serie Untitled, met onder meer een rode zitbal, een kostuum en koorddansersslippers (Untitled (Red ball and Figure), 2012), fanfareoutfits en muziekinstrumenten (Untitled (The Independent), 2008) en ten slotte gogodansoutfits (Untitled (Pole Dancer), 2011). Door de afwezige acrobaten, muzikanten en dansers ontstaat een vacuüm; een leeg scherm waarop de bezoeker verhalen kan projecteren. Hetzelfde mechanisme gebruikt Echakhch in onder meer Several Times (2019), waarbij ze op tapijten verlaten scènes of stillevens construeert. Achtergelaten schoenen, vinylplaten, een iPhone, lege wijnglazen, sigaretten – deze spullen stellen de toeschouwer voor een onopgelost raadsel dat fantasie en speculatie toelaat.

The sun and the set verkent de spanning tussen opbouw en verval. De titel vat een ooit vanzelfsprekend (en beloftevol) wereldbeeld samen dat aan erosie onderhevig is. Toch daagt Echakhch de toeschouwer vooral uit om inspiratie te puren uit die afbrokkeling. In de verkenning van verval, verlies en verlatenheid sluimert steeds Echakhchs ode aan de verbeeldingskracht.

 

• Latifa Echakhch. The sun and the set, tot 16 augustus in BPS22, Musée d’Art de la Province de Hainaut, Boulevard Solvay 22, Charleroi.