Pia Louwerens

DE WITTE RAAF

Editie 206 juli-augustus 2020

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Daily Nightshift

Kunsthal Extra City heeft Daily Nightshift ingericht als een essay, bestaande uit een tekst in het programmaboekje en een expositie met installaties die nauw aansluiten bij de subthema’s van de tekst. Tijdens een workshop kwamen verschillende partijen en organisaties uit Antwerpen bij elkaar om zich te buigen over actuele stedelijke thema’s. Ze kwamen onder meer uit bij het onderdeel van het stedelijk beleid dat de ‘nachteconomie’ wordt genoemd. Ook de nutteloze nacht wordt intussen immers vermarkt en te gelde gemaakt. De tentoonstelling levert kritiek op de manieren waarop nachtelijke activiteiten in steden gekapitaliseerd worden door gemeentes, de toerisme-industrie, vastgoedondernemers en techbedrijven.

Het fotoproject Unsleep (2019) van Danilo Correale gaat over ondernemingen die gebruikmaken van Business Process Outsourcing (BPO). Deze bedrijven hebben een hoofdkantoor in de Verenigde Staten, Europa of Australië, maar besteden taken als accounting en het bemannen van callcenters uit aan arbeiders aan de andere kant van de wereld. Door het tijdsverschil werken deze mensen veelal ’s nachts. Correale fotografeerde in Mumbai, Bangalore en Manilla, en presenteert de fotoseries in ophangsystemen. De toeschouwer moet zelf door de foto’s bladeren en ziet de steden versmelten tot één homogeen outsourcing-kantoor. De exploitatie van arbeiders wordt goed verbeeld. Ze zijn vaak van achteren gefotografeerd, vanaf grote afstand onder koud licht uit tl-lampen. In de hoek hangt een scherm waarop hun getuigenissen als tekst getoond worden, zonder namen of locaties. Voor de kijker lijken tijdzones, plekken en personen net zo inwisselbaar als voor deze BPO-bedrijven. De grens tussen representatie en reproductie wordt vrij dun aangezien de arbeiders feitelijk dubbel geëxploiteerd worden: eerst door de westerse bedrijven die ze ’s nachts voor een laag loon laten werken, en daarna door een fotograaf die met hun afbeeldingen en getuigenissen een even westers publiek bedient. Dit gebrek aan reflectie op de eigen positie door de kunstenaar blijkt een terugkerend probleem.

Onder de naam En Plein Public maakt Frederik Lizen schilderijen op houten afsluitingen en constructiepanelen in de openbare ruimte. Voor Daily Nightshift maakte hij een schilderij op de façade van Extra City, ‘op een onaangekondigd nachtelijk moment’. Het is een ongevaarlijke imitatie van street art, een persiflage haast. Anders dan echte straatkunstenaars loopt hij immers geen werkelijk gevaar. Hij kan de politieagent die een nachtdienst draait gewoon uitleggen: het is niet illegaal, het is kunst! Hiermee is dit gebaar een reproductie van de gentrificatie die in de tekst bekritiseerd wordt. Beeldende kunst wordt een gentrificatie-instrument – goed in het absorberen en verkoopbaar maken van wat zich buiten haar institutionele grenzen afspeelt.

Fiona Connor behandelt het onderwerp gentrificatie nadrukkelijk in Closed Down Clubs (2017), een serie minutieuze reproducties van toegangsdeuren van clubs, bars en winkels in Los Angeles op het moment dat ze definitief moesten sluiten. Het lijkt alsof Connor door het namaken van de deuren de soms ongrijpbare mechaniek van gentrificatie beter probeert te begrijpen, maar tegelijk vindt hier een soortgelijk proces plaats. Iets lelijks (de echte deur) wordt vervangen door iets waar we allemaal naar willen kijken (een zorgvuldig gemaakt kunstwerk). De gebruiksobjecten zijn uit hun context gehaald en verworden tot onaanraakbaar artefact. Zo komen we alleen maar verder af te staan van de fenomenen die we willen bestuderen en, zo mogelijk, veranderen.

De Zweedse Ann-Sofi Sidén toont een constructie van glazen, dienbladen en negen beeldschermen. Ook laat ze ons opnames zien van beveiligingscamera’s in een Ierse pub in Limerick, aangevuld met enigmatisch ‘zelf gedraaid materiaal’. De zwart-witbeelden tonen de voortgang van de dag, van het openen van de club tot de late uurtjes waarin mensen enthousiast, voor ons geluidloos, staan te dansen. De camera’s bieden een caleidoscopisch, desoriënterend perspectief dat af en toe verspringt. Als je een tijdje kijkt, zie je korte verhalen: een ruziënd stelletje, het werk van de bouncer, een man die een vrouw lastigvalt of juist liefkoost. De titel luidt Sticky Floors (Lunch to Last Call). De pub wordt als een typisch kleinstedelijk danscafé in beeld gebracht, waar aan het eind van de avond Billy Joels Piano Man zou kunnen worden gedraaid. Als tentoonstellingsbezoeker zit je in stilte, op afstand, naar het kleine leven op de schermen te kijken.

De sensatie dat je tegelijkertijd alles kan zien, maar niets in perspectief kan plaatsen, vat het probleem van Daily Nightshift goed samen. Het is alsof ik een telescoop verkeerd vasthoud, waardoor het onderwerp verder weg lijkt in plaats van dichterbij. Alleen tot op zekere hoogte is Daily Nightshift informatief. En informatie verschaffen is in de huidige staat van de wereld niet meer genoeg. Extra City koppelt de stad aan hedendaagse kunst, maar het is ook goed om te bedenken wat kunst met de stad kan doen. Aan de manier waarop kunstenaars en kunststudenten over hun werk praten, kun je soms zien hoe kunst en representatie met elkaar verward zijn geraakt: ‘mijn werk gaat over…’ Die formulering veronachtzaamt de transformatieve potentie van kunst in de wereld. Extra City kiest voor het vogelvluchtperspectief van de beleidsmaker, en houdt zo al te veel afstand van het onderwerp: de nacht en haar bewoners. Wat had deze tentoonstelling nog meer kunnen zijn, als we de telescoop om zouden draaien en de wereld van dichtbij zouden zien?

 

• Daily Night Shift liep tot 28 juni in Kunsthal Extra City, Eikelstraat 25-31, Antwerpen.