Zeynep Kubat

DE WITTE RAAF

Editie 206 juli-augustus 2020

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Els Dietvorst. *Dooltocht/A desperate quest to find a base for hope

Waar kunnen we een baken van hoop vinden? Deze vraag drijft kunstenaar Els Dietvorst, voert haar van mens tot mens, plaats tot plaats, verhaal tot verhaal. Haar zoektocht legt diepgewortelde problemen bloot in onze maatschappij en onze omgang met de natuur. De eerste overzichtstentoonstelling van Dietvorst in M HKA straalt een bijzondere energie uit en zet aan tot ontdekking. Zo is de reguliere ingang afgesloten, en moeten alle toeschouwers door een gat in de muur stappen om de tentoonstelling te betreden. Meteen wordt duidelijk dat de betrokkenheid waarmee Dietvorst poëzie, leven en dood verbindt in haar tekeningen, sculpturen en films, ook verwacht wordt van de toeschouwers.

Sinds hun voorzichtige heropening na de sluitingsperiode ten gevolge van Covid-19, verplichten kunstinstellingen museumbezoekers een pad te volgen. Om de werken van Dietvorst in hun volle tonaliteit te begrijpen, is het echter van belang van het ene naar het andere te kunnen struinen. Nu mist haar werk plots de nodige porties toeval, dwaling en serendipiteit – misschien wel de belangrijkste elementen uit haar oeuvre.

Dietvorst zet toevallige ontmoetingen om tot collaboratieve werkprocessen. Aan elk werk ligt een verbinding tussen haar ervaringen en die van anderen ten grondslag. De wanhoop waar de titel van de tentoonstelling naar verwijst, duidt niet op verloren moed of verlies aan kracht, maar eerder op de strijdlust om hoop te vinden. De tentoonstelling brengt oude en nieuwe ontmoetingen samen, en toont de verhalen die achter de acties en woorden van mensen schuilgaan. Het werk dat ze maakte met collega-kunstenaars zoals Orla Barry en Marc Vanrunxt zijn intieme artistieke reflecties over tijd, lichamelijkheid en ruimte. Zo filmde ze Barry terwijl ze gebogen aan het plafond hing op een zolder in een verlaten schoolgebouw in Brugge (Act One, 2002). Haar houding lijkt de spanning weer te geven tussen de korte duur van een bungelende beweging en de langdurige sporen die iemand in een ruimte kan achterlaten. In Giant’s Feet (2001) dansen de voeten van choreograaf Mark Vanrunxt over piepschuim. De efemere paden van het ritme van de dans worden onthuld door de reactie van het piepschuim op deze bewegingen. Ze vliegen op, zwieren in het rond of blijven liggen – net als mensen in de wervelwind van het leven.

Tot Dietvorsts intiemere werken behoren haar tekeningen, of de autobiografische video First Impressions (2010) over de eerste indrukken van het rurale Ierland waar ze naartoe verhuisde. De recente film The Dance of the Thatcher (2019) verbindt dan weer vriendschap met traditie en natuur. Gedurende acht jaar volgde ze Matt, een van de laatste rietdekkers. De toeschouwer kan veertig minuten lang zijn geduldige werk observeren. Deze werken functioneren, naast de meer sociaal-maatschappelijke werken, als meditatieve momenten in de tentoonstelling. Ook al gaat er evengoed een belangrijke kritiek achter schuil, toch verbleekt hun impact bij veel treffendere verbeeldingen van structurele problemen. Sprekend is de samenwerking met het team jonge kunstenaars dat ze samenstelde om de tentoonstelling mee vorm te geven. Samen maakten ze beelden van menselijke figuren zonder gezicht, geslacht of huidskleur (Ur/C'est de la Babylone, 2020), uit stro, kippengaas en leem. Verspreid in een grote zaal zien we ineengezakte, gehurkte, zittende en liggende beelden, of rechtopstaande sculpturen die houvast nodig hebben van een staf of een stok. De titel van de installatie, maar ook het maakproces en het gebruik van leem, verwijzen naar de constructie van ziggoerats in het oude Babylon, die met lemen tegels werden gebouwd, en veel arbeidskracht (en mensenlevens) hebben gekost.

Tussen de beelden wordt de film As Long As the Blackbird Sings (2009) geprojecteerd, onder meer geïnspireerd op Walden van Henry David Thoreau, en de uitkomst van een ontmoeting van Dietvorst langs het kanaal Anderlecht-Charleroi. Een man die aanvankelijk door een woud lijkt te lopen, komt plots aan bij een drukke autobaan. Vervolgens komt hij langs bruggen en door tunnels terecht in een ingeslapen residentiële wijk. De enige die de stilte verstoort is hijzelf, zachtjes neuriënd. Zijn bestaan wordt een storend element in een ogenschijnlijk welvarende, homogene maatschappij. Hij is zoals de merel, een eenzame donkere vogel die luid zingt voor zonsopgang en de stilte van de late nacht als eerste doorbreekt. Het werk is gebaseerd op het leven van Art-Coeur-Merci, een man die in een bunker aan het kanaal woonde, en met wie Dietvorst een bijzondere band ontwikkelde. Toen ze met hem deze film wilde maken, was hij verdwenen, en Dietvorst vroeg uiteindelijk een acteur om zijn rol te vertolken.

Ook de zwaluwen hebben een menselijke stem in dit artistieke universum. Zes jaar lang onderzocht Dietvorst het leven in de Brusselse Anneessenswijk (De Terugkeer van de Zwaluwen, 1999-2005). Ze schenkt aandacht aan wie door de maatschappij wordt uitgesloten en op eigen kracht een gemeenschap probeert te vormen. Op verschillende doeken worden de street tapes geprojecteerd, de gemonteerde registraties van geïmproviseerde performances. Wijkbewoners worden hoofdpersonage, en velen van hen dragen een gouden kroon. Is Dietvorst op zoek naar de koning van Brussel, of toont ze aan dat alle bewoners koning zijn?

Eén specifieke performance, van een danser die zich richt tot politieagenten, blijft nazinderen in de weken na de moord op George Floyd en de aanrijding van Adil Charrot door de Anderlechtse politie. Hoewel er geen geluidsband speelt, wordt duidelijk dat de danser een aanklacht brult, alsof hij een stem wil geven aan de grieven van stedelingen die zich onrechtvaardig behandeld voelen, waarna hij schreeuwend wegvlucht. De film Vive la Démocratie (2002), het aangrijpende slotstuk van de tentoonstelling, krijgt eenzelfde actuele lading. De uit Togo gevluchte Kokou Zokli draagt zijn levensverhaal voor. Zokli staat in het midden van een theaterzaal, omringd door wit gemaskerde personen. Haastig gefilmde, schokkerige beelden van een opstand tegen het dictatoriale regime van Faure Gnassingbé Eyadéma in Togo tonen vluchtende mensen die beschoten worden door het Togolese politiekorps. Beelden van gewonde of dode mensen wisselen elkaar snel af, waarbij Zokli telkens ‘une autre!’ roept.

 

• Els Dietvorst. *Dooltocht/A desperate quest to find a base for hope, tot 30 augustus in M HKA, Leuvenstraat 32, Antwerpen.