Christophe Van Gerrewey

DE WITTE RAAF

Editie 207 september-oktober 2020

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

Tauba Auerbach. S v Z

Als postconceptuele op art, zo valt het werk van de Amerikaanse kunstenaar Tauba Auerbach (1981) op het eerste zicht kunsthistorisch te categoriseren. Auerbach, die een opleiding als letterschilder volgde, maakte bijvoorbeeld in 2017 met grafisch ontwerper David Reinfurt een screensaver, die voor 25 dollar online te koop is. Spiral induction, zo heet de applicatie: het scherm kleurt zwart, en een raster van negen op zes lichtgroene, driedimensionale figuren verschijnt die zich in de loop van enkele seconden spiraalvormig ontrollen om vervolgens met dezelfde snelheid terug te draaien en weer te verdwijnen. Het is een eenvoudig kinetisch kunstwerkje voor een computerscherm, dat al bij al niet zo veel verschilt van wat Apple of Microsoft in de aanbieding hebben. In een toelichting schrijft Auerbach echter dat de screensaver ontwikkeld is om een ‘goedaardige hypnose’ tot stand te brengen. Computerschermen zijn altijd in meer of mindere mate hypnotiserend, en ze leren ons op die manier ‘waarden aan zoals hongerig consumentisme, en belachelijke ideeën omtrent hiërarchie, ras, gender, schoonheid en spiritualiteit’. Spiral induction is daarentegen ontwikkeld om oogbewegingen te provoceren die ‘kalmeren, of genezen, of de geest helder maken’. Het is een heleboel moeilijk te bewijzen theorie voor wat uiteindelijk een paar groene lijnen op een scherm zijn. Of is het Auerbach precies daarom te doen: een waarneming opwekken waarvan de uitkomst of het effect enkel kan worden gesuggereerd?

Recent verscheen een boek dat kan helpen bij het beantwoorden van die vraag. S v Z is Auerbachs eerste monografie – de catalogus bij een tentoonstelling in het San Francisco Museum of Modern Art, waarvan de opening anderhalf jaar is uitgesteld, tot oktober 2021. Het boek, vormgegeven door de kunstenaar, is een werk op zich. Voor- en achterflap bestaan uit dik grijs karton; de rug is van zwart textiel, en er staan twee spiralen op gedrukt, met daarin titel, auteur en uitgever. Het boekblok bestaat uit A4-pagina’s – zwart op snee, met daarover een wit onregelmatig golfpatroon, als van marmer, misschien, maar het kan ook om een weergave van elektromagnetische golven of straling gaan. Het lettertype, net als de screensaver ontwikkeld met David Reinfurt, bestaat enkel uit kapitalen en is gebaseerd op Auerbachs handschrift. De letters lijken rechtop te staan, als voorwerpen loodrecht op de bladspiegel – ze hebben een zekere diepte – en bovendien kantelen ze naarmate het boek vordert: op de titelpagina staan ze schuin naar links, en op het eind van het boek neigen ze naar rechts. Veel van de teksten worden daardoor moeilijk leesbaar – gelukkig zijn de essays in het midden van het boek geplaatst, waar de letters min of meer ‘gewoon’ recht staan. De werken zijn volgens een gelijkaardige golf- of spiegelbeweging geordend (vandaar ook de titel S v Z, twee letters die in meer golvend handschrift elkaars spiegelbeeld zijn): werk uit 2019 staat vooraan, vroeg werk uit 2004 staat in het midden, waarna het boek eindigt met recent werk.

Auerbachs oeuvre bestaat niet alleen uit screensavers, drukwerk en publicaties. Ze maakt ook sculpturen en andere objecten, waarvan het Auerglass Organ uit 2009, een symmetrisch orgel dat door twee muzikanten tegelijk wordt bediend, het indrukwekkendst oogt. Daarnaast schrijft ze essays over visuele onderwerpen en fenomenen, aangevuld met historisch beeldmateriaal, en maakt ze werk in de publieke ruimte. In 2018 beschilderde ze een boot met een rood-wit golfpatroon, als een meer organische variant op de geometrische dazzle paintings waarmee schepen in de Eerste Wereldoorlog werden gecamoufleerd. Op de tentoonstelling Tetrachromat in 2013 in Wiels waren traditionelere schilderijen van Auerbach te zien. De titel verwijst naar het vermogen van sommige dieren (en ook van sommige vrouwen, de afwezigheid van het Y-chromosoom is een voorwaarde) om kleuren te zien die niemand anders kan zien. Naar aanleiding van die expo vatte Auerbach in Metropolis M, in een gesprek met Erik Wysocan, haar bezigheden samen als ‘het maken van hulpmiddelen om iets wat zich wellicht aan onze waarneming onttrekt beter te kunnen voorstellen’. In andere interviews verwijst ze geregeld naar de ‘vierde dimensie’ – Auerbachs eigen uitgeverij, Diagonal Press, gaf in 2016 een nieuwe editie uit van een klassieker over dat onderwerp, A Primer of Higher Space (The Fourth Dimension) uit 1913 van de Amerikaanse decorontwerper Claude Bragdon. Deze vierde dimensie is niet te verwarren met de extra dimensie van tijd, die Einstein in zijn relativiteitstheorie omschreef. Het is een ‘echte’ ruimtelijke dimensie, die zich loodrecht op de driedimensionale ruimte bevindt. Veel van Auerbachs werk is inderdaad op te vatten als een training voor het menselijke oog om die ruimte te ontdekken en exploreren. Ook de aparte hoofdstukken in S v Z zijn niet met woorden betiteld, maar telkens met een andere tesseract, een hyperkubus die als het ware uit de driedimensionale ruimte wordt getrokken. Dat is een proces dat per definitie niet op papier kan worden weergegeven, maar Auerbach probeert het toch.

Voor een rationeel of conservatief ingestelde geest is dat ongetwijfeld een hoop geeky onzin, en Auerbachs oeuvre kan inderdaad makkelijk worden weggezet als vermoeiende theoretische speculatie bij in elkaar geknutselde grafiek en design. In een boek uit 1912 (waar ze overigens niet naar verwijst), Voyage au pays de la quatrième dimension van de Franse sciencefictionauteur Gaston de Pawlowski, wordt de fameuze vierde dimensie heel eenvoudig omschreven als ‘het Onbekende zonder hetwelk het Bekende niet zou bestaan’. Vanuit die optiek is alle kunst op zoek naar de vierde dimensie, als een vorm van nieuwe ervaringen, afwijkende kennis of kritisch inzicht. Het verschil is natuurlijk dat het onbekende bij Auerbach ook daadwerkelijk onbekend en niet-objectiveerbaar blijft. In het beste geval kun je het zien, maar beschrijven of communiceren is haast onmogelijk. In de oorverdovend galmende slotzin van een essay in S v Z toont curator Joseph Becker die onmogelijkheid ongewild aan: ‘Op de meest viscerale momenten trekt Auerbachs werk ons in de richting van een instinctmatige perceptie van onze netwerkcondities in het oneindig resonerende universum.’ Wie zich daar weinig bij kan voorstellen, voelt zich al snel even ongelukkig als wie in de jaren negentig koortsachtig maar tevergeefs naar de toen populaire autostereogrammen zat te staren – kleurige patronen in 2D die moesten toelaten om, mits de juiste ‘focus’, een beeld in 3D te zien opdoemen. Als 3D al onbereikbaar is, wat dan met 4D? En toch is van de vele vormgevers die geen genoegen nemen met hun statuut als toegepast kunstenaar Auerbach zeker het meest belezen, coherent en inventief.

 

• Tauba Auerbach, S v Z, San Francisco, San Francisco Museum of Modern Art, 2020, ISBN 9781942884552.