Elise Dupré

DE WITTE RAAF

Editie 208 november-december 2020

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

III Mantegna. L’Oeuvre du Maître en 200 Reproductions

Nouvelle Collection des Classiques de l’Art (1908-1914)

Parijs, Hachette & Compagnie, 1911 
18,5 x 26 cm; XLIX + 190 pagina’s, 200 afbeeldingen

 

De reeks Nouvelle Collection des Classiques de l’Art werd tussen 1908 en 1914 uitgebracht door Hachette, als afgeleide van de serie Klassiker der Kunst [II]. Net als de Duitse reeks bestaat de Classiques de l’Art uit luxueuze monografieën over oude meesters zoals Dürer (1908), Michelangelo (1909), Holbein (1912), Murillo (1913) en Velázquez (1914).

De harde, donkerrode omslag verschilt in vormgeving van de Duitse reeks, maar werd eveneens versierd met gouden typografie en florale motieven. De volumes beginnen met een tekst over het leven van de kunstenaar, met een paginanummering in Romeinse cijfers. Die tekst wordt gevolgd door een groot aantal fotogravures op afzonderlijke pagina’s, die overwegend in hoofdcategorieën (‘fresco’s’) en vervolgens chronologisch zijn geordend. De grote hoeveelheid afbeeldingen was net als bij de Duitse variant een verkoopargument; het exacte aantal werd telkens vermeld in de titel. De afbeeldingen werden van de Duitse edities overgenomen, maar de teksten werden ingekort waardoor de dominantie van de beelden in de Franse reeks nóg groter is. De illustraties zijn afzonderlijk of per twee op een bladspiegel geplaatst en gekanteld naargelang de breedte. Onder elke afbeelding worden de titel (enkel in het Frans), het jaartal, de locatie, de afmetingen en de fotograaf vermeld.

De reeks was geliefd. In een artikel in de Revue historique uit 1912 roemde kunsthistoricus Louis Hourticq de Classiques de l’Art als een van ‘de beste instrumenten van kunsthistorici’. Hij prees ‘de goed gemaakte en goed geordende beelden’, die aan de lezer alle middelen verstrekten om een oeuvre te begrijpen.

Ook in de Franse reeks wordt veelvuldig gebruikgemaakt van close-ups, geïsoleerd op aparte pagina’s en omringd door witruimte, die de afbeeldingen als een kader of lijst een zekere autonomie verleent. Een voorbeeld valt te bewonderen in Mantegna. L’Oeuvre du maître en 200 reproductions (1911), dat gebaseerd is op volume 16 uit de Klassiker der Kunst, in 1910 verschenen met een tekst van Fritz Knapp. In dit boek worden Mantegna’s fresco’s in Padua en Mantua volledig ontleed aan de hand van fotografische details. In het begin van de publicatie staan enkele foto’s van de fresco’s in Padua in hun geheel. Ze worden gevolgd door een reeks van vijfentwintig close-ups en fragmenten, die de opbouw van de fresco’s niet noodzakelijk volgen. Daardoor worden figuren en acties afgezonderd en krijgen ze als het ware een nieuwe rol. De lezer verliest in de hoeveelheid beelden het overzicht op de feitelijke compositie.

Details die op eenzelfde spread worden gecombineerd spelen vormelijk op elkaar in. Door figuren op basis van eenzelfde kijkrichting of gelijkaardige fysieke eigenschappen naast elkaar te plaatsen en te bundelen, ontstaat er een visuele herhaling die de taal van Mantegna benadrukt. Bij het tafereel van de doop van Hermogenes, onderdeel van de fresco’s in Padua, wordt een detail van de oude Hermogenes geplaatst naast een detail van twee omstaanders, een jongere en een oudere man. Zo wordt een narratief verschil tussen deze figuren duidelijk: de omstaanders kijken neer op de geknielde Hermogenes. Maar we zien ook hoe de twee oudere mannen met hun grijze, gekrulde haren en baarden op dezelfde vakkundige manier geschilderd zijn.

De juxtapositie van details kan evengoed een nieuw narratief genereren. Een aantal pagina’s verder staan twee details uit Het Martelaarschap van Sint Christoffel op eenzelfde spread, met een sterke interactie. Op het detailbeeld rechts kijkt een man verschrikt op. Links staan twee figuren in een raam, waarbij de ene man een pijl in het oog gekregen heeft. De relatie tussen deze twee beelden lijkt causaal: de man rechts merkte het tafereel met de pijl op en reageert geschrokken. Als je de fresco van Mantegna echter in zijn geheel bekijkt, blijken deze details ver van elkaar verwijderd. De blik van de geschrokken man richt zich niet op het balkon, maar op een andere gebeurtenis. Met deze redactionele ingreep vestigen de samenstellers van het boek de aandacht op de dramatische scène met de pijl. De lezer, die het overzicht van Mantegna’s compositie ondertussen is kwijtgeraakt zou dit echter als een causaal verband kunnen zien en wordt zo om de tuin geleid.

De selectie en ordening van de afbeeldingen passen bij het werk van Mantegna. Vooral de frescocycli, met terugkerende personages in verschillende taferelen, lenen zich bijzonder goed tot deze representatie door middel van opeenvolgende details. Mantegna staat erom bekend zijn taferelen niet duidelijk af te lijnen. Hij speelt met perspectief en laat figuren uit de kaders treden, waardoor de grens tussen de taferelen vervaagt. De (soms desoriënterende) opeenvolging van details versterkt dit alleen maar. De samenstellers benadrukken de inhoudelijke samenhang tussen de verschillende scènes.

 

Louis Hourticq, ‘Histoire de l’Art’, Revue historique, nr. 2, 1912, pp. 364-388.