Hugo DeBlock

DE WITTE RAAF

Editie 208 november-december 2020

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

V Negerplastik

Carl Einstein

Leipzig, Verlag der Weissen Bücher, 1915
25 x 19 cm, xxvii + 111 pagina’s, 111 zwart-witafbeeldingen
Druk: Engelhardt, Leipzig

 

Negerplastik van Carl Einstein (1885-1940) geldt als een van de eerste publicaties over Afrikaanse kunst. Oorspronkelijk uitgegeven in 1915, biedt het boek een vroege blik op Afrikaanse sculpturen als kunst en niet louter als curiosa of rariteiten. Kennis over Afrika was beperkt: er was disparaat werk van missionarissen en vroege etnologen zoals Henri Trilles of Augustus Henry Lane-Fox Pitt Rivers. Het Musée du Congo in Tervuren publiceerde in 1906 het eerste overzichtswerk met betrekking tot de materiële cultuur en kunst van Kongo: Notes analythiques sur les collections ethnographiques, met meer dan 700 foto’s van objecten en enkele contextuele veldwerkfoto’s. Het belangrijkste werk over Afrika in Europa was Und Afrika Sprach (1912) van etnoloog Leo Frobenius, gebaseerd op archeologisch veldwerk in Zuidwest-Nigeria. Tegelijk ontwikkelde zich in de Angelsaksische wereld de discipline van de antropologie. In de Verenigde Staten publiceerde Franz Boas Primitive Art in 1927, terwijl de stichter van de ‘Britse School’ van de antropologie, Bronislaw Malinowski, in Argonauts of the Western Pacific (1922), gebaseerd op etnografisch veldwerk in Papoea-Nieuw-Guinea, vooral ahistorisch te werk ging. Hij ontweek grotendeels de discussie over de esthetische waarde van objecten door de lokale pols- en halssieraden in de eerste plaats te situeren binnen het economische systeem van de Kula.

In Negerplastik was de focus van Carl Einstein níét de (antropologische) context, maar wel de ‘pure sculpturale vorm’. Einstein ging bewust etnologisch noch antropologisch te werk: hij maakte associaties door beelden op het blad te combineren, ze vormelijk te verbinden of, soms, te confronteren. Zo toont hij een ‘abstract’ Fang-reliekhoofd, op de tegenoverliggende pagina een ‘naturalistische’ weergave van een hoofd en op de voorgaande pagina een ‘naturalistisch’ Fang-reliekhoofd. Met deze beeldcombinaties was Negerplastik belangrijk voor avant-gardekunststromingen zoals kubisme, dadaïsme en surrealisme.

In Negerplastik ging het niet zozeer om contextuele kennis uit de etnologie en vroege etnografie, maar om de kunst van het kijken en het vergelijken, mede mogelijk gemaakt door de beschikbaarheid van fotografische reproducties. Negerplastik bestaat uit 111 foto’s van 94 objecten en stimuleert formele vergelijkingen tussen afbeeldingen van sculpturen. De meeste objecten worden, in hun volledige vorm, frontaal gepresenteerd of driekwart gedraaid. Van zeventien voorwerpen zijn er zij- en vooraanzichten. Op sommige foto’s is te zien dat er handig gebruik werd gemaakt van het licht, om de contouren en het vlakken- en lijnenspel beter te benadrukken. Veel sculpturen werden in deze vroege periode letterlijk gestript van hun context, door ze te ontdoen van toevoegingen zoals textiel en raffia, of van de nagels gedreven in nkisi nkondi (‘krachtbeelden’ of ‘fetisjen’) van de Congolese volkeren. Ook fel gekleurde verf werd dikwijls verschraald om de vorm beter te accentueren en ‘authentiek’ te maken voor de handel in ‘primitieve’ of ‘tribale’ kunst. Lichtwerking, maar ook andere, meer fotografische technieken, zoals afwisseling van focus (soms wazig, soms scherp) of een specifieke positionering van het object in kwestie (soms gefixeerd, soms zwevend) nodigen in Negerplastik uit tot het poëtisch contempleren van Afrikaanse kunst.

Voor Einstein was het duidelijk: dé Afrikaanse kunst werd gekenmerkt door een ‘eenheid van stijl’. Negerplastik toont een vroege canon van Afrikaanse kunst. Tekst en beeld staan los van elkaar – Einstein wil het in de tekst niet hebben over context, maar gaat wel in op religie, maskerade en psychologie – en de beelden hebben geen verklarende labels. De herkomst van de foto’s is voor het overgrote deel terug te leiden tot kunsthandelaar Josef Brummer. In 1913 had Einstein als curator meegewerkt aan een tentoonstelling over Picasso, Derain, Matisse en de Afrikaanse kunst in de Neue Galerie te Berlijn. Ook aan een kleinere tentoonstelling over Picasso had hij Afrikaanse voorwerpen toegevoegd. In deze context leerde hij Brummer kennen, die hem naar alle waarschijnlijkheid veel van de foto’s toestuurde waarmee Einstein Negerplastik samenstelde.

Vanaf 1916 werkte Einstein voor het Duitse bezettingsleger te Brussel, waar hij toegang had tot de bibliotheek van het Musée du Congo en inzage kreeg in de Notes analythiques. Het resulteert in Einsteins tweede publicatie over Afrikaanse kunst, Afrikanische Plastik (1921). Maar vooral Negerplastik zal, mede door het grandioze Duitse grafische ontwerp, van grote invloed blijven op generaties avant-gardekunstenaars en critici. De beelden zijn zo samengesteld dat de kijker nadenkt. Het beeld wordt theorie, de ritmische en sequentiële combinaties roepen associaties op. In Negerplastik worden de dingen los van elkaar beschreven: Einstein zocht geen verbindingen tussen Picasso en Afrikaanse kunst, maar focuste op vorm, volume, ruimte en de vitale levenskracht van de werken, en dit zowel in het kubisme als in Afrikaanse kunst. Dat hij in Negerplastik fouten maakte, door bijvoorbeeld enkele afbeeldingen van Oceanische kunst toe te voegen, doet minder ter zake. Het boek leest als een Bilderatlas en was niet alleen een fundamentele tekst in de opkomende discipline van de Afrikaanse kunstgeschiedenis, maar leverde ook een cruciale bijdrage aan de ontwikkeling van het geïllustreerde kunstboek.

 

Ezio Bassani, ‘Les Oeuvres illustrées dans Negerplastik (1915) et dans Afrikanische Plastik (1921)’, Etudes Germaniques, nr. 53, 1998, pp. 99-121. 

Joyce Cheng, ‘Immanence Out of Sight. Formal Rigor and Ritual Function in Carl Einstein’s Negerplastik’, Res. Journal of Anthropology and Aesthetics, nrs. 55/56, 2009, pp. 87-102.

Wendy Grossman, ‘Photography at the Crossroads. African Art in the Age of Mechanical Reproduction’, in: Cordula Grewe (red.), Die Schau des Fremden, Stuttgart, Franz Steiner, 2006.

Heike Neumeister, ‘Notes on the ‘Ethnographic Turn’ of the European Avant-Garde. Reading Carl Einstein’s Negerplastik (1915) and Vladimir Markov’s Iskusstvo Negrov (1919)’, Acta Historiae Artium, nr.1, 2008, pp. 172-185.

Zoë Strother, ‘Looking for Africa in Carl Einstein’s Negerplastik’, African Arts, nr. 4, 2013, pp. 8-21.