Bas Rogiers

DE WITTE RAAF

Editie 208 november-december 2020

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

VI Giotto

Carlo Carrà

Rome, Valori Plastici; Parijs, Crès, 1924/1926
19 x 27 cm, 102 pagina’s, 192 afbeeldingen
Druk: Valori Plastici

 

In 1925 publiceert The Burlington Magazine een recensie waarin het kritische gewicht van het kunstboek Giotto in hoge mate wordt gerelativeerd. De recensie besluit toch positief door de kwaliteit van de illustraties te loven. Niet de ‘weinig opmerkelijke’ afdrukkwaliteit van de collotypes wordt gewaardeerd, maar wel het ‘handige corpus’ van de belangrijkste werken van Giotto dat gebruikt kan worden voor ‘ernstigere kritiek’, met ‘veel goed geselecteerde details’. Het aantal, de selectie en de sequentie van de reproducties door de Italiaanse schilder Carlo Carrà (1881-1966), medeauteur van het Manifest van de futuristische schilders (1910), zijn inderdaad opvallend.

Valori Plastici bracht tussen 1918 en 1922 een gelijknamig kunsttijdschrift uit dat avant-garde wou verbinden met traditie, en dat na de Eerste Wereldoorlog een retour à l’ordre voorstond. Carrà schrijft in het tijdschrift over de spirituele en historische fundamenten van de kunst: de ‘verborgen diepte van de gewone dingen’ vatten. Hij karakteriseert classicisme als ordelijke compositie en evenwicht in vorm, en hij verbindt die traditionele eigenschappen met een nieuwe Italiaanse kunst. In Giotto etaleert hij die verbinding tussen heden en verleden door het werk van de trecento-schilder in nieuwe kaders te plaatsen.

Het boek opent met een 102 pagina’s tellende tekst over leven en werk van Giotto. De thematische hoofdstukken dicteren in het volgende boekdeel de ordening van de 192 reproducties hors texte. Het tekstgedeelte besluit met een overzichtstabel van de afgebeelde en met Romeinse cijfers genummerde werken, en geeft aan of de afbeelding een complete reproductie of een detail betreft. In zijn tekst hanteert Carrà de nummering niet om naar werken te verwijzen. De bijschriften onder de reproducties herhalen de informatie die in het overzicht staat. De tabel bezit met andere woorden geen navigerende functie, maar biedt een bruikbaar overzicht van de opgenomen werken, en maakt de opeenvolging inzichtelijk.

De paginaopmaak en de productie getuigen van een keuze voor economische efficiëntie en technisch gemak, eerder dan dat ze een visuele argumentatie ondersteunen. Alle reproducties staan centraal op de pagina, maar variëren in grootte, verhouding en oriëntatie. Afbeeldingen met een liggende verhouding worden een kwartslag tegen de wijzers van de klok in gedraaid, zodat het paginaoppervlak meer wordt benut, wat de lezing aanzienlijk vertraagt. Een derde van de reproducties betreft details van taferelen die op andere pagina’s, meestal voorafgaand, geheel worden afgebeeld. De aandacht voor details van andere reproducties, die op hun beurt fragmenten tonen van vaak grootschalige werken, maakt de werken zo aanschouwelijk mogelijk binnen het format van het kunstboek. Tegelijk buigt Carrà deze instrumentele benadering om door zijn verstilde en op klassieke leest geschoeide blik op de werken van Giotto samen te laten vallen met een voorliefde voor eigenzinnige constructies.

Carrà’s selectie van afbeeldingen, kadrering van details en hun volgorde maken de kwaliteit uit van dit boek. Waar de opbouw van zijn tekst de volgorde van de werken bepaalt, gebruikt hij fragmenten en details in cinematografische, narratieve en picturale constructies om de werken van Giotto te presenteren en te reconstrueren. Vooral de korte, visueel losstaande sequenties zijn bijzonder. Een werk dat in zijn geheel is afgebeeld wordt nadien opnieuw geïllustreerd door een opeenvolging van details, als vertellingen binnen een raamverhaal. Exemplarisch zijn reproducties van de frescocyclus in de Scrovegni-kapel in Padua. Ruim de helft van de illustraties in Giotto beeldt deze cyclus af, met evenwicht tussen reproducties van gehele fragmenten uit de cyclus en details van deze fragmenten. Giotto’s chronologische cyclus wordt door Carrà in een horizontale en narratieve lezing geplaatst. Dat is opmerkelijk: publicaties uit die tijd lijken onbeslist over de horizontale dan wel verticale opeenvolging van de taferelen. De veranderende gezichtspunten tijdens het doorbladeren van het boek, als gevolg van de geordende fragmenten en details met hun variërende oriëntatie, maken de ruimtelijkheid van het werk in de kapel aanschouwelijk.

De door Valori Plastici gereproduceerde foto’s werden verstrekt door het nog altijd actieve fotoagentschap Alinari in Firenze. Ze tonen de werken met soms sporen van verval, wat tezamen met de niet al te hoge drukkwaliteit van de reproducties de lezing van het beeldoppervlak sterk beïnvloedt. De tonaliteit van de druk is niet genuanceerd, de zwarten zijn vlak en zwaar, waardoor er nadruk ligt op die elementen in de schilderingen die in donkere tinten zijn aangezet. In de Ontmoeting van Joachim en Anna aan de Gouden Poort valt bijvoorbeeld de vrouw gehuld in de zwarte mantel (een vaak besproken onderwerp in de literatuur) nog meer op. Zij eist in de reproducties de aandacht op naast de centrale gebeurtenis in het beeld, de kus tussen Joachim en Anna. Dat wordt door Carrà nog versterkt door haar op te nemen in het detail op de versozijde, waar ze expliciet ín het beeld wordt gesneden tezamen met de kussende figuren.

De schilder Carrà verdicht het kijken naar de picturale elementen in Giotto’s werken in variërende vergrotingen. Zijn details tonen beeldelementen vaak twee of drie, en soms vier of vijf keer groter dan de reproducties van de gehelen. Een minderheid toont radicalere vergrotingen waarmee voornamelijk hoofden van figuren paginagroot worden afgebeeld. Op de reproductie van De kruisiging volgen zo twee details die respectievelijk Jezus en Maria Magdalena naast elkaar, maar van elkaar afgewend, op een dubbelpagina plaatsen.

Carrà’s aandacht voor detail resulteert ook in merkwaardige dubbelpagina’s. Gehele reproducties van werken links worden afgedrukt naast sneden rechts die als reproductie nauwelijks meer detail vertonen, zoals bij de Ognissanti Madonna. Het gebeurt meermaals en zorgt voor verstilling en aandacht voor de afbeelding. Deze subtiele close-ups verwijden de ruimte van het kunstboek, hun vertraagde opname dempen het tempo. In de sequentiëring van Carrà stellen deze sneden een verdubbeling als reproductie voorop. Het zijn boektechnische equivalenten van de freeze frame. Ze tonen een beeldstudie in lijn met de wijze waarop Giotto beweging in verstilling omkeert.

 

Carlo Carrà, ‘Il quadrante dello spirit’, Valori Plastici, nr. 1, 1918, pp. 1-2.

Id., ‘Il rinnovamento della pittura in Italia. Parte III’, Valori Plastici, nrs. 3-4, 1920, pp. 33-36.

Isabel Violante Picon, L’éclat des choses ordinaires, Parijs, Éditions Images modernes, 2005.

Simona Storchi, ‘Metaphysical Writing and the ‘Return to Order’. Artistic Theorization and Modernist Magazines between 1916 and 1922’, Italian Modern Art, nr. 4, 2020.

W.G.C., ‘Review’, The Burlington Magazine for Connoisseurs, nr. 272, 1925, p. 268.