Johan Pas

DE WITTE RAAF

Editie 208 november-december 2020

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

IX Die Kunstismen

El Lissitzky, Hans Arp

Erlenbach-Zürich, Eugen Rentsch Verlag, 1925
20,5 x 26,5 cm, 60 pagina’s, 76 zwart-witafbeeldingen
Vormgeving: El Lissitzky; druk: Stähle & Friedel, Stuttgart

 

Die Kunstismen ontstond op initiatief van de Russische kunstenaar en vormgever El Lissitzky (1890-1941). Die werkte nauw samen met de Duitse dichter en kunstenaar Kurt Schwitters voor het dubbelnummer 8/9 van diens tijdschrift Merz. Onder de titel Nasci (Latijn voor ‘groeien’ of ‘geboren worden’ en de etymologische oorsprong van ‘natuur’) verscheen het in het voorjaar van 1924 als themanummer. Geometrisch-abstracte kunst en constructivistische ontwerpen werden samengebracht met visuele verwijzingen naar de natuur, als reactie tegen de cultus van de machine die opgang maakte. Voor de layout van deze experimentele uitgave bediende Lissitzky zich van zwart-witreproducties en natuurfoto’s die een vrije dialoog aangingen met het wit van de dubbele pagina’s en met de constructieve (typo)grafische elementen.

Kort voordien had Lissitzky, die vanuit de abstracte schilderkunst (hij noemde zijn plastische werk Proun) geëvolueerd was naar ruimtelijke realisaties en grafische vormgeving, baanbrekende boekontwerpen afgeleverd. Iconisch zijn het constructivistische ‘kinderboek’ Een suprematistisch verhaal van twee kwadraten in zes constructies (1922) en Dlja Golosa (Voor de stem, 1923) met poëzie van Vladimir Majakovski. Beide boeken bestonden volledig uit grafische en typografische bestanddelen. De samenwerking met Schwitters inspireerde hem tot een ambitieuzer boek over de recentste avant-gardeontwikkelingen. Het zou een ‘laatste parade van alle -ismen van 1914-1924’ worden. Schwitters bleek niet geïnteresseerd, maar dichter en kunstenaar Hans Arp (1886-1966), een van de grondleggers van dada, had er wel oren naar. In de zomer van 1924 togen de heren aan het werk. Ze zouden beiden beeldmateriaal en kunstenaarsstatements verzamelen, en Lissitzky zou die in een adequate vorm gieten. Inclusie of exclusie van stromingen, kunstenaars of kunstwerken verliep niet zonder slag of stoot; met deze experimentele geschiedschrijving van recente artistieke verwezenlijkingen waren meerdere persoonlijke belangen gemoeid.

Ondanks het moeizame proces zag Die Kunstismen het jaar daarop het licht bij Eugen Rentsch Verlag, een Duitse uitgeverij die in 1919 naar het Zwitserse Erlenbach verhuisd was en zich tot dan toe niet met avant-gardemateriaal of kunstboeken profileerde. Het drietalige Die Kunstismen/Les Ismes de l’art/The Isms of Art werd op een royaal formaat uitgegeven en voorzien van een gekartonneerde kaft. Zestien stromingen en genres, van expressionisme tot en met filmkunst, worden steeds in ten minste een tweetal en ten hoogste een achttal bladzijden besproken. Die pagina’s, geconstrueerd door Lissitzky, ogen als dynamische montages: de reproducties en de kunstenaarsportretten, waarvan sommige gedetoureerd werden, gaan een visuele verbinding aan met de moddervette, schreefloze cijfers en letters. Informatie over de stromingen en kunstwerken werd samengeperst in het begin van het boek, zodat Lissitzky speelruimte had om de spreads als visuele composities en beeldsequenties te benutten. Eerdere ervaringen met abstracte schilderkunst, constructieve typografie en fotomontages kwamen hem goed van pas.

Het boek oogde extreem avant-gardistisch. De brutale typografische cover in zwart, wit en rood, de schreefloze zwarte letter, de constructivistische bladspiegel en de vrije plaatsing van afbeeldingen maken Die Kunstismen tot een monument van avant-gardeboekdesign. Symmetrische en asymmetrische bladspiegels wisselen elkaar af, wat verrassende en verfrissende sequenties oplevert. Op diverse vlakken is het boek tegendraads: zo begint het in 1924, om vervolgens terug te gaan in de tijd. Lissitzky zette de reproducties naar zijn hand; hij gaat ermee om als een geometrisch-abstracte schilder met de kleuren op zijn palet. De architecturaal ogende bladspiegels dwingen de beelden en de teksten in het gareel. In die zin wijzen de pagina’s van Die Kunstismen vooruit naar de Demonstrationsraüme die Lissitzky kort daarop zou ontwerpen, zoals de Raum für Konstruktive Kunst (Dresden, 1926) en het Abstraktes Kabinet (Hannover, 1930). Ook daar zijn de kunstwerken ondergeschikt aan een constructivistisch totaalconcept.

Lissitzky’s en Arps inzet van fotomateriaal in deze parade van de avant-gardes is dus verre van neutraal. Niet toevallig vangt het narratief in 1914 aan met het humanistisch expressionisme van Franz Marc, Marc Chagall en Paul Klee (dat in de tekst vooraan cynisch afgeserveerd wordt) en eindigt het in 1924 met de abstracte films van Hans Richter en Viking Eggeling. De auteurs hanteren een teleologisch perspectief waarbij de schilderkunst, via de formele en materiële deconstructie van kubisme, futurisme, abstracte kunst en dada, uiteindelijk transformeert tot constructivistisch ontwerp en dematerialiseert tot abstracte filmkunst. De eerste pagina bestaat dan ook uit het jaartal 1925 met een vraagteken – een op zichzelf staand typografisch statement dat ook verscheen op de laatste pagina van het Merz-nummer dat Lissitzky met Schwitters samenstelde. Het verwijst naar een onzekere toekomst voor zowel de kunst als de avant-garde.

Vandaag staat Die Kunstismen bekend als een monument van de vroege avant-gardes, maar het is niet volstrekt uniek. In de jaren twintig kent het zijn gelijke in het al even radicale, maar iets vroegere Buch neuer Künstler (1922), samengesteld en vormgegeven door de Hongaarse kunstenaars Ludwig Kassak en László Moholy-Nagy. In een vrije montage presenteerden Kassak en Moholy-Nagy ongeveer dezelfde avant-gardestromingen, maar ze vulden de reproducties aan met zakelijke foto’s van moderne verwezenlijkingen, zoals (industriële) architectuur, machines, racewagens en vliegtuigen. Lissitzky kende dit boek zeker, want het verscheen als een uitgave van het Hongaarse avant-gardetijdschrift MA, waarvoor hij in 1922 een cover ontwierp. Op zijn beurt schrijft en ontwerpt Moholy-Nagy kort daarop het Bauhaus-boek Malerei Photografie Film (1925) [X], dat weliswaar meer tekst bevat, maar waarvan de typografische vormentaal doet denken aan Die Kunstismen. Deze drie boeken, samengesteld en vormgegeven door kunstenaars, zijn niet zozeer objectieve anthologieën in boekvorm als wel draagbare tentoonstellingen met een radicaal constructivistische agenda.

 

El Lissitzky 1890-1941. Architect, Schilder, Fotograaf, Typograaf, Eindhoven, Stedelijk van Abbemuseum, 1990.

El Lissitzky. Utopie en werkelijkheid, Eindhoven, Stedelijk Van Abbemuseum, 2012.

The Russian Avant-Garde Book 1910-1934, New York, MoMA, 2002.