Griet Bonne

DE WITTE RAAF

Editie 208 november-december 2020

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

XIX Rubens

Jacob Burckhardt

Wenen, Phaidon Verlag
1938
27,2 x 19 cm, 455 pagina’s, 400 afbeeldingen
Grafisch ontwerp: Ludwig Goldscheider
Fotografie: Fratelli Alinari, Firenze; D. Anderson, Rome; C. Angerer & Göschl, Wenen; Braun & Cie., Mulhouse-Dornach; Giacomo Brogi, Firenze; J.E. Bulloz, Parijs; A.C. Cooper, Londen; Giraudon, Parijs; Franz Hanfstaengl, München; Moreno, Madrid; Museum Boymans, Rotterdam; Julius Söhn, Düsseldorf; Wolfum, Wenen
Druk: Chawala’s Kunsttiefdruck, Wenen (zwart-wit); Broder Rosenbaum, Wenen (kleur); Kiesel, Salzburg (tekst)

 

Rubens is een van de laatste Phaidonpublicaties die in Wenen werd uitgegeven. Vanaf maart 1938 zou Phaidon voor een periode van ruim tien jaar onder de Londense uitgeverij Allen and Unwin opereren om te ontsnappen aan de Anschluss en het verbod op door Joden geproduceerde publicaties. Phaidon had toen reeds grote naamsbekendheid verworven. Vanaf de late jaren twintig positioneerde de uitgeverij zich succesvol in de Duitstalige markt met heruitgaven van canonieke, cultuurhistorische teksten. Het gebruik van illustraties bracht deze teksten tot leven en maakte ze aantrekkelijk voor een breder publiek. Dankzij een combinatie van productoptimalisatie en het drukken in grote oplages (gemiddeld 15.000 exemplaren in eerste druk) kon men deze Volksausgaben aanbieden voor de prijs van een roman. Ook de vanaf 1935 uitgegeven grote kunstenaarsmonografieën slaagden erin hoogstaande wetenschappelijke bijdragen te combineren met een uitgebalanceerd design voor een onnavolgbaar lage prijs.

Voor het aantrekkelijke boekontwerp, dat Phaidons handelsmerk werd, was de visionair Ludwig Goldscheider (1896-1973) verantwoordelijk. [XVII] De met zorg vormgegeven tekst, waarbij het lettertype en de typografie werden afgestemd op het onderwerp, bleef ondergeschikt aan de beeldopbouw. Godscheider voorzag de tekst in enkele gevallen zelf of er werd een kunsthistoricus gezocht die een inleiding verzorgde nadat het platendeel was uitgewerkt. Bij de Rubensmonografie koos men echter voor het postuum verschenen Erinneringen aus Rubens (1898) van Jakob Burckhardt (1818-1897), en dus voor de heruitgave van een reeds veelvuldig gepubliceerde tekst. Toch prijkt op de stofwikkel, de kaft en het titelblad niet de volledige titel, maar enkel de naam van de kunstenaar, waarmee de publicatie aansluit bij uitgaves over onder meer Rembrandt (1935), Titiaan (1936) en El Greco (1938). In het voorwoord lezen we dat vooral de vierhonderd illustraties deze heruitgave onderscheiden van de vele reeds beschikbare edities van Erinnerungen aus Rubens. Het is de unieke combinatie van Burckhardts tekst met een visueel overzicht van Rubens’ werk dat toelaat een zo groot mogelijk publiek inzicht te geven in dit monumentale oeuvre.

In de tekst worden enkele zwart-witillustraties discursief ingezet om vergelijkingen met Caravaggio, Albani, Titiaan, Elsheimer en Murillo te illustreren. Ook hoe Rubens inspiratie haalde uit antieke sculpturen – zoals het Venusbeeld dat model stond voor Venus Frigida en Susanna en de ouderlingen – wordt aanschouwelijk gemaakt door het naast elkaar plaatsen van reproducties in de tekst. In de marges wordt frequent verwezen naar het platendeel dat op de tekst volgt en een eigen thematische ordening heeft. Hoewel hij niet met naam vermeld wordt, is deze ordening vrijwel zeker Goldscheiders verdienste. Voor de positionering van de beelden op de bladspiegel, de uitsneden van details, en de krachtige juxtaposities stelde hij eigen maatstaven voorop: de nevengeschikte figuren moesten steeds in verhouding worden weergegeven en hun positionering op de bladspiegel werd ofwel bovenaan, ofwel op ‘ooghoogte’ gelinieerd. Een detail dat in combinatie met een volledige weergave van hetzelfde werk werd getoond, beeldde hij – contra-intuïtief – steevast groter af. Vaak liet Goldscheider deze details voorafgaan op het totaalbeeld, als een introductie tot de compositie. Daarnaast worden in Rubens opvallend veel details autonoom gepresenteerd: uitsneden worden geconfronteerd met (een detail van) een ander werk om stilistische gelijkenissen te benadrukken. Deze beeldstrategie verlegt de focus van het afgebeelde narratief naar de formele karakteristieken en typerende dramatische effecten. Zo wordt De tenhemelopneming van Maria (1618-1620) geconfronteerd met een detail uit Christus en de overspelige vrouw (1612-1613), waarvan een volledige weergave vervolgens wordt vergeleken met een detail uit de Tenhemelopneming. Hierdoor ontstaat een betekenisverschuiving: de Farizeeën en Schriftgeleerden presenteren niet langer de overspelige vrouw aan Christus, maar zien vol verwondering Maria ten hemel oprijzen. Op hun beurt wijzen twee apostelen niet langer naar Maria, maar naar de overspelige vrouw. Door het opvoeren van deze details benadrukt Goldscheider de expressieve kwaliteiten van de excentrische figuren die Rubens’ compositie in beweging brengen en de blik sturen. Rubens bevat ook opvallend veel uitvouwbare pagina’s om de monumentaliteit van de werken te beklemtonen. De dubbel-uitvouwbare reproducties zijn een creatieve oplossing om het onthullende karakter en de drieledige architectuur van Rubens’ triptieken naar de binaire logica van het kunstboek te vertalen. De zijdelings uitvouwbare bladzijden vervullen dan weer een dubbele functie: dichtgevouwen presenteren ze een uitsnede van het werk, en benadruken zo visuele gelijkenissen tussen de figuren van Andromeda en Hera. Eenmaal ze zijn opengevouwen, wordt het centrale narratief over schoonheid en ijdelheid ontrafeld, met een vergelijking tussen Perseus en Andromeda (1638-1640) en Het Paris-oordeel (1638-1639). Tot slot geven zes witomrande, ingekleefde kleurenreproducties, gefotografeerd door C. Angerer & Göschl, extra grandeur aan deze publicatie. Tegelijk getuigt de matige kwaliteit van deze reproducties van de beperkingen van de op dat moment nog zeldzame kleurendruk.

De variatie aan reproducties en de diverse bladspiegels maken deel uit van Horovitz en Goldscheiders heruitvinding van het kunstboek: de kracht van een geschilderd oeuvre wordt vertaald naar het gedrukte medium. In politiek en economisch hachelijke tijden slaagden zij ook met Rubens in deze opzet. Veertig jaar na de eerste editie van Erinnerungen bracht Phaidon Burckhardts studie tot leven in een toegankelijke uitgave die het midden houdt tussen een geïllustreerde tekst en een met tekst geïllustreerd platenboek.

 

Ernst Fischer, ‘Zwischen Popularisierung und Wissenschaftlichkeit. Das illustrierte Kunstbuch des Wiener Phaidon Verlags in den 1930er Jahren’, in: Katharina Krause en Klaus Niehr (red.), Kunstwerk – Abbild – Buch. Das Illustrierte Kunstbuch von 1730 bis 1930, München/Berlijn, Deutscher Kunstverlag, 2007, pp. 239-65.

Ernst Fischer, ‘The Phaidon Press in Vienna 1923-1938’, Visual Resources, nr. 3, 1999, pp. 289-309.

Anthony Hamber, ‘Communicating Colour. Advances in Reprographic Technology 1840-1967’, Visual Resources, nr. 3, 1999, pp. 355-70.

Elly Miller, ‘Ludwig Goldscheider. A Memoir’, Visual Resources, nr. 3, 1999, pp. 331-42.

Harvey Miller, ‘Phaidon and the Business of Art Book Publishing. 1923-1967’, Visual Resources, nr. 3, 1999, pp. 343-53.