Steven Jacobs

DE WITTE RAAF

Editie 208 november-december 2020

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

XX One Hundred Details from Pictures in the National Gallery

Kenneth Clark

Londen, National Gallery (‘Printed for the Trustees’)
1938
33 x 25 cm; xxviii pagina’s introductie en notities, 100 pagina’s met telkens één paginagrote afbeelding
Druk: Harrison & Sons, Londen
Fotografie: M.A. Rickeard, Photographic Staff, National Gallery

 

In 1933 werd Kenneth Clark (1903-1983) directeur van de National Gallery te Londen – een instelling die hij ook tijdens de oorlogsjaren zou leiden. Sterk beïnvloed door de ideeën van John Ruskin, stelde Clark alles in het werk om kunst toegankelijk te maken voor een ruimer publiek. In dit perspectief was hij een van de eerste prominente kunsthistorici die de massamedia inzette. Vanaf 1936 gaf hij geregeld radiotoespraken en al in 1937 maakte hij zijn debuut op televisie. Vanaf de late jaren vijftig maakte hij televisieprogramma’s over kunst – een activiteit die culmineerde in de beroemde reeks Civilisation (1966-69).

Clarks interesses in moderne media, mechanische reproductie en zijn ambities om kunst toegankelijk te maken komen samen in One Hundred Details from the National Gallery. Afgezien van een introductie en vooraan gegroepeerde notities over de schilderijen, bestaat dit boek uitsluitend uit paginagrote afbeeldingen, die elk een detail van een schilderij tonen. Behalve een bovenaan op de pagina geplaatst nummer gaan de hoogkwalitatieve zwart-witillustraties niet vergezeld van identificatie of tekstuele verduidelijking. One Hundred Details (of 100 op de stofwikkel) is een plaatjesboek, dat de blik ritmeert met identieke bladspiegels. Alle reproducties zijn niet alleen even groot, maar ook verticaal, in ‘portretformaat’, ongeveer centraal op de pagina geplaatst. Afbeeldingen in ‘landschapsformaat’ werden gekanteld waardoor je geregeld het boek een kwartslag rechts moet draaien om dan twee boven elkaar staande plaatjes te zien.

Hoewel Clark in de introductie toegeeft dat sommige details zijn geselecteerd omwille van ‘historische of iconografische redenen’, werden de meeste details gekozen ‘omwille van hun schoonheid’. Hij merkt verder op dat het boek vele details bevat die wellicht nooit eerder werden opgemerkt. Dit impliceert dat ‘we niet zorgvuldig naar schilderijen kijken’ en dat ‘de grote waarde van deze fotografische details ligt in het feit dat ze ons aanmoedigen om aandachtiger naar schilderijen te kijken, en dat ze ons de beloningen van een geduldig kijken laten zien’. Clark geeft aan dat het niet (onmiddellijk) herkennen van details een ludiek element bevat. Maar hij stelt ook dat foto’s een essentiële kunstkritische taak vervullen: ze presenteren bekend materiaal op een nieuwe manier. Vaak stellen we ons te snel tevreden met een vlugge synthetische impressie.

In de introductie schenkt Clark aandacht aan de schaal van de details. Delen van werken van grote afmetingen kunnen toch van dichtbij worden aanschouwd, wat in de museumzaal onmogelijk is. Hij voert aan dat de lezer gewend is geraakt aan schaalreductie, waardoor reproducties op ware grootte de meest gladde schilderijen ruw lijken te maken. Dit effect had een impact op de selectie – opnamen van de Geboorte van Piero della Francesca werden niet opgenomen omdat de resultaten teleurstellend waren. Opvallend is dat vele foto’s op (bijna) ware grootte zijn afgebeeld – wanneer gebruik werd gemaakt van schaalreductie (of in een uitzonderlijk geval een vergroting), geeft Clark dit aan in de notities.

Hij stipt ook aan dat fotografische reproducties schilderijen die met behulp van glaceerlagen werden vervaardigd geheel uitvlakken; het modelleren in kleur verliest elke vorm in zwart-witreproducties. Ook deze effecten determineerden de selectie. De opvallende aanwezigheid van de Italiaanse schilderkunst van de vijftiende en zestiende eeuw weerspiegelt niet alleen Clarks voorkeur, maar heeft dus ook een praktische reden: een ‘stijl gebaseerd op scherpe omlijning’ brengt betere details met zich mee dan een meer ‘impressionistische’ stijl met een mindere graad van afwerking. Clark merkt op dat close-ups de beelden transformeren: Rembrandt oogt opvallend naturalistisch, het detail van een landschap bij Teniers lijkt wel een werk van Sisley. De overgrote meerderheid van details focust op de menselijke figuur en het gelaat. Een viertal spreads toont overwegend landschappen, een tweetal focust op dieren. Eén spread omvat twee close-ups van handen en één dubbele pagina brengt twee stillevens samen.

Afgezien van de eerste en laatste afbeelding komen de illustraties in duo’s op dubbele pagina’s terecht. Dat creëert onvermijdelijk ‘contrasten en analogieën’, die volgens Clark zelfs gezien kunnen worden als ‘epigrammatische samenvattingen van de kunstgeschiedenis’, bijvoorbeeld om de verschillen tussen Italiaanse en Noord-Europese schilderkunst te illustreren. De meerderheid van de details heeft iets gemeenschappelijks, ofwel op het vlak van ‘beweging en ontwerp’ of van ‘onderwerp en stemming’. Gewelddadige contrasten werden vermeden omdat ze de ‘schoonheid van de individuele werken vernietigen’.

Clark toont zich een meester in het bedenken van variaties van combinaties. Vaak worden gelijkaardige motieven samengebracht en fungeren de spreads als ontmoetingsplatforms voor muzikanten, engelen, cupido’s, slapende apostelen, faunen en satyrs. Deze verdubbelingen zijn bovendien instructief: sterk gelijkende onderwerpen maken de verschillen in benadering zichtbaar. Op andere pagina’s worden dubbelportretten gecreëerd: een jongen van Francesco Rossi vergezelt een meisje van Gainsborough; Velázquez’ Spaanse koning prijkt naast de Engelse vorst die Van Dyck in hetzelfde jaar portretteerde; aan de hand van details van Botticelli en Piero di Cosimo wordt de Profane naast de Sacrale Liefde gezet. Eerst en vooral creëert Clark een wonderbaarlijk spel van vormelijke echo’s tussen menselijke figuren, structurele elementen, gestes, blikken en compositorische schema’s. In enkele gevallen wordt een narratief verband tussen twee scènes gesuggereerd. One Hundred Details bleek meteen succesvol – in 1941 werd het gevolgd door More Details from Pictures in the National Gallery en van beide volumes werden al in de jaren veertig herdrukken uitgebracht.

 

Kenneth Clark, Another Part of the Wood. A Self-Portrait, New York, Harper and Row, 1974.

Chris Stephens, David Alan Mellor, Peter T.J. Rumley, John Wyver en John-Paul Stonard, Kenneth Clark. Looking for Civilisation, Londen, Tate publishing, 2014.