Mirthe Berentsen

DE WITTE RAAF

Editie 208 november-december 2020

print Print

Hou deze tekst mee gratis beschikbaar.
Stort uw bijdrage.


Of neem een (steun)abonnement.

11th Berlin Biennale

Wie Berlin Biennale zegt, zegt elke twee jaar politiek geëngageerde kunst die een diagnose geeft van de tijd waarin we leven. In 2016, onder de titel The Present in Drag, was het de vluchtelingencrisis die centraal stond, in de vorige editie in 2018 (We don’t need another hero) de identiteitscrisis, en dit jaar gaat het om dekolonisering en het herschrijven van geschiedenis: The Crack Begins Within/Der Riss beginnt im Inneren. De titel is afkomstig uit het werk van de Egyptische feminist en dichter Iman Mersal: zij betoogt dat het erkennen van de scheuren in het systeem uiteindelijk zorgt voor solidariteit en kracht.

De elfde biënnale begon eigenlijk al in 2019, toen curatoren María Berríos, Renata Cervetto, Lisette Lagnado en Agustín Pérez Rubio hun intrek namen in het ExRotaprint-complex in de Berlijnse wijk Wedding. In deze oude drukkerij werd met lezingen, workshops en performances toegewerkt naar vier tentoonstellingen, in KW, Martin Gropius Bau, daadgalerie en ExRotaprint, waarin bestaande verhalen over geschiedenis, schoonheid, geboorte, geweld, gekte, rouw, onderdrukking en trauma worden bevraagd. Zo abstract als dat klinkt, zo gruwelijk tastbaar wordt het in de tentoonstelling. De presentatie in Martin Gropius Bau, voor de gelegenheid omgedoopt in ‘The Inverted Museum’, gaat over de relatie tussen kunst en institutionele ongelijkheden, over de eenzijdige en westers georiënteerde canonvorming en museale uitsluiting van andere kunsthistorische posities.

Terwijl ik langzaam en voorzichtig door de ruimte manoeuvreer om de voorgeschreven afstand tot andere bezoekers te behouden, lees ik de teksten op de muur bij de ingang. ‘Hoe kan men rouwen om het verlies van wat nooit heeft mogen bestaan? Waarom werd alles gewist en tot zwijgen gebracht in naam van de vooruitgang, van de schoonheid, van de toekomst?’ Musea zijn gebouwd op zo’n meervoudige dood, zo staat er verder. Het zijn de gebroken werelden en hun geplunderde bezittingen die nog steeds tentoon worden gesteld in kleine doodskisten. Het eerste werk in ‘The Inverted Museum’ is een installatie van kleine glazen kisten, van de Peruaanse kunstenaar Sandra Gamarra Heshiki: in keramiek maakte zij replica’s van niet-westerse voorwerpen uit Europese antropologische musea, die lijken te zweven in doodskistjes.

Het grootste gedeelte van de werken van de 76 deelnemende kunstenaars (waarvan de meerderheid zich identificeert als vrouw) is een reactie op ‘patriarchale rooftochten’ en ‘koloniaal kapitalisme’, aldus de curatoren tijdens een digitale persconferentie. Zij hebben geprobeerd een podium te geven aan de gemarginaliseerden, de onderdrukten en onbekenden: slechts weinig kunstenaars hebben eerder in Europa geëxposeerd. Soms gaat het vrij letterlijk om een podium, zoals in The God of Gods: A Canadian Play (2019-2020) van de Canadese kunstenaar Deanna Bowen. In een video vindt een discussie plaats op het podium van Toronto’s Hart House Theatre tussen Bowen en een groep kunstenaars en schrijvers die afstammen van de oorspronkelijke bewoners van Canada. Hetzelfde theater was honderd jaar geleden het podium voor een nu als ondermijnende en stereotypisch ervaren voorstelling van indigenous peoples, in de beroemde productie van Carroll Aikins.

Ik loop verder langs de hoopvolle en figuratieve schilderijen uit de jaren vijftig van psychiatrische patiënten uit het Braziliaanse museum voor de onschuld, het Museu de Imagens do Inconsciente. Om de hoek hangt de ontroerende lithografie Die Mütter (1922-1923), waarop een groep vrouwen een beschermende haag om hun kinderen vormt, hun lichamen in een boog van solidariteit. Het is verrassend om de iconische zwart-witte etsen van Käthe Kollwitz te zien te midden van de vele onbekendere kunstenaars. In 1933 werd Kollwitz uit de Duitse Akademie der Künste verdreven, omdat zij zich in het openbaar tegen de nazi’s verzette. Ze werd vervolgens opgenomen in São Paulo’s ‘Club van Moderne Kunstenaars’, opgericht door de Braziliaanse kunstenaar Flávio de Carvalho, die een retrospectieve van haar werk organiseerde. In een essay bij de tentoonstelling in São Paulo werd haar werk geprezen voor ‘het aansnijden van sociale en politieke kwesties in plaats van louter esthetische’. In dezelfde ruimte hangen de eenvoudige maar hartverscheurende tekeningen The Tragic Series (1947) van De Carvalho, gemaakt aan zijn moeders sterfbed. De verwrongen gezichten van de oude vrouw staan in schril contrast met de glanzende multimedia-installatie en glassculpturen van de in Rotterdam wonende Katarina Zdjelar, geïnspireerd op het werk van Kollwitz en choreograaf Dore Hoyer. De combinatie van deze drie kunstenaars in één ruimte is bijzonder sterk; zelden zag ik zo helder waartoe een curator in staat kan zijn. Het samenbrengen van het actuele met de geschiedenis, de dood en het leven, het Westen en het Zuiden, schoonheid en verdriet, gebalde vuisten en gekrulde tenen.

Zoals dat vaker gaat na hoge verwachtingen, loopt een bezoek aan KW daarna grotendeels uit op teleurstelling. Het thema ‘The Antichurch’ wordt zo letterlijk geïnterpreteerd dat het hele gebouw als een preek voelt, waarin met luide stemmen en veel uitroeptekens wordt gewaarschuwd voor religieuze controle. Zoals de sculptuur Chained (2020) in de centrale hal: tien levensgrote beelden van Jezus op de vloer, bedekt met homofobe pamfletten die de Zuid-Koreaanse kunstenaar Young-jun Tak verzamelde in kerken. Net zo letterlijk is de video Requiem (2016) van Carlos Motta, waarin de rol van queer seksualiteit binnen het christendom wordt bevraagd door de kruisigingen van Caravaggio af te wisselen met scènes waarin een kreunende, naakte acteur wordt opgehangen. Het leer, de bondage, de beeltenissen van Christus: het is zo barok en conventioneel dat het haast potsierlijk wordt. Deze dwingende vorm neemt elke ruimte voor eigen gedachten weg, terwijl net in het openbreken van bestaande tradities en zekerheden onze huidige situatie, getekend door de pandemie, en de biënnale elkaar kunnen vinden – in het afscheid van de wereld zoals we die kenden, de rouw om het verlies, de angst voor het nieuwe, en de poging om nieuwe hoofdstukken te schrijven.

 

• 11th Berlin Biennale for Contemporary Art liep tot 1 november, op vier locaties: Berlin KW Institute for Contemporary Art, Auguststraße 69; daadgalerie, Oranienstraße 161; Gropius Bau, Niederkirchnerstraße 7; ExRotaprint, Bornemannstraße 9.